PvdA en D66 tegen nieuw plan afschaffing kostwinnersvoordeel

DEN HAAG, 27 JUNI. Om de impasse bij het afschaffen van het kostwinnersvoordeel in de inkomstenbelasting te doorbreken, hebben de VVD-Kamerleden De Korte en Van Rey vanmiddag een aangepaste versie van hun initiatiefwetsvoorstel gepresenteerd. De coalitiefracties PvdA en D66 wijzen ook dit voorstel van de hand; “het heeft negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid”, stelt PvdA-afgevaardigde Van der Ploeg.

“We gaan het uitvoeren”, zei staatssecretaris Vermeend (financiën) november vorig over het VVD-initiatief. In het kader van de individualisering noemde Vermeend het “een heel belangrijke stap” en hij verwachtte dat het onderwerp dit jaar zou kunnen worden afgerond. Het belastingvoordeel dat kostwinners hebben ten opzichte van tweeverdieners zou dan per 1 januari 1996 worden afgeschaft. De staatssecretaris wilde vandaag nog niet inhoudelijk reageren op het aangepaste VVD-voorstel, maar het is vrijwel zeker dat de voetoverheveling niet met ingang van 1 januari 1996 wordt afgeschaft.

De christelijke partijen - CDA, SGP, GPV, en RPF - beschouwen het VVD-voorstel als een aanval op het 'klassieke gezien' en wezen eerdere voorstellen resoluut van de hand.

Het initiatief van de De Korte en Van Rey houdt in dat de belastingvrije som, het bedrag waarover iemand met een baan geen belasting hoeft te betalen, voor iedereen gelijk wordt. Dat is nu voor een kostwinner, meestal een getrouwde man wiens vrouw geen baan heeft, tweemaal zo hoog als voor tweeverdieners (respectievelijk 12.148 gulden en 6.074 gulden). Vrouwen met een klein baantje die minder dan 6.074 gulden verdienen, kunnen een deel van hun belastingvrije som overdragen aan hun man (voetoverheveling). De VVD denkt dat een gelijke belastingvrije som en afschaffing van de voetoverheveling vrouwen stimuleert een betaalde baan te nemen.

Afschaffing van de voetoverheveling heeft grote gevolgen voor de koopkracht; voor een gezin met één inkomen bedraagt die achteruitgang per jaar 37,65 procent (het tarief van de eerste schijf) van 6.0745 gulden, dat is bijna 2.300 gulden. In het oorspronkelijk voorstel pleitte de VVD voor een belastingaftrek voor gezinnen met kinderen, onafhankelijk van het aantal. Dat stuitte op verzet bij onder meer PvdA en D66 en de initiatiefnemers willen nu een buitengewone lastenaftrek voor niet-werkende partners ter grootte van het bedrag van de basisaftrek. Gezinnen komen in aanmerking voor deze aftrek wanneer de kinderen niet ouder zijn dan vier jaar en thuis worden verzorgd. “Daarna gaan kinderen naar school en kan de vrouw een betaalde baan zoeken”, zegt De Korte in een toelichting.

Voor werkende alleenstaanden en partners met kinderen van nul tot en met drie jaar die worden verzorgd in een instelling voor kinderopvang komt er een aftrek voor de werkgever af te dragen loonbelasting van 2000 gulden per kind.

Tot slot komt er voor partners die na 31 december 1977 zijn geboren (de zogeheten 1996-generatie) en die onvrijwillig werkloos zijn of arbeidsongeschikt zonder eigen uitkeringsrecht een buitengewone lastenaftrek ter omvang van de basisaftrek.

“We hopen met deze aanpassingen onze critici voldoende tegemoet te komen”, zegt De Korte. Uit eerste reacties blijkt dat het VVD-Kamerlid zijn collega's van PvdA en D66 niet heeft kunnen overtuigen. “Wij zijn grote voorstanders van het afschaffen van de voetoverheveling, maar we hebben zeer grote aarzeling bij deze uitwerking. Daar kunnen we niet mee instemmen”, zegt D66-woordvoerder Giskes. Haar PvdA-collega Van der Ploeg signaleert dat het verschil tussen het wettelijk minimumloon en een uitkering door “de nieuwste VVD-variant” kleiner wordt en dat “werkt zeer slecht uit voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid.”

Ook constateert de PvdA-fractie, evenals PvdA-minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid), dat het bijna niet bijna niet vast te stellen is of iemand onvrijwillig werkloos is. Het arbeidsbureau geeft weliswaar een bewijs van inschrijving aan werklozen die werk zoeken, maar dat zegt weinig. Het arbeidsbureau is geëquipeerd om te controleren of een ingeschreven werkloze een “actief zoekgedrag” ontplooit.