Ngema's musical swingt, meer niet

Voorstelling: Mama! The Musical of Freedom van Mbongeni Ngema door het Playhouse Durban. Regie en muziek: Mbongeni Ngema. Choreografie: Sharon Montague-Lamb en Cyprian Cindu. Decor en kostuums: Sarah Roberts. Spelers: Leleti Khumalo, Velephi Mnisi, Makalo Mofokeng, Phindile Mhkize e.a. Gezien 25/6, Amsterdam, Muziektheater. Te zien aldaar 28 en 29/6.

Met Sarafina! bouwde de Zuidafrikaanse muziektheatermaker Mbongeni Ngema een wereldwijde reputatie op en dat was te begrijpen. Die musical, het was zijn derde werk, was een glad produkt, onverfijnd, luidruchtig, maar hij kreeg een onontkoombare meerwaarde doordat hij werd gedragen door zijn onderwerp: door scholieren uit Soweto die in opstand kwamen tegen racisme en onderdrukking. Mama!, Ngema's vijfde musical, is nog gladder, nog schreeuweriger, en nu volslagen onsubtiel. Het verhaal is slordig van opzet en vertelt breedvoerig en harkerig geregisseerd wat al vele musicals, van A Chorus Line tot Fame, vertellen, over een groep jonge dansers en zangers die alles op alles zetten om carrière te maken.

De dansnummers zijn snel en kittig en voorzien van een onophoudelijk brede grijns, maar zo modieus (wat breakdance hier, wat rap-handen daar en een jongetje voor wat tweedehands maar vertederend Michael Jackson-geflits) dat er weinig ruimte is voor eigen karakter. Enthousiasme en kittigheid gaan door voor virtuositeit. Bovendien wordt Mama! bepaald door brullerige symfonische rockmuziek, die de songs uitrekt en onverstaanbaar maakt en door zijn lijzigheid de acteurs noopt zich op te stellen als zangers die een concert geven waar personages op hun plaats geweest zouden zijn. De noten en tempi zijn voornamelijk ontleend aan de barok van doorsnee hedendaagse Amerikaanse song. Slechts bij toefjes bevat Ngema's muziek echo's van de rockmuziek uit de townships die destijds Sarafina! een eigen karakter verleenden. Het swingt, meer niet.

Anders dan Sarafina! bedekt Mama! elke politieke en sociale controverse en de ondertitel The Musical of Freedom lijkt slechts aangereikt door commerciele overwegingen. Er is sprake van een moeder met een dochter die wil dansen en zingen en een zoon die de buurtmafia leidt, er is een artistiek leider die die dochter op wil kweken tot Ster en zijn school financieel laat afhangen van diezelfde gangster. Deze dubbelhartigheid van moeder, leider en zusje annex Ster in spe blijft hangen in het luchtledige. De gangster is een bruut met een gleufhoed die één tapdance-pas kent. Hij gooit wat roet in het eten en beraamt een overval die, off stage, in een bloedbad ontaardt, maar iedereen draagt 'm op handen, zelfs als hij te kennen heeft gegeven slechts in geld geïnteresseerd te zijn. Men vindt elkaar tot slot in een gospelsong. Hysterisch beleden religieuze vervoering in folkloristische kostuums sleept het publiek mee. Dat al die passie voor The Lord nergens vandaan komt en zo te zien ook nergens heen gaat dondert blijkbaar alleen voor degenen die gegeneerd de zaal verlaten voor er sprake gaat zijn van applaus.