MINTSAUCE

Van huis uit is de gemiddelde Nederlander geen liefhebber van lamsvlees. Kosten noch moeite worden gespaard door de belanghebbenden om de consumptie van lamsvlees in Nederland op te krikken. Zowel voor lamsvlees van eigen bodem als voor geïmporteerd lamsvlees van overzee. Met de zomer in zicht organiseren British Lamb en Albert Heijn een Barbecue Festival voor Brits lamsvlees. De eerste twee weken van juli zullen in iedere AH supermarkt promotiepakketten met Brits Lamsvlees verkrijgbaar zijn, evenals handige barbecuetips en een folder met 'verrassende recepten'. Verrassend zijn ze zeker, die recepten. Nog voordat de kooltjes mogen gloeien in de barbecue, gebieden de in Engeland ontwikkelde recepten ons rigoreus al het vet van het lamsvlees af te snijden. Vet is zolangzamerhand een vloekwoord in de keuken geworden. Vlees mag van de consument geen vet meer hebben - althans hun oog wil geen vet aan vlees ontwaren - want dierlijk vet is slecht zo weten ze. En voor die wijsheid buigen zelfs De Engelse Vleesmeesters van het Lam.

De klant wordt gepaaid maar is het vlees daar wel bij gebaat? Het wonderlijke is dat er in vetbewust Nederland nog steeds gigantische aantallen frikadellen worden verorberd. Maar ja, er zit dan ook geen randje vet aan zo'n frikadel. Toch zouden wij de frikadel en zijn consorten uit ons leven moeten bannen opdat in ruil daarvoor de lamskoteletjes hun broodnodig randje vet kunnen behouden. (Lamsvlees bevat minder verzadigde vetzuren dan rundvlees). Dat vet geeft smaak aan het vlees, het zorgt er voor dat het vlees mals blijft en niet uitdroogt op de barbecue of onder de grill. Vlees heeft baat bij zijn vet dus gun die randjes hun glansrol. Niemand die voorschrijft dat die bescheiden en heerlijk krokant geworden vetrandjes van de gegrillde lamskoteletjes moeten worden opgegeten. Laat ze maar rustig liggen op het bord samen met de botjes - al is dat het laatste wat ik die randjes toewens. En om in Engelse tuinsferen te blijven, wat past beter bij barbecued lambchops dan mintsauce. Voor 4 personen:

24 gave takjes verse munt

2 eetlepels dragon- of ciderazijn

2 dessertlepels fijne tafelsuiker

Trek de blaadjes van de takjes munt af en maal ze samen met 2 eetlepels azijn fijn in een food processor of blender. Wrijf de muntpuree in een stenen vijzel tot een zo fijn mogelijke pasta. Doe de muntpasta over in een kom, roer er de suiker door en laat het mengsel staan tot de suiker is opgelost. Proef de muntsaus: ze moet fris, geurig en zachtzuur zijn met een klein zoetje op de tong. Voeg zonodig nog wat suiker of azijn toe. Zet de muntsaus tot gebruik, afgedekt met plastic folie, op een koele plaats. Maak de saus niet te lang van te voren want na 2 uur begint haar aantrekkelijk frisgroene kleur af te buigen naar diepere tinten. De smaak blijft goed maar de saus oogt wat minder mooi.