Hoge Raad: arrest over voorkennis HCS-top nietig

DEN HAAG, 27 JUNI. De Hoge Raad heeft de veroordeling van J. van den Nieuwenhuyzen, ex-topman van het industriële conglomeraat Begemann, wegens beurshandel met voorkennis vanochtend ongedaan gemaakt. Het hoogste rechtscollege heeft het arrest van het Amsterdamse gerechtshof van vorig jaar, waarin Van den Nieuwenhuyzen zes maanden cel kreeg, vernietigd en de hele zaak verwezen naar een nieuwe rechter, het gerechtshof in Den Haag.

De zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen is de afgelopen vier jaar uitgegroeid tot een testcase voor het openbaar ministerie wat de bestrijding van effectenhandel met voorkennis betreft. Deze beursfraude is sinds 1989 in Nederland strafbaar. Tot nu toe is er geen enkele veroordeling geweest.

De zaak tegen Van den Nieuwenhuyzen is de eerste die voor de rechter is gebracht. De Amsterdamse rechtbank sprak hem in april vorig jaar vrij, maar het gerechtshof gaf zes maanden cel plus een ton boete. Daarna trad Van den Nieuwenhuyzen terug als bestuursvoorzitter van het beursfonds Begemann, waarvan hij met zijn broer de helft van de aandelen heeft en waarvan de resultaten de laatste jaren zeer mager zijn.

De complexe voorkennisaffaire draait om een reddingsactie, in juli 1991, voor het wankelende automatiseringsbedrijf HCS. Van den Nieuwenhuyzen nam deel aan een financiële operatie die dit bedrijf overeind moest houden. Na een nachtelijk vertrouwelijk beraad met de banken van HCS verkocht hij de volgende dag meer dan 4 miljoen aandelen HCS. Daarop kelderde de koers van het noodlijdende fonds.

Van den Nieuwenhuyzen zei vanmiddag in een eerste reactie “heel blij” te zijn met de uitspraak. “Een zeer rechtvaardige uitspraak, want ik heb 15 miljoen gulden verloren aan HCS, niets gewonnen.”

Het hoogste rechtscollege volgt in zijn arrest de aanbevelingen van de advocaat-generaal, de adviseur van de Raad. De Hoge Raad vindt dat het Amsterdamse hof niet heeft vastgesteld of de koers van HCS na de bekendmaking van het reddingsplan zou stijgen of dalen. Het hof vond het voor een veroordeling voldoende als aannemelijk was dat de koers zou reageren op het nieuws van de reddingsactie. Volgens de Hoge Raad moet naar “objectieve maatstaven redelijkerwijs” te verwachten zijn dat de koers stijgt of daalt na de bekendmaking van de vertrouwelijke informatie.

Ook over het behaalde voordeel uit de transactie verschilt de Hoge Raad van mening met het Amsterdamse hof. De Hoge Raad ziet onvoldoende rechtstreeks verband tussen de verkoop van HCS-aandelen en behaalde winst. Het hof vond wel dat er voordeel behaald was.