Handtekening

Ze lachte me hartelijk uit, de vrouwelijke marechaussee, toen ze op Schiphol mijn paspoort controleerde: 'Uw paspoort is helemaal niet geldig!'

Ik heb het al drie jaar en het is geldig tot 1997, dus ik wou wel 's weten wat er mis aan was. Nu, dat was duidelijk. Mijn handtekening ontbrak. Al drie jaar. Al drie jaar door Europa gereisd zonder handtekening. Eindelijk liep ik tegen de lamp.

'Tekent u even', zei ze. Ik tekende en mocht Nederland in.

Wat men noemt een formaliteit. Blij overigens dat me dit niet in Afrika overkwam, of in Latijns Amerika. Hoe primitiever het land, des te meer hecht men aan formaliteiten. Een lege plaats in mijn beduimelde paspoort waar een handtekening had horen te staan zou me bij ontdekking de nodige trammelant hebben bezorgd.

Handtekeningen zijn zo langzamerhand dingen waar niemand meer naar kijkt. De laatste keer dat een handtekening van mij gelezen werd, bekeken en vergeleken, was in 1978, in Guadalajara, Mexico. Ik had een reischeque uitgeschreven, en getekend, de handtekening werd door de loketemployé vergeleken met die van mijn paspoort - en geweigerd. Ik kreeg geen geld. Want ziet u maar, uw handtekeningen zijn niet gelijk aan elkaar.

Ik vond dat onzin. 't Waren toch allebei mijn handtekeningen? Maar als ik eerlijk was, moest ik toegeven dat ze wel erg van elkaar verschilden: de een was een vijfhoekige ster en de ander een cirkel. Ik complimenteerde de man met zijn oplettendheid en liep naar buiten, naar een andere bank, met een nog niet getekende cheque, zette er mijn oude vijfhoek onder en kreeg mijn geld.

Wat ik hier uit meende te hebben geleerd was: nooit je handtekening veranderen. Maar elke handtekening slijt. Ik laat het nooit zover komen en zorg bijtijds voor een nieuwe. Natuurlijk gaan daar de nodige jaren mee heen. De vijfhoek was mij gedicteerd door de K van mijn achternaam; de cirkel, die tien jaar later kwam opzetten, door de G van mijn voornaam. Zoiets groeit. De laatste jaren geef ik wat extra aandacht aan de eindletter van mijn naam.

Misschien is het luxe. Mijn vader had zijn hele leven lang, tot zijn dood toe, dezelfde stevige, doch zwierige signatuur. Mijn moeder ook, zij het dat ze gewoon haar naam opschreef. Vrouwen hadden geen handtekening vroeger. Ik had mijn eerste handtekening toen ik twaalf was. De staart van de G was tegelijk de stok van de K, een ijzersterke ligatuur. Op mijn vijftiende, in mijn Duitse periode, schreef ik mijn naam mit zwei l, en umlaut. En zonder G, want ik wilde opeens niet meer weten van een voornaam.

Ik deed aan grafologie en leerde dat het 'arcadeschrift' een gesloten natuur, en het 'guirlandeschrift' een open natuur 'verraadt'. Een paar proefnemingen en enig nadenken leerden mij dat dit onzin was. Iemands schrift zegt weinig over zijn/haar karakter. Grafologie is een technisch vak, een onderdeel van de criminologie. En een handtekening is een esthetische aangelegenheid, waarin men zich kan uitleven. Ook als men gewoon moet tekenen. Ik zet er graag mijn pen verticaal voor op papier, als een Chinese kalligraaf.

In militaire dienst had ik veel tijd voor dit soort zaken. De tweede l was ik alweer kwijt, evenals de umlaut. Ik had een bijzonder eenvoudige, kleine, krachtige handtekening ontwikkeld. Recht, want mannelijk. Rond was vrouwelijk en ik wilde blijkbaar niet vrouwelijk zijn, in die jaren. Toen ik afzwaaide had ik de checklijst afgesloten met mijn handtekening. Ik was klaar. De kapitein hoefde alleen maar te tekenen. Dat deed hij ook. Hij zag mijn kleine handtekening nog bijna over het hoofd ('ik dacht dat er kut stond'), en wenste me het allerbeste.

Hij had gelijk. Het was geen gezicht. Dus: nieuwe wegen ingeslagen. Zo ben ik op de vijfhoek uitgekomen.

Het leven is in hoge mate geautomatiseerd. Handtekeningen zet ik nauwelijks meer. Geld, immers, krijg je via pincodes, van God gegeven getallen. Soms zet ik nog wel 's een paraaf, ergens. In mijn geval is dat gauw een kruisje.