Greenpeace en democratie (1)

Ik ben een liefhebber van de natuur. Daarom ben ik ook een vurig aanhanger van het Wereld Natuurfonds waaraan ik, na mijn kerkgenootschap, meestal mijn hoogste bijdrage per jaar geef. Ik gevoel mij echter beschaamd wanneer ik schepen van Greenpeace onder Nederlandse vlag zie varen. Dat piraten-clubje is mij door zijn actie-voering al lang een doorn in het oog. De actie van dat gezelschap tegen de Brent Spar heeft bij mij de maat doen overlopen.

“Lügen, lügen, immer lügen”, zei Jozef Goebbels, de propaganda-chef van het nazisme. Om te voorkomen dat men deze aanhaling als anti-Duitse interpreteert, wil ik daar wel aan toevoegen dat ik de kreet van de Franse radicalen: “calomniez-toujours, il en reste quelque-chose” (Ga altijd door met lasterpraat, er blijft altijd wat van hangen) evenzeer verafschuw.

In een democratische samenleving is er altijd een pers van de oppositie, althans een vrije pers om tegen laster en leugen op te treden. In zekere zin kan men het artikel van de heer Biersma op de opiniepagina van NRC Handelsblad van 20 juni als zulk een rechtzetting beschouwen. Hij bewijst dat Greenpeace allerlei leugens heeft rondgestrooid om de 'Groenen' op te jutten. Allereerst was het geval van de Brent Spar uniek omdat andere booreilanden niet voorzien zijn van grote opslagtanks, ten tweede wordt geen rekening gehouden met de eigenlijke minieme hoeveelheden verontreiniging waar het om gaat, zeker in vergelijking met de hoeveelheid zware metalen en olie die uit de Rijn in zee komen. Verder wordt vergeten dat Moeder Natuur ook opruiming houdt onder schadelijke stoffen door ze aan te tasten met micro-organismen. De rechtzetting van de heer Biersma wordt echter te niet gedaan door het slot van zijn artikel en de 'ludieke?' kop over David en Goliath.

De wereld zal nog wel lang opgescheept zitten met de gevolgen van de actie van Greenpeace in de zaak van de Brent Spar en het is te vrezen dat er andere - en ernstiger - avonturen zullen volgen.

    • G. Beelaerts van Blokland