Filippijnse vredesdialoog stuit op onderling wantrouwen

In Brussel zijn gisteren officiële vredesbesprekingen begonnen tussen de Filippijnse regering en het Nationaal Democratisch Front (NDF), het door communisten geleide gewapende verzet in de Filippijnen. Door de grote tegenstellingen liepen eerdere pogingen vrede te stichten op niets uit. En ook nu botsten de twee partijen terstond, naar aanleiding van de recente arrestatie van een communistenleider.

BRUSSEL, 27 JUNI. Ze noemden elkaar 'vrienden' en droegen dezelfde crèmekleurige barongs, de wijde Filippijnse overhemden. De communistische verzetsleiders en de vertegenwoordigers van de Filippijnse regering putten zich uit in vriendelijkheden, glimlachen op hun gezichten geëtst. Maar de jovialiteit was er voor de vorm. Hoezeer de twee gesprekspartners van mening verschillen en hoe groot de wederzijdse achterdocht is, bleek gisteren even nadat in het Internationale Perscentrum van Brussel een gezamenlijke verklaring was ondertekend over de praktische uitvoering van het vredesoverleg. De inkt was nog niet droog of Luis Jalandoni, leider van het Nationaal Democratisch Front, schortte de dialoog al weer op om zijn eis voor de vrijlating van de communistische commandant Sotero Llamas kracht bij te zetten.

Llamas, die zitting had zullen nemen in de NDF-delegatie, werd vorige maand door het leger opgepakt en dat was volgens Jalandoni in strijd met een in februari van dit jaar gesloten overeenkomst over voorlopige immuniteit voor onderhandelaars. “Wij eisen dat Llamas hier heen komt”, zei Jalandoni. Voor hem is de zaak een testcase voor de betrouwbaarheid van de regering. Manila vermoedt in de actie een list. President Fidel Ramos liet gisteren in een persoonlijke bemoeienis vanuit eigen land weten dat de naam van Llamas pas twee dagen geleden op de lijst van onderhandelaars namens het verzet is gezet en sprak van een “wild card”. Het NDF bestrijdt deze interpretatie ten stelligste. “Llamas is opgepakt overeenkomstig ons democratisch rechtssysteem en ik heb niet de bevoegdheid hem vrij te krijgen”, zei Ramos.

Hoe het ook zij: het is typerend voor de gang van zaken in de Filippijnen en voor het wantrouwen waarmee regering en verzet elkaar al jarenlang bejegenen. Van enige toenadering is geen sprake. In september 1992 al kwamen delegaties van het verzet en de regering in het Haagse Clingendael bijeen om 'voorbereidende besprekingen' te houden voor 'echte besprekingen'. Sinds die tijd had regelmatig 'vooroverleg' plaats. De vraag is waarover, want behalve over de gevangen genomen Llamas openbaarden zich gisteren weer precies dezelfde stekeligheden als drie jaar geleden. Voornaamste conflictpunt: een wapenstilstand. De onderhandelaar namens de regering, Howard Dee, bood een “eenzijdige opschorting van alle offensieve militaire operaties aan gedurende de tijd van de formele besprekingen”. Hij riep het verzet op een soortgelijke stap te zetten, maar daar wilde Jalandoni - net als in 1992, toen hij ook voor het NDF onderhandelde - niets van weten. “Een staakt-het-vuren dat niet goed is voorbereid zinkt weg in een poel van wederzijdse beschuldigingen over geweld”, aldus Jalandoni.

De verzetsleider toonde zich na afloop van de eerste ontmoeting met Dee wonderlijk genoeg toch optimistisch. “Ik geloof dat de onderhandelingen de komende dagen wel op gang zullen komen”, zei hij.

Het Filippijnse communistische verzet begon in 1969 met de stichting van het Nieuwe Volksleger (NPA), de gewapende arm van de communistische partij (CPP). Oprichter Jose Maria Sison stond een omvorming van de Filippijnse samenleving naar maoïstisch model voor en die lijn is tot heden gehandhaafd.

Na 1973, toen het democratische bestuur van president Ferdinand Marcos afgleed naar een dictatuur, konden de communisten op aanzienlijke sympathie onder de bevolking rekenen. Maar ze slaagden er nooit in de overhand te krijgen in de burgeroorlog.

Het NPA en de CPP, beide verboden, opereerden in die jaren hoofdzakelijk onder de semi-legale mantelorganisatie NDF, waarvan het hoofdkwartier sinds begin jaren tachtig in Utrecht is gevestigd; Sison verblijft sedert 1987 in Nederland, in afwachting van een status als politiek vluchteling.

De val van het bewind-Marcos, in 1986, bracht de communisten niet de door hen verwachte grote triomf. Het volk liep niet massaal over naar de gelederen van het NDF en besprekingen met de nieuwe regering van Corazon Aquino om een nationale verzoening te bewerkstelligen, liepen in 1987 op een mislukking uit. De burgeroorlog woedde voort - hij kostte tussen 1973 en 1992 aan meer dan 50.000 mensen het leven.

Pas na het aantreden van Fidel Ramos als president, in 1992, kwam er verandering in de politieke situatie. In een briljante strategische zet legaliseerde Ramos de CPP. Hij dwong de communisten zo hun ideologische pretenties waar te maken. Het leidde prompt tot diepgaande meningsverschillen in de partij en ook in het NDF. In beide groeperingen ontstonden schisma's. De militaire situatie verslechterde in de tussentijd voor de communisten; het aantal guerrillastrijders liep terug tot een geschat aantal van ongeveer 10.000 nu en hun territorium verkleinde.

Ramos bood in 1992 ook nieuwe vredesbesprekingen aan, die dus nog drie jaar op zich lieten wachten en waarvan de uitkomst zeer onzeker is. Sison, die namens de CPP gisteren in Brussel was, noemde de termijn “tamelijk snel voor Filippijnse begrippen”. Maar de gewiekste communistenleider weet dat de tijd in zijn nadeel is. De Filippijnse regering traineert waarschijnlijk bewust de dialoog, ervan uitgaande dat het NPA vanzelf zal doodbloeden en de CPP aan eigen ruzies ten ondergaat.

Bovendien heeft Ramos grotere zorgen, met name de islamitische guerrilla op de zuidelijke eilanden Mindanao en Sulu. In tegenstelling tot hun communistische soortgenoten is de moslim-rebellie, die ook al meer dan 25 jaar oud is, de laatste jaren aanzienlijk krachtiger geworden. Het aantal strijders is gegroeid, de aanslagen worden groter en talrijker. Het Filippijnse leger dreigt de greep op de situatie in het zuiden te verliezen.

Verder heeft Ramos nog altijd rekening te houden met de RAM (Reform the Armed Forces Movement), een rechtse beweging in het leger die onder Aquino een aantal malen tevergeefs heeft gepoogd de macht te grijpen. De gewezen generaal Ramos is er als typische vertegenwoordiger van het militaire establishment in geslaagd de opstandige militairen voorlopig te pacificeren, volgens hetzelfde recept dat hij op de communisten toepaste: legalisering. Zo mocht de voortvluchtige RAM-voorman 'Gringo' Honasan vorige maand in alle openheid kandidaat staan bij de congresverkiezingen.

Fidel Ramos - Steady Eddy - wil er met zijn pacificatiepolitiek voor zorgen dat zijn land, nu nog het zielige achterblijvertje van het Verre Oosten, meedoet aan de Oostaziatische economische boom. Daarvoor heeft Ramos wel de steun nodig van de Filippijnse 'massa'. Om de communisten de laatste wind uit de zeilen te nemen nam regeringsonderhandelaar Howard Dee gisteren grotendeels de agenda van het NDF over. “Het gebrek aan vrede heeft zijn wortels in de nijpende armoede van velen en in de onbillijke sociale structuren die onrechtvaardigheid en ongelijkheid bestendigen”, zei Dee. De oplossing van de regering loopt echter niet via de revolutie maar “langs de weg van hervorming”. Dat is niet nieuw: ook Ferdinand Marcos propageerde ooit sociale hervormingen. Maar daar kwam niets van terecht, vooral door zijn eigen onwil. Ramos, een neef van Marcos en politiechef tijdens diens bewind, wil een nieuwe poging wagen.