EU kiest pas bij top Madrid naam voor Europese munt

CANNES, 27 JUNI. De regeringsleiders van de Europese Unie kiezen eind van dit jaar op de Europese top in Madrid een naam voor de Europese eenheidsmunt. Ook zal in Madrid het definitieve scenario worden opgesteld voor invoering van de Economische en Monetaire Unie (EMU) per 1 januari 1999.

De Europese regeringsleiders en het Franse en Finse staatshoofd hebben dat gisteren besloten op hun tweedaagse topontmoeting in het Zuidfranse Cannes. De Europese raad volgt hiermee de aanbevelingen van de EU-ministers van financiën, die eerder deze maand al de politieke vaststelling deden dat invoering van de derde en definitieve fase van de EMU, en daarmee van de Europese eenheidsmunt, per 1 januari 1997 niet haalbaar is. Het verdrag van Maastricht bepaalt dat in dat geval automatisch wordt gekozen voor 1999.

Niet bekend

Het besluit om het scenario van de EMU pas in Madrid op de agenda te zetten, is een teleurstelling voor voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie. Santer had de afgelopen tijd betoogd dat het vooral van psychologisch belang zou zijn om al in Cannes een nieuwe naam voor de eenheidsmunt te lanceren. De thans nog gangbare term ECU is voor Duitsland onaanvaardbaar als benaming voor de toekomstige munt. Minister Zalm zei dat Nederland zich daar niet zo druk maakt over maakt, zolang er maar geen “pornografische” term wordt gebruikt. Het idee om alle bestaande munten in de EU te voorzien van het voorvoegsel 'EMU' is volgens hem “ook een mogelijkheid”.

Groot-Brittannië verzet zich niet tegen de EMU, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat land zelf zal deelnemen, zo heeft premier Major tot dusver altijd gezegd. Het koninkrijk trad in 1992 uit het Europees Monetair Stelsel. Tot woede van de Eurosceptici heeft premier Major evenwel geweigerd om deelneming aan de EMU uit te sluiten. De deze zomer vertrekkende minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, heeft op persoonlijke titel gezegd dat hij vindt dat er in Groot-Brittannië een referendum over de EMU moet worden gehouden.

Of die in het vooruitzicht wordt gesteld, hangt vooral af van de uitkomst van de strijd om het leiderschap die thans binnen de Britse conservatieve partij is uitgebroken. Gisteren in Cannes deed de in eigen land belaagde Major geen nadere uitspraken over het EMU-lidmaatschap van zijn land. Wel zei hij dat bij de studie naar de introductie van de EMU ook de vraag aan de orde moet worden gesteld wat de verhouding zal zijn tussen de EU-lidstaten die wel deel uitmaken van de EMU-kerngroep en zij die er buiten vallen. Waarschijnlijk zullen de regeringsleiders besluiten om een speciale werkgroep van wijzen aan het werk te zetten. Behalve om politieke reden zal ook een aantal EU-lidstaten in 1999 niet tot de EMU kunnen toetreden, omdat ze niet voldoen aan de financieel-economische criteria. Als de EMU volgens planning in 1999 van start gaat, zullen de deelnemende landen hun begroting in 1997 al in orde moeten hebben. Gezien de noodzakelijke voorbereidingstijd zal de selectie voor de EMU al in de tweede helft van 1997 geschieden.