Een passant

De vakantie is in aantocht en dus acht VVD-leider Bolkestein de tijd gekomen om de kwestie aller kwesties van onze twintigste eeuw definitief af te handelen. Wat hele batterijen Duitse en Russische historici de afgelopen dertig jaar maar niet voor elkaar konden krijgen, heeft Bolkestein deze week in een handomdraai gerealiseerd: de definitieve en volledig geobjectiveerde ranglijst van politieke misdadigheid.

Die wordt volgens Bolkestein niet door Hitler aangevoerd maar door Stalin (Mao is kennelijk te ver weg). Alleen al daarom zouden ex-CPN'ers, net als NSB'ers na 1945, niet “volop aan de bak” mogen komen. Zij het dat een “schrijfverbod” niet aan de orde hoeft te komen.

De Historikerstreit eindelijk overzichtelijk beslecht. Aan een kwart pagina in de Nieuwe Revu heeft Bolkestein genoeg om het oeuvre van Fischer, Bracher, Sontheimer, Jäckel, Hillgruber, Volkogonov, Gefter, Nalepin en anderen samen te vatten. Dat is een ongekende intellectuele prestatie van Bolkestein. En pijnlijk voor al deze historici, die de cruciale vraag naar overeenkomsten en verschillen tussen nationaal-socialisme en communisme veel eerder, veel uitvoeriger en voor hun landgenoten veel ingrijpender hebben proberen te behandelen. Op een achternamiddag verslagen door een passant uit Nederland, dat was hen niet eerder overkomen.

Maar los daarvan roept de historiografie van Bolkestein één formele vraag op die de politicus Bolkestein nu eveneens zou moeten beantwoorden. De vraag of het wetboek van strafrecht ook van toepassing is op de voormalige CPN'ers. Als er een analogie is tussen de NSB gedurende de Duitse bezetting en de CPN ten tijde van de koude oorlog is er conform artikel 93 en 94 immers sprake van een “aanslag met het oogmerk het Rijk onder vreemde heerschappij te brengen” of de “grondwettige regeringsvorm te vernietigen”. Voor die liberale ex-wethouder uit Lelystad, die zijn politieke carrière ooit bij de CPN begon, zou dat hoe dan ook tot postuum royement uit de VVD moeten leiden.

In het verlengde rijst vervolgens de vraag wie zich tussen 1945 en 1948 alsmede vanaf 1970 schuldig hebben gemaakt aan medeplechtigheid aan dit delict. De oprichter van de VVD, burgemeester Oud van Rotterdam, zou dan wel eens niet vrijuit kunnen gaan. Hij heeft immers in in het college van B en W vrijwillig met CPN'ers samengewerkt. Om nog maar te zwijgen van al die mindere goden uit Bolkesteins partij die dat tot 1948 en na 1970 ook hebben gedaan.