Een ander gezicht

In de jaren dertig voetbalde bijna geen Nederlander bij een Engelse profclub. Ja, je had Gerrit de Keizer, die van Ajax kwam en voor Arsenal ging spelen, maar als amateur. Verder is er sprake van geweest dat Kick Smit, die uitnemende linksbinnen van Haarlem, voor een Engelse club zou gaan spelen, maar het was de vraag of hij er flink geld had kunnen verdienen, want de vakbonden daar zouden het wellicht hebben verhinderd en bovendien had Karel Lotsy het hem dringend afgeraden. Voetballers hoorden destijds dicht bij huis te blijven en de Britse voetballerij vormde een nogal gesloten gemeenschap, waartegen de rest van de wereld hoog opkeek. Toen na de Tweede Wereldoorlog de Duitse krijgsgevangene Bert Trautmann bij Manchester City tussen de palen kwam te staan, was dat niet minder dan een sensatie - en hij was zowel goed als goedkoop.

Maar kijk nu eens. Eric Cantona liet zich maar al te graag losweken uit Frankrijk, de ene Rus na de ander trok naar de Britse Eilanden, de al zeer beroemde Jürgen Klinsmann verruilde de Italiaanse goudkust voor Noord-Londen waar hij voor Tottenham Hotspur speelde en jaren eerder waren Frans Thijssen, Arnold Mühren en Hans van Breukelen al in de Engelse provincie neergestreken. Die zijn onlangs gevolgd voor Bryan Roy bij Nottingham Forest. Glenn Helder bij Arsenal, Ruud Gullit bij Chelsea, De Freitas en Sneekes bij Bolton Wanderers, Jeroen Boere bij Westham United. En dit lijstje is nog allesbehalve compleet. Bovendien is Schotland nog niet genoemd en daar keept Theo Snelders al jaren, terwijl de produktieve Pierre van Hooydonk tegenwoordig zijn geld bij Celtic verdient. En nu dan Dennis Bergkamp ook nog.

Wat is dit allemaal? Er was een tijd, dat de Italianen de schotvaardigste aanvaller van Engeland naar hun land haalden. Jimmy Greaves was dat en hij was er doodongelukkig. Zat hij 's avonds op zijn eigen balkon zijn eigen biertje te drinken, stormde zijn coach Nero Rossi het huis binnen en kafferde hem de huid vol. Greaves was snel vertrokken en pakte zijn geluk en zijn vele doelpunten op de Britse Eilanden weer op. De vraag is, of het andersom wèl lukt. Het lijkt er inderdaad op, al is het dan niet altijd zo geweest. Ik herinner me, hoe Mühren en Thijssen het eerste half jaar van hun gindse verblijf de ballen hard en hoog over hun middenveld zagen heensuizen, zodat zij hun techniek en spelinzicht maar mondjesmaat kwijt konden. Later werd dat beter, maar Engelse voetballers hebben nog steeds de reputatie met verre trappen 'gauw thuis' te willen zijn. De bal dient zeer rap het strafschopgebied te bereiken. Dat dit zowel de zwakte als de kracht van het Britse voetbal uitmaakt, is een feit, maar de eenzijdigheid (die vaak als primitief voorkomt) heeft vaak verhinderd dat men elders op hun voetbalopvattingen neerkeek.

Maar dat zou op termijn best eens kunnen veranderen. Wie voor Bergkamp, Gullit en Roy kiest, die streeft iets anders na dan kick and rush. En mocht dat niet waar zijn, dan zijn het alle drie miskopen. De conclusie moet dus zijn, dat de Britten aan verandering toe zijn. Ze zullen niet volledig overstag willen, maar met behoud van bepaalde Engelse eigenschappen als doorzettingsvermogen en lichamelijke kracht zullen ze toch meer raffinement in hun ploegen willen stoppen - en daarvoor dienen begaafde buitenlanders. Om die te integreren zal nog enig water door de Thames moeten stromen. Het Engelse voetbal gaat een boeiende tijd tegemoet. Het voetbal daar gaat op weg naar een ander gezicht.