'Dokumenta' kan A'dam culturele uitstraling geven

AMSTERDAM, 27 JUNI. Met een Dokumenta-achtige manifestatie krijgt Amsterdam internationaal meer culturele uitstraling. Een dergelijke grote vierjaarlijkse beeldende-kunstmanifestatie moet, weliswaar op bescheidener schaal dan de Dokumenta in het Duitste Kassel, een breed overzicht bieden van ontwikkelingen in de de meest recente internationale kunst. Dat adviseert de Amsterdamse Kunstraad in het rapport Amsterdam als kunstenstad in de periode 1997-2000, een reactie op het discussiestuk dat wethouder van cultuur Ernst Bakker, drie maanden geleden uitbracht over de toekomst van Amsterdam als kunst-en cultuurstad.

Als actueel internationaal kunstencentrum komt Amsterdam volgens de Kunstraad onvoldoende uit de verf. De culturele uitstraling van de hoofstad wordt hoofdzakelijk bepaald door het verleden: de architectuur van de grachtengordel, Rembrandt en Van Gogh. Van de internationale contacten en buitenlandse culturele instellingen die in Amsterdam voor handen zijn, wordt volgens de raad onvoldoende gebruik gemaakt.

De Kunstraad pleit daarom voor een 'literatorenhuis', waar regelmatig ontmoetingen kunnen plaatsvinden met de buitenlandse schrijvers, vertalers en uitgevers die Amsterdam frequent bezoeken. In de podiumkunsten moeten los van de festivals meer co-produkties en bijzondere projecten met buitenlandse gezelschappen komen. Een variant op de Dokumenta moet contacten tussen beeldend kunstenaars bevorderen.

De diversiteit in kunstvormen en de wisselwerking tussen groot-en kleinschalig aanbod dat Amsterdam volgens de Kunstraad kenmerkt, loopt het gevaar te verschralen. De kortingen op grote, gevestigde gezelschappen ten behoeve van de kleinschalige, incidentele projecten zijn zorgwekkend. Tengevolge van spreidingsbeleid van het Fonds van Podiumkunsten, waarbij eisen worden gesteld aan afzet en eigen inkomsten, komt de Amsterdamse Kunstraad onder financiële druk te staan. Temeer omdat het basisinkomen voor kunstenaars, volgens plan van minister Melkert van sociale zaken en staatssecretaris Nuis van cultuur, verondersteld dat kunstenaars een beperkte periode van hun loopbaan onvoldoende inkomsten uit hun werk verwerven om er van te kunnen leven. Volgens de Kunstraad zullen projecten daarom op afzienbare termijn volwaardig gesubsidieerd moeten kunnen worden.