Brievenbusbeleid

In haar ten diepste gewaardeerde, want consequent volgehouden rubriek 'Literaire tijdschriften' van 13 juni achtervolgt Margot Engelen mijn collega Ronald Dietz en mij als Maatstaf-redacteuren met haar - voortdurende - verdenking van een brievenbusbeleid. Nu is in de eerste plaats de kopij die normaliter via de post binnenkomt de belangrijkste voedingsbron voor elk literair tijdschrift. Redacties kunnen geen nieuwe talenten en kopij zelf bedenken of verzinnen; die kopij moet gewoon gestuurd worden. Literaire tijdschriften behoren méé podia voor beginners te zijn en die melden zich per brievenbus. Ik kan me uit een kwart eeuw redacteurschap voor Maatstaf de brievenbus als in dezen zeer functioneel herinneren - aldus hebben bijvoorbeeld auteurs als Hotz en Tessa de Loo op hun eerste podium gedebuteerd.

In de tweede plaats is het per se niet juist dat voor het door Margot Engelen gewraakte maartnummer de brievenbus werd geleegd. De bijdragen komen juist voort uit wat een tweede taak van een redactie is: stukken entameren. Het artikel over Jünger ter gelegenheid van diens honderdste verjaardag werd gevraagd, evenals dat over de supporterstaal en dat over de relatie Boon-Minne. De bijdragen van Klaus Siegel en Solange Leibovici vloeiden voort uit redactioneel contact dat de redactie allang met hen heeft. Wát is dan het volgens Margot Engelen 'verplichte' aan dit nummer?