Belgen meer op overnamepad in Nederland

ROTTERDAM, 27 JUNI. Het Belgische bedrijfsleven kiest in Nederland steeds frequenter het overnamepad. Uit een vanmorgen gepubliceerd onderzoek van KPMG Corporate Finance blijkt dat Belgische ondernemingen in de periode 1989 tot 1995 32 Nederlandse bedrijven kochten.

Van die transacties kregen er tien vorig jaar hun beslag. De meeste belangstelling toonden de Belgen voor bedrijven in de verzekeringsbranche, metaal en techniek.

et aantal overnames daarentegen door Nederlandse bedrijven in België neemt snel af. Werden in 1989 nog 26 overnames bij de Zuiderburen geregistreerd, vorig jaar waren dat er nog maar 15. Volgens KPMG vonden tussen beide landen in de afgelopen zes jaar 226 transacties plaats. Het betreft daarbij naast overnames ook fusies en andere vormen van samenwerking. Van de 226 werden er 141 overnames en participaties (62 procent) gepleegd door Nederlandse ondernemingen in België en 45 overnames en participaties (20 procent) door Belgische ondernemingen in Nederland. Het restant van 40 (18 procent) bestond uit fusies en samenwerkingsverbanden.

Onderzoeker drs. J. van Rooijen van KPMG verklaart het toenemend aantal overnames door Belgische ondernemingen uit een toenemend bewustzijn van het gevaar van de uitverkoop, die in België de laatste jaren heeft plaatsgehad. In 1968 werd van de Belgische industriële toegevoegde waarde 22 procent door buitenlandse ondernemingen gerealiseerd. In 1990 was dat percentage opgelopen tot 59 procent. “Cijfers die indiceren dat de buitenlandse invloed in België zeer groot is”, constateert Van Rooijen. “Het tij lijkt nu echter te keren, Niet alleen neemt de Belgische fusie en overname activiteit richting Nederland toe, maar ook richting andere landen, voornamelijk Frankrijk”.

Volgens de onderzoeker is het bij deze trend van belang te bedenken dat ondernemingen vaak nationaal beginnen, maar zich in België tegenwoordig sneller internationaal oriënteren. “Dit leidt niet direct tot het terugkopen van verloren ondernemingen. Eerder is sprake van twee- in plaats van één richtingsverkeer”, ontdekte Van Rooijen. “Het gevolg is dat Nederland en vooral het Belgische Vlaanderen, waar 90 procent van de Nederlandse overnames plaatsvindt, steeds minder als seperate overnamemarkten worden gezien.” Het twee-richtingsverkeer komt ook tot uiting in de wijze waarop Nederlandse ondernemingen activiteiten in België ontplooien. “Belgische ondernemingen laten zich niet meer zo snel overnemen. Ze kiezen steeds vaker voor een joint venture of een samenwerkingsverband, waardoor de zeggenschap gedeeltelijk in Belgische handen blijft”, stelde de onderzoeker vast.

Hij verwacht dat de overname activiteiten van zowel Nederland als België steeds meer bepaald zullen worden door ontwikkelingen binnen branches. Oorzaak daarvan is naar Van Rooijens mening dat branches in beide landen steeds vaker als één markt worden beschouwd. Ontwikkelingen die specifiek zijn voor de verschillende branches zullen de toon zetten. Als voorbeeld geeft de onderzoeker de bank en verzekeringsbranche: “Het verschijnsel van bancassurance (het aanbieden van bank- en verzekeringsprodukten door één onderneming, red) en het openstellen van nationale markten heeft al een verhoogd aanbod van potentiële fusiepartners te zien gegegeven”. Zoals recentelijk ook de Belgische Generale Bank die met de beoogde overname van Credit Lyonnais Bank Nederland een voet tussen de deuren van de grote Nederlandse banken wil zetten.