Alles onder controle, is de boodschap uit Kairo

KAIRO, 27 JUNI. Doodkalm en losjes gebarend stond Hosni Mubarak daar gisteren, voor een levensgroot portret van zichzelf, op het vliegveld in Kairo uit te leggen wat hem een paar uur eerder in Addis Abeba was overkomen. “Ik hield mijn hoofd de hele tijd koel”, zei de Egyptische president met een glimlach, alsof zoiets normaal is als je auto onder vuur wordt genomen. “Er is een God en niemand zal langer leven dan hij is voorbestemd.” Mubarak (67) liet zich zelfs herhaaldelijk interrumperen, iets dat hij op andere persconferenties vrijwel nooit tolereert.

Zelden komt het imago van een president die zojuist aan de dood is ontsnapt zo perfect overeen met het beeld dat de staatsmedia uitdragen. Alles onder controle, dat is de boodschap. Vandaag liet de Egyptische televisie, net als gisteren, oude beelden zien van Mubarak en zijn vrouw Suzanne tijdens een banket in Kairo - links en rechts een praatje makend, handen schuddend, minzaam knikkend en steeds met die waardige glimlach. Ook zijn de beste momenten van Mubaraks staatsbezoek aan Japan, maanden geleden, uit de archieven gehaald. Zo nu en dan worden die films onderbroken door actuele opnamen. De president krijgt ruikers van kleine meisjes in witte kanten jurken. De president zwaait op zijn balkon naar een joelende menigte die zich met vlaggen en afbeeldingen van hun ra'is (leider) op het gazon voor zijn paleis heeft verzameld.

Maar op straat in Kairo halen veel mensen hun schouders op. Zij zijn blij dat de president nog leeft, maar verder is de aanslag geenszins het gesprek van de dag. “Het is routine voor ons”, zegt Ahmed Baraki, die in het centrum een bric-à-brac-winkeltje runt. “Er zijn al zoveel aanslagen op de president geweest.” Waar hij veel liever over wil praten, is over een Egyptische dokter die laatst in Saoedi-Arabië tachtig stokslagen kreeg in het bijzijn van de schoolklas van zijn zoon. Of over de zangeres die door een Koeweitse journalist van drugsgebruik werd beschuldigd. Dàt houdt de mensen bezig.

Er zijn verscheidene verklaringen voor die laconieke houding. Ten eerste zijn er al zeker vier aanslagen op Mubarak gepleegd in de dertien jaar dat hij Egypte nu regeert. Insiders houden vol dat het werkelijke aantal veel hoger ligt. Zo zou Mubarak onlangs tijdens een bezoek aan Algerije aan de dood zijn ontsnapt. Die gebeurtenissen worden buiten de pers gehouden, bezweert de oppositie. Het enige wat Egypte ervan merkt is dat er plotseling een paar moslim-extremisten ter dood worden veroordeeld. En dat het aantal politieagenten op straat verder wordt opgevoerd. Wat de meeste Egyptenaren dit keer vooral verbaast is niet dat er wéér een aanslag is geweest, maar dat er zo'n show van wordt gemaakt.

De tweede verklaring, zegt een oppositieleider die anoniem wil blijven, is dat niemand precies weet wat er is gebeurd. Het enige dat zeker is, is dat Mubarak onderweg was naar een topconferentie van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE) waarin het onderwerp 'terrorismebestrijding' ironisch genoeg bovenaan de agenda stond. De rest is vaag. Waarom hebben de schutters machinegeweren gebruikt en niet de raketwerpers die zij ook hadden, en waarmee zij Mubaraks kogelvrije auto met gemak hadden kunnen doorboren? Hoe komt het dat de minister van buitenlandse zaken, die voorop in het konvooi reed, er ook zonder schrammen afkwam? Waarom zaten Mubaraks lijfwachten allemaal in één auto? Vanwaar de directe toespelingen op de betrokkenheid van het fundamentalistische regime in buurland Soedan? Ook de trefzekerheid waarmee het presidentiële gezelschap rechtsomkeert maakte, terug naar het vliegveld, terug naar huis, roept vragen op. Waarom was er geen enkele verwarring? Misschien, oppert de oppositieleider, was het wel afgesproken werk.

Op dit soort vragen, weten de Egyptenaren uit ervaring, volgt meestal toch geen bevredigend antwoord. Zeker is alleen dat de president, met het oog op de parlementsverkiezingen in november, een opsteker wel kan gebruiken. In eigen land wordt hij gekritiseerd wegens de nederlaag tegen Israel inzake het Non-proliferatieverdrag in april, wegens de wet waarmee hij de pers hoopt te beknotten en wegens de toenemende militaire druk waarmee hij de islamitische oppositie op afstand probeert te houden. De mislukte aanslag stelt de president in de gelegenheid om zich te profileren als de vader des vaderlands. “Hij doet ons al onze ruzies vergeten”, zegt een oude man op het presidentiële gazon met tranen in zijn ogen. “Vandaag besef ik waar het eigenlijk om gaat in Egypte: willen wij een nationale regering, of willen wij een islamitische regering? Leve de president!”

Analisten zeggen bovendien dat zowel de aanslag als het Egyptische antwoord “alles onder controle” een directe boodschap is aan het adres van Amerika. De Amerikaanse steun aan Egypte (jaarlijks 2,3 miljard dollar) staat ter discussie. Egypte doet nu verwoede pogingen om Washington ervan te overtuigen dat het Amerikaanse subsidie nodig heeft om het internationale terrorisme te bestrijden.