Advies: zoek aansluiting bij Bonn en Parijs

DEN HAAG, 27 JUNI. Nederland moet aansluiting zoeken bij een kopgroep van Frankrijk en Duitsland binnen de Europese Unie. Europa wordt dan slagvaardiger, wat noodzakelijk is nu integratie stagneert en de Verenigde Staten meer afstand nemen van Europa. Zo'n keuze betekent wel dat Nederland binnenlandse politiek en mores zal moeten aanpassen.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in zijn rapport 'Stabiliteit en veiligheid in Europa; het veranderende krachtenveld voor het buitenlands beleid', dat vandaag is uitgekomen. Er is natuurlijk een andere optie denkbaar, schrijft de Raad, die inhoudt dat afbrokkeling van de integratie wordt voorkomen en Nederland verder de handen vrijhoudt. Op termijn zal dat niet werken, verwacht de Raad.

Het advies aan de regering komt op een moment dat het kabinet vrij ver gevorderd is met de 'herijking' van het buitenlands beleid, een exercitie om middelen en mankracht te bundelen en te herschikken. Economisering van buitenlands beleid, het benutten van kansen in met name Aziatische landen die zich met grote vaart economisch ontwikkelen, is daarbij het wachtwoord. Samen met de begroting zal het rapport van de regering over de herijking op Prinsjesdag naar Eerste en Tweede Kamer worden gestuurd.

De Wetenschappelijke Raad schrijft dat de veiligheidssituatie in Europa na 1989 drastisch is gewijzigd. In Europa is nu sprake van meer beperkte dreigingen en conflicten, 'veenbranden', die de Westerse bondgenoten op verschillende wijze aangaan. De veiligheid van het Westen is niet langer ondeelbaar en de economische ontwikkeling is daar onderdeel van geworden. Dit leidt tot een nieuwe rolverdeling in de transatlantische samenwerking, waarbij de Europese NAVO-partners meer voor hun eigen veiligheid zullen moeten opkomen.

Nederlands beleid zal in de komende jaren gericht moeten zijn op de bevordering van samenhang. Verbrokkeling in Europa moet worden tegengegaan. Binnen EU en NAVO zal Nederland moeten streven naar een zo groot mogelijke samenwerking en bereid moeten zijn mee te werken aan aanpassingen in de lastenverdeling. BIj die aanpassingen op langere termijn zullen kosten voor de baten uit kunnen gaan. Nederland zal ten slotte bij handels- en ontwikkelingsbeleid meer aandacht moeten geven aan landen in Midden- en Oost-Europa, aldus de Raad. De 'allergie' voor het gedrag van grote staten binnen Europa zal Nederland moeten onderdrukken.

Zoekt Nederland geen verdere aansluiting bij Frankrijk en Duitsland dan raakt de Europese integratie achterop en is het gevaar van 'spelverruwing' levensgroot. Dat heeft als gevolg een geringere aandacht voor de kleine lidstaten en een nog dominanter Duitsland. De handelingsbekwaamheid van Europa zal dan nog verder achteropraken.

Pag. 2: Raad: niet onderste uit de kan halen

Gaat het straks over de rechten van de kleine lidstaten binnen de Europese Unie, als in 1996 het verdrag van Maastricht over de verschillende pijlers van de Unie wordt herzien, dan dient Nederland volgens de raad een pragmatische opstelling in te nemen als het gaat om stemmenweging van de Raad van Ministers, de samenstelling van de Europese Commissie en het voorzitterschap van de Europese Unie. De wens om het onderste uit de kan te halen zal volgens de Raad moeten worden weerstaan. Nederland moet binnen de Unie niet altijd uit zijn op consensus, niet altijd de 'trouwe bondgenoot' of 'meest communitair gezinde EU-lidstaat' zijn, maar waar nodig een harde en duidelijke opstelling moeten kiezen.

Nederland is na het wegvallen van de twee machtsblokken die de wereld beheersten ook 'de automatische piloot' voor het bepalen van de buitenlandse politiek kwijtgeraakt. Nederland zal in de komende periode vaker eigen standpunten moeten innememen op terreinen waar dit tot dusver nauwelijks het geval was, zoals ten aanzien van de Frans-Duitse samenwerking. Nauwere betrokkenheid daarbij zal aanpassingen vergen van inhoudelijk beleid, maar wellicht ook van politieke gedragsregels.

Wrijvingen over zaken als asielbeleid en drugs kunnen van invloed zijn op de marges voor effectieve samenwerking. Die samenwerking vooronderstelt afstemming van of tenministe informatie en consultatie over beleid. Eventuele ergernis over Nederlands handelen brengt derhalve ook in de binnenlandse verhoudingen onontwijkbare veranderingen met zich mee. In het algemeen zal volgens de raad de relatie tussen binnenlandse voorkeuren en buitenlandse verplichtingen anders komen te liggen.