Zwart Zuid-Afrika juicht voor witte Boerensport

JOHANNESBURG, 26 JUNI. De zestiende man van het Zuidafrikaanse rugbyteam kwam ruim voor de WK-finale op. Tussen de blauwe blazers op het ereterras staken zijn groene Springbokshirt met nummer zes en de teampet op zijn grijze haar mooi af. Toen de tribunes hun president ontwaarden begon het “Nel-son, Nel-son” door het stadion te dreunen. Hij lachte breeduit en zwaaide. De mannen in blazers haalden haastig hun pocketcamera tevoorschijn voor dit souveniertje rugbygeschiedenis.

Wie kan verliezen met Nelson Mandela in het teamshirt op de tribune? Wie kan verliezen als zwart Zuid-Afrika na decennia van haat tegen de blanke Boeren-sport de Springbokken als 'Onze Jongens' massaal steunt? Het toernooi om de wereldbeker rugby kreeg zaterdag in Johannesburg zijn gedroomde einde. In een zenuwslopende finale plus verlenging versloeg Zuid-Afrika met 15-12 de oude rivaal Nieuw Zeeland. Een aan sport verslaafd land, jarenlang aan de zijlijn wegens de anti-apartheidsboycot, herwon zijn zelfrespect.

De extase die erop volgde was in Zuid-Afrika niet gezien sinds de verkiezingen van vorig jaar. Overal in het land barstte een massaal straatfeest los. Toeterende auto's, waar de Zuidafrikaanse vlag uithing, reden in file door de straten. Zuidafrikanen namen ongeacht huidskleur of alcoholgehalte een landgenoot aan de arm en dansten de zwarte strijddans, de toyi-toyi, of de sakkie-sakkie-Boeredans. In de cafés hosten de fans op de nationale rugbyhymne Shosholoza, het traditionele lied van de zwarte mijnwerkers, of de carnavaleske hit Daar kommie Bokke. Met hulp van de rugbysport hielp Zuid-Afrika weer wat muren omver.

Nelson Mandela heeft een zuivere antenne voor gelegenheden die een nationale identiteit kunnen boetseren. Sport is dat bij uitstek in Zuid-Afrika. Hij greep het zes weken durende rugby-toernooi aan om een wij-gevoel te kweken. Tijdens zijn detentie op Robbeneiland had Mandela zoals alle zwarten voor de televisie de tegenstanders van de Springbokken toegejuicht. Nu riep hij met de Springbokpet op het hoofd zijn zwarte gehoor in het land op het rugbyteam te steunen. “We moeten achter ze staan. Ze zijn onze trots. Wij willen deze beker winnen, want we zijn een jonge natie en een sterke natie.” De president bracht een bezoek aan het team en belde aanvoerder François Pienaar daags voor de finale zelfs nog van het trainingsveld voor wat laatste tips. “Hij is nerveuzer dan wij”, concludeerde Pienaar.

Mandela's promotiewerk slaagde wonderwel. In de zwarte gemeenschap, vanouds meer geïnteresseerd in voetbal, greep de rugbykoorts sterker om zich heen naarmate Zuid-Afrika door overwinningen op Australië, Roemenië, Canada, West-Samoa en Frankrijk verder doordrong in het toernooi.

Pag. 15: Amabokoboko legt Lomu aan banden

Zwarte kranten verzonnen tijdens het WK-rugby zelfs een nieuwe Afrikaanse naam voor de Springbokken: “Amabokoboko”. Zwarte waarzegsters voorspelden dat Pienaar en zijn mannen het zouden redden tegen Nieuw-Zeeland. De rugby-spelers die pas een paar jaar verlost zijn van hun paria-status, wisten niet wat hen overkwam. “Door de steun van de hele natie was ik er drie weken geleden al van overtuigd geraakt dat we niet kònden verliezen”, bekende teammanager en befaamd oud-Springbok Morné du Plessis zaterdag na de wedstrijd. “Dat gevoel was zó sterk: als we elke avond waren gaan feesten, waren we er nog doorheen gekomen.”

In dat klimaat deed het er niets toe dat de finale in het Ellis Park-stadion in Johannesburg zaterdag een exclusief blank partijtje was. Rugby blijft vooralsnog een blanke sport en de toegangskaartjes zijn voor veel zwarten te duur. Zwarten waren er wel - als kaartjesscheurders, koffieverkopers of president. “Dat geeft niets”, zei een wijze zwarte veiligheidsbeambte. “We groeien op den duur wel naar elkaar toe. Rugby heeft ons de afgelopen weken verenigd.”

De 65.000 toeschouwers lieten zich vooraf door een zwarte zanger de woorden van Shosholoza leren. Ze keken vooraf naar Zoeloe-dansen. Duizenden zwaaiden met de nieuwe Zuidafrikaanse vlag. De vlag van het oude Zuid-Afrika, de vierkleur, was nauwelijks te zien. Twee jaar geleden was het wuiven van de vierkleur bij rugbywedstrijden nog een manifestatie van blank protest tegen verandering. Zaterdag rolde een toeschouwer voor mij na één keer zwaaien zijn vierkleur op. De overmacht was te groot.

Zuid-Afrika werd de afgelopen week gekweld door maar één vraag: wat te doen tegen Jonah Lomu? De reusachtige zwarte vleugelspeler van Nieuw-Zeeland had met zijn oppermachtige rushes en tries Engeland in de halve finale verpulverd. Soms liep hij letterlijk over zijn tegenstanders heen. Lomu groeide in de aanloop naar de finale steeds groter. Rugbyverslaggevers gaven hem namen als “het Monster” of “de menselijke vulkaan”. Vroeger sloten we in dit land zo'n man gewoon zonder proces op, grapte een serieuze krant. Shell Zuid-Afrika bood tweeduizend gulden voor elke keer dat de Zuidafrikanen Lomu wisten te stoppen. In het parlement verklaarde de minister van milieuzaken dat hij zijn bevoegdheden krachtens de wet op de milieubescherming zou gebruiken om de Springbokken te behoeden voor dit geweld.

Op het veld bleek Zuid-Afrika de methode te hebben gevonden om het gevaar te bezweren. De Springbokken probeerden te voorkomen dat de bal Lomu's kant opging. En de acht keren dat Lomu aan de bal kwam en aanzette voor zijn stormlopen, werd hij door drie spelers achtereen getackeld, wat een angstaanjagend gehuil van de tribunes veroorzaakte. Maar Zuid-Afrika mocht Lomu redelijk onder controle hebben, Nieuw-Zeeland was allerminst van plan mee te werken aan de nationale euforie in het gastland. De strijd ging zo gelijk op, dat de “All Blacks” even goed hadden kunnen winnen.

Beide teams slaagden er niet in één try te scoren. Het werd de wedstrijd van de twee kickers, Andrew Mehrtens (Nieuw-Zeeland) en Joel Stransky (Zuid-Afrika). Zij hielden de wedstrijd in evenwicht met hun strafschoppen en dropkicks. Bij de stand 9-9, twee minuten voor tijd, miste Mehrtens de dropkick die Nieuw-Zeeland aan de overwinning kon helpen. Er volgde een verlenging die van de rugbyfan een sterk hart vergde. Nieuw-Zeeland scoorde in de eerste minuut 12-9, Zuid-Afrika maakte in de tiende minuut gelijk. In de zinderende tweede helft van de verlenging schopte Stransky Zuid-Afrika naar de 15-12 voorsprong, die de Springbokken niet meer weggaven. Een sterke defensie en een beetje geluk maakten Zuid-Afrika uiteindelijk wereldkampioen - het verenigd volk kon de straat op.

Aanvoerder François Pienaar toonde zich opnieuw de ideale ambassadeur van Zuidafrikaanse rugby na de apartheid. Nog op het veld bedankte hij niet de 65.000 in het stadion, maar “43 miljoen Zuidafrikanen die achter ons stonden”. Toen mocht de ene nummer zes de beker overhandigen aan de andere nummer zes. Ze hadden een kort onderonsje, waarvan Pienaar later de inhoud zou prijsgeven. “Bedankt voor wat jullie hebben gedaan voor Zuid-Afrika”, zei de president. “We kunnen nooit doen wat u voor Zuid-Afrika hebt gedaan”, antwoordde de aanvoerder. Dit was meer dan rugby.