Vogels tonen vissersmentaliteit

Voor de vierde keer in het 63-jarige bestaan veroverde IJsselmeervogels zaterdag de landstitel bij de amateurs. Met onvervalst Sturm und Drang-voetbal versloegen de geestdriftige Spakenburgers de Utrechtse zondagkampioen Holland met 2-1. Over de familie De Graaf, de Litmanen van de Zuiderzee en blauw of rood voetbalbloed.

Afspraak is afspraak. De jaarlijkse fancy-fair van de plaatselijke SV was al maanden van tevoren gepland. De tweedaagse braderie van voetbalvereniging Spakenburg maakt geen pas op de plaats. Of 'die rooien van hiernaast' nu wel of niet spelen. De clubkas moet gespekt en dus wijken het sjoelen, schieten en pijltjes gooien niet. Maar druk is het zaterdag niet, zo rond het middaguur op het terrein aan Sportpark Westmeent. De standhouder van de schiettent leunt lusteloos achterover in zijn camping-fauteuil. Hij sluit zijn ogen en geniet van de zon, net als zijn collega's even verderop.

Het kan ook nauwelijks anders. Het voetbalgekke vissersdorp is in de ban van de finale om de nationale amateurtitel van IJsselmeervogels, SV Spakenburgs eeuwige concurrent en buurman. Zo'n drie uur voor de aftrap van het tweede en beslissende duel tegen zondagkampioen Holland verzamelen de eerste bezoekers zich al rondom het hoofdveld. De visverkoper, die zijn kraam pal voor het gerenoveerde clubpaviljoen heeft geparkeerd, doet al vroeg in de middag goede zaken. De programmaboekjes gaan eveneens grif van de hand. Vandaag regeren de 'Vogels' in het dorp aan de boorden van het Nijkerkernauw en moet de SV genoegen nemen met haar armetierige bazaar.

IJsselmeervogels en Spakenburg zijn gezworen vijanden. Hoewel slechts gescheiden door een metershoge heg en een dunne staander, is de rivaliteit tussen beide clubs er niet minder om. Dorpsderby's in de eerste klasse C zijn verbeten confrontaties waar vrijwel de gehele bevolking voor uitloopt. “Dan staat het dorp op z'n kop. Je hebt hier twee soorten mensen: blauwen, de supporters van Spakenburg, en rooien, fans van de Vogels. Dat gaat van vader op zoon. Je wordt rood of blauw geboren”, vertelt de kastelein van het café op een steenworp afstand van beide clubs. Afgelopen seizoen eindigde de twee ontmoetingen in een gelijkspel (0-0 en 1-1), maar behaalde rood de titel met twee punten voorsprong op blauw.

Dat steekt aan de overzijde, weet ook Vogels-voorzitter Arthur van den Berg (48). “Vandaag zijn er ongetwijfeld aanhangers van Spakenburg die ons een eventuele zege op Holland niet gunnen. Maar dat is geen wonder, want dan moeten ze een jaar lang horen dat wij algemeen kampioen zijn”, zegt de bestuurder anderhalf uur voor aanvang van de wedstrijd. De diepgewortelde rivaliteit hoort erbij, vindt Van den Berg. Daarmee kan Spakenburg zich meten met voetbal-enclaves als Katwijk, waar Quick Boys en Katwijk elkaar al sinds jaar en dag betwisten. De vergelijking met de Zuidhollandse badplaats gaat verder. Mentaliteit en spelopvatting zijn vrijwel identiek. “Spakenburgers zijn harde werkers. Vissers die doorgaan tot ze erbij neervallen. Dat is de dorpsregel, ook in het veld. Kom hier niet aan met allerlei hoogdravende tactische praatjes en idealistische filosofieën over voetbal. Dat werkt niet. Het is gewoon d'r op of d'r onder. Dat wil het publiek hier ook zien.”

De voorzitter heeft niets te veel gezegd als iets na drieën wordt afgetrapt. Fel trekken de Vogels ten strijde in het bomvolle stadion. Al bij de eerste de beste aanval is het raak. Holland-doelman Ad Hoogeveen is niet klemvast, waardoor centrumspits Gijs Bos de 1-0 kan binnenschieten. Het technisch verzorgde circulatiespel van Holland, met tal van oud-profs van FC Utrecht in de gelederen, moet het afleggen tegen het wilskrachtige recht-toe-recht-aan-voetbal waar bijna alle collega's uit de zaterdag-afdeling in uitblinken. Alleen ex-Ajacied Rob Alflen en linksback Bert Aipassa hebben een passend antwoord op de Spakenburgse furie. Vlak na rust komt de zondagkampioen op gelijke hoogte. Uit een vrije trap van Hennie Lettinck tekent Rick Testa la Muta met het hoofd dezelfde stand aan die een week geleden aan de Utrechtse Thorbeckelaan na negentig minuten op het scorebord stond. De flamboyante aanvaller klautert van vreugde in de hekken. Maar nog geen tien minuten later beslist uitblinker Gérard van der Nooy de wedstrijd. De schaduwspits met de motoriek van John van den Brom knalt uit de draai de beslissende treffer achter de Utrechtse goalie. Het vierde landskampioenschap van IJsselmeervogels is een feit. De botter met aan boord de voltallige selectie vaart 's avonds uit voor een glorieuze intocht in het centrum van Spakenburg.

IJsselmeervogels, van 6 juni 1932, heeft een rijke historie. Absolute hoogtepunt is het seizoen 1974-'75. Toen ontpopte de dorpsclub zich als een 'reuzendoder' in het nationale bekertoernooi. Onder aanvoering van het legendarische familiekwartet-De Graaf (Bram, Evert, Henk en Jaan) schakelden de amateurs moeiteloos de ene na de andere profclub uit. Zo ook AZ'67 in de kwartfinale. Doelman/boekhouder Jos de Feyter schreef geschiedenis door de beslissende strafschop van specialist Kees Kist te keren. 'Het wonder van de elf ontembare Vogels', kopte het Algemeen Dagblad daags na de sensationele bekertriomf. Het succes kreeg een muzikaal vervolg in de vorm van een door de spelersgroep uitgebrachte single: De Vogels vliegen, tot op de dag van vandaag een kraker van jewelste aan de Westdijk nummer 15. In de halve eindstrijd maakte FC Twente een abrupt einde aan de voetbalkoorts in het religieuze vissersdorp: 6-0. 'Twente plukt de Vogels', heette het toen in het AD. De ontnuchterende uitschakeling verhinderde niet dat het team tot 'Sportploeg van het jaar' werd gekroond.

Jaan de Graaf (39) glimlacht als hij in de benauwde bestuurskamer aan dat bewogen seizoen wordt herinnerd. Mooie tijden, zegt de marktkoopman met een zweem van weemoed in zijn stem. De spits maakte samen met voorzitter Van den Berg deel uit van dat roemruchte elftal. Net als toen is er volgens hem na veel magere jaren weer sprake van een ploeg die het vertrouwde spelletje van de Vogels beheerst: spelen met opgestroopte mouwen. “De juiste vissersmentaliteit. Voor als het echt nodig is. Zo was het en zo moet het blijven.” Bovendien bestaat het team weer uit Spakenburgse karakterjongens. Dat betekent opnieuw een paar naamgenoten van De Graaf op het wedstrijdformulier. “Allemaal een beetje familie.” Hoewel niet iedereen van Spakenburgse origine is, zoals topscorer Van der Nooy. Maar de Loosdrechter is ook een geval apart. “Hij is de Litmanen van de Zuiderzee”, beweert Mr IJsselmeervogels De Graaf. Hij koestert zijn koosnaam. Een leven zonder de Vogels kan hij zich niet voorstellen. “Dan besta ik zelf niet meer.”

Bij de 'blauwen' loopt het anderhalf uur na de wedstrijd nog steeds niet storm. Aan de toog drinken enkele mannen een biertje. Het overwaaiende feestgedruis lijkt de Spakenburg-fans niet te bereiken. Ze zullen komend jaar nog meer Vogels-taal moeten aanhoren dan hen lief is.