Vijftig jaar VN

VIJFTIG JAAR Verenigde Naties leent zich voor plechtige woorden en voor ontnuchterende analyse. Over de plechtige woorden hoeft niemand geringschattend te doen. De Verenigde Naties waren vijftig jaar geleden een unieke stap voorwaarts in een onvolmaakte wereld. Na de teleurstellende ervaringen met het internationalisme in de Volkenbond combineerden de Verenigde Naties optimisme met realiteitszin. Het instituut Veiligheidsraad met daarin de vijf overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog gewapend met een veto-bevoegdheid zorgde er vele jaren lang voor dat de volkerenorganisatie niet in een machteloos vacuüm verzeild raakte. Natuurlijk ging het soms mis, zoals in Belgisch Kongo vijfendertig jaar geleden, waar de VN verstrikt raakten in tegenstrijdige belangen en mandaten. Maar heel vaak ging het ook goed en in tientallen landen hebben blauwhelmen voor een gebrekkige vrede kunnen zorgen, simpelweg door hun aanwezigheid.

Bovendien schiepen de Verenigde Naties een nuttig forum voor volkenrechtelijk dispuut en creatie van internationaal recht. Tot de meesterwerken van de VN hoort altijd nog de codificatie van het verdragenrecht in de Weense verdragen. Het vormt tot de dag van vandaag een referentiepunt voor de meest uiteenlopende afspraken tussen staten. In het dekolonisatieproces hebben de VN soms als wasverzachter kunnen fungeren tussen een besmeurd moederland en een rabiate soevereiniteitsaandrang in de koloniën. Voor de legitimatie van militair optreden deed de volkerenorganisatie recentelijk nog opgeld in de Golf-oorlog. De toenmalige Amerikaanse president Bush zorgde in die dagen telkens opnieuw voor steun in de Veiligheidsraad. Dat was hem wat waard en het betaalde zichzelf vervolgens ook in politieke munt uit, want de Verenigde Staten genoten in deze reusachtige militaire operatie de steun van praktisch de gehele wereld.

KORTOM, DE VN zijn in vijftig jaar steeds een factor geweest en gebleven. Maar wie in de VN het embryo van een wereldregering hadden vermoed, zullen een stuk negatiever zijn over de balans. Als leverancier van internationaal geldende idealen en moraal zijn de Verenigde Naties schromelijk tekortgeschoten. In die zin bestaan de Verenigde Naties eigenlijk niet. Wie de VN ergens van beschuldigt - bijvoorbeeld hun optreden in Bosnië - moet zich realiseren dat de VN geen zelfstandig handelend orgaan kunnen zijn, maar hooguit het kleinste gemene veelvoud van de invloedrijke lidstaten. Het management van de organisatie is er in vergelijking met vijftig jaar geleden ook niet gemakkelijker op geworden met meer dan honderd armlastige, c.q. slecht betalende leden.

In de Verenigde Staten zijn geregeld bittere verwijten aan het adres van de VN geuit. Daarbij ging het niet alleen om een aloude Amerikaanse traditie tegen dit type internationalisme, maar ook om begrijpelijke kritiek op een zelfgenoegzaam gezelschap. Twee decennia lang kwamen goeddeels corrupte regeringsleiders uit jonge staten in de Assemblée aan de Hudson-baai van New York vertellen dat Amerika niet deugde en de daar gepraktizeerde vrije-markteconomie al evenmin. De zogenoemde Groep van 77 maakte, met applaus van het maatschappijkritische deel van de Westerse wereld, in de jaren zeventig furore en toen Ronald Reagan in 1980 president van Amerika werd, was hij indachtig het sentiment van zijn achterban dan ook het liefst uit de club gestapt.

Zo ver is het gelukkig nooit gekomen en derhalve bestaan de Verenigde Naties nog. Als een gebrekkig gezelschap dat in de Veiligheidsraad allang niet meer de machtsverhoudingen in de wereld weerspiegelt. Als een amateuristisch geleide organisatie met diverse slecht betalende leden. Als een volkerenorganisatie die na het einde van de Koude Oorlog noch voor een nieuwe wereldorde kan zorgen noch met gepaste legitimatie regionale conflicten kan beheersen. (De vraag is zelfs gewettigd of de wereld met een VN-organisatie die tot zoiets wèl in staat was, beter af zou zijn.)

DESALNIETTEMIN blijft bij dit vijftigjarig jubileum overeind dat de Verenigde Naties een nuttige functie hebben vervuld tussen staten die de VN daartoe de ruimte gaven. Met andere woorden, dit blauwe object van onbehagen, van irritatie en frustratie zou alsnog moeten worden uitgevonden als het er niet was. Dat is al heel wat.