Verloren liefdes in een put

DORDRECHT, 26 JUNI. Een lint van putdeksels flankeert de weg over de Dordrechtse Noordendijk. Vierenvijftig ronde gietijzeren plaatjes, om de vijf meter een, verzonken in de betonnen waterkering die zo'n halve meter boven de dijk uitsteekt. Elk plaatje toont de tekst 'Ars Celare Artem', oftewel: 'de grootste kunst, is de kunst te verbergen'. Wat gaat er schuil onder deze deksels? Geen ingenieus buizenstelsel voor watervoorziening, geen toegang tot rioolwateren. Deze putdekseltjes dekken de herinneringen toe die bewoners rond de Noordendijk aan hun buurt bewaren.

De Dordrechtse beeldend kunstenaar Ton van Dalen (1950) vroeg buurtbewoners een persoonlijk voorwerp af te staan. Deze werden in gaten ter grootte van een 'flink bruine-bonenblik' in de dijk geplaatst en door de putdekseltjes die Van Dalen ontwierp - waar behalve de Latijnse tekst de drie rivieren die bij Dordrecht samenkomen op zijn afgebeeld - aan het oog onttrokken. Wat resteert is een verwijzing naar een herinnering.

“Het is een poging het verleden te bezweren”, zegt Van Dalen, “een ritueel bijna. Deze havenbuurt kent een rijke geschiedenis van handel en kleine industrie, van smederijen en vlasbewerkers. Van dat verleden is weinig tastbaars meer over, veel gebouwen zijn gesloopt. En nog steeds verandert de wijk: oude woningen gaan tegen de vlakte en nieuwbouwwijken verrijzen. Maar de waarde van deze plek leeft in de herinneringen die mensen er aan hebben en die herinneringen wil ik vastleggen”.

Ter herinnering aan de Watersnoodramp die delen van Dordt onder water zette, vulde een bewoner een van de gaten in de dijk met een zakje vochtige tuinaarde. Een bundel liefdesbrieven, bijeengebonden door een zijden lint, werd begraven als een definief afscheid van een verloren liefde. Een kies van een vriend die op gruwelijke wijze in Pakistan om het leven kwam, werd alsnog ter aarde besteld. Een putje bleef leeg. “Want gedachten”, zegt Van Dalen, “kun je niet vangen”.

“Ik speel met het verschil tussen materie en het materieloze, tussen het tastbare voorwerp en de herinnering die daaraan kleeft. De publieke ruimte krijgt door toevoeging van die voorwerpen iets persoonlijks, maar tegelijkertijd ontneem ik dat persoonlijke door ze met deksels af te sluiten. Het idee dàt er iets onder die putdeksels verborgen ligt, maar dat je niet kunt zien wàt, moet de Noordendijk een geheimzinnige lading geven”.

Het enige tastbare dat de bewoners overhouden aan hun deelname aan het project is een tekening die Van Dalen van de ingeleverde voorwerpen maakte. Maar ook die blijven voor de bezoekers van 'Ars Celare Artem' verborgen, achter de gevels van de huizen aan de Noordendijk.