Uitersten in interieurs tonen sleutel van ons zelfbeeld

Interieurs, Ned.3, 21.38-21.53.

“Dàt is mijn mans keuze.” De stilte die daarop volgt is bezwangerd van onuitgesproken afschuw. De camera zwenkt naar een moderne stoel die haast van verlegenheid op zijn verchroomde poten staat te bibberen. “Hij vindt het een pràchtstoel.” Zoals de ogen een venster op de ziel zijn, zo is de manier waarop we onze eigen omgeving inrichten een sleutel tot ons zelfbeeld. De VPRO heeft hierover de serie 'Interieurs' gemaakt met vijf korte afleveringen waarvan vanavond de derde wordt uitgezonden. De cameravoering is nadrukkelijk statisch en de vragen van de interviewer zijn grotendeels eruit geknipt, waardoor je als kijker het gevoel krijgt zelf in die woonkamers erbij te zitten. Per aflevering laten samenstellers Pieter Kramer en Arnoud Holleman de bewoners van twee zeer verschillende woningen aan het woord. Gaandeweg de serie lijkt het of Hetty van der Wal en Joyce Feijen, die de produktie verzorgden, woningen hebben uitgezocht die steeds buitenissiger van inrichting worden.

In de eerste twee afleveringen maakten we al kennis met de vrouw die alleen bonbons koopt met papiertjes in de kleuren van haar interieur, en met het echtpaar dat over elke aanschaf kibbelt (“We hebben net nieuwe gordijnen... Een dieptepunt in de relatie hoor!”). Vanavond wordt De Goede Smaak tegen De Volkse afgezet. De camera toont het weidse panorama van de Maas met De Hef en draait dan naar binnen toe, langs het interieur vol design-klassieken: tafel van Le Corbusier, stoelen van Arne Jacobsen, fauteuil van Charles Eames. “Wij willen geconfronteerd worden met eigentijdse dingen”, zegt zij. “Men vindt het kil”, zegt hij, “maar wij ergeren ons aan slechte smaak.” Met evenveel trots doet hun tegenhanger in de uitzending, bien etonnés de se trouver ensemble, verslag van haar strooptochten langs Ikea, Kwantum, Xenos en de Gamma, en bekent dat ze haar inrichting wel dertig keer per jaar verandert. “'t Is altijd een verrassing als ik thuiskom”, lacht haar echtgenoot vertederd.

Het hoogtepunt van de serie komt volgende week, met portretten van twee andere uitersten. De eerste is een man die duidelijk geld gewend is en in een dure villa woonde in een buurt waar een boot en een tweede huis een must waren; na zijn scheiding heeft hij daar (noodgedwongen) afstand van gedaan. Nu heeft hij zijn premie-A woning ingericht met afdankertjes en een bos plastic tulpen met lichtjes erin. Het onthechte bevalt hem zeer, en toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Hij heeft gespaard om zes zilveren bestekken te kopen. “Ik heb van mijn leven nog niet van een stalen vork gegeten en ook nu niet.” Tegenover hem plaatste de redactie een jongeman die verrassend openhartig vertelt over zijn verzamelmanie. Het huis houdt het midden tussen een galerie en een opslagplaats, met allemaal kunstzinnige spullen tussen stapels kranten van twintig jaar oud en een vreselijk tapijt. “Ik wil het nieuwe wel hebben, maar ik kan het oude niet loslaten... Het is wel eens een ballast, ja.”