Tussen Duitsland en Rusland hoort geen bufferzone; De NAVO moet een beslissing nemen over de voorwaarden voor toetreding tot de organisatie

In Nederland wordt wel verkondigd dat uitbreiding van de NAVO een verkeerd effect zal hebben in Rusland, zoals 'het dictaat van Versailles' (1918) indirect tot de opkomst van Hitler heeft geleid. Krzysztof Skubiszewski vindt dat een verkeerde interpretatie. Midden-Europa streeft naar integratie in Westerse instellingen, en het Westen doet er verstandig aan enige inschikkelijkheid te betrachten.

Recente artikelen in de Nederlandse pers over uitbreiding van de NAVO geven reden tot bezorgdheid. Oostwaartse uitbreiding van de NAVO zou in Rusland een zelfde effect hebben als 'het dictaat van Versailles' en de 'vernedering' van het Duitse rijk destijds hebben gehad voor de opkomst van Hitler.

Dergelijke uitlatingen scheppen zeker niet het juiste klimaat voor een discussie over de eenwording van Europa. En uit de herhaling van de term 'dictaat' blijkt een gebrek aan respect voor gesloten verdragen. Verder wordt er gewaarschuwd dat NAVO-landen er verkeerd aan doen verwachtingen te wekken bij hun nieuwe Oosteuropese partners voordat de Westerse parlementen zich hebben uitgesproken. Over de rol van het parlement bestaat natuurlijk geen twijfel. Maar zijn de betrokken commentatoren vergeten dat tijdens de lange jaren van de Koude Oorlog herhaaldelijk NAVO-communiqués zijn uitgegeven, waarin werd gezegd dat het bondgenootschap openstond voor democratische landen?

Wat is hier tegenover het Middeneuropese standpunt? Om te beginnen moet worden vastgesteld dat een pan-Europees veiligheidsstelsel kan worden gezien als de ultieme garantie voor stabiliteit binnen Europa. Maar dan spreken we van een verre, nog grotendeels theoretische toekomst. Het voornaamste actuele streefdoel van de Middeneuropese landen is integratie met de Westeuropese en Noordatlantische instellingen. Daarnaast zijn wij er op uit de rol van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) te versterken. Die organisatie kan echter niet dienen als vervanging voor de betrekkingen met de instellingen van West-Europa en het Noordatlantische gebied.

Belangrijkste kwestie in deze is de verbreding van de Europese Unie en de NAVO buiten het traditionele westelijke kerngebied. Als het Westen zich nu niet inschikkelijk toont, krijgt het binnenkort te maken met instabiele landen aan zijn grenzen. Zo ontstaat er geen veilig Europa. Ik hoop vurig dat het Westen, ondanks het debâcle in Joegoslavië en het gebrek aan dynamiek in zijn politiek jegens het Oosten, niet in zichzelf gekeerd zal raken.

Een verbrede Europese Unie is het antwoord op de zelfvernietiging van Europa die de eerste helft van deze eeuw heeft gekenmerkt. De Joegoslavische crisis heeft dat spookbeeld opnieuw opgeroepen.

Aanpassing aan de eisen van een toekomstig lidmaatschap is een van de taken waaraan Midden-Europa de komende jaren moet werken. De landen in die regio beseffen terdege dat zij de zwaarste last van die aanpassing moeten dragen. Echter, willen economische omschakeling en stabiliteit met succes worden gerealiseerd, dan mogen Midden- en Oost-Europa niet aan hun lot worden overgelaten, en mogen hun problemen niet naar de achtergrond worden gedrongen door de problemen waarmee het Westen kampt. Het beginsel van internationale solidariteit zou in de praktijk moeten worden gebracht, maar ook zou, gezien het ingewikkelde samenstel van wederzijdse afhankelijkheden, de wet van het verlichte eigenbelang een rol moeten gaan spelen.

Wanneer we kijken naar de moeilijkheden die het Westen ondervindt, dan zien we dat die veel geringer van omvang zijn dan de problemen en gevaren waarvoor die landen zich geplaatst zien die hebben besloten het totalitairisme af te schaffen en te vervangen door een democratisch stelsel. En dan bedenke men dat de risico's gemeenschappelijk zijn. Als het Westen thans bepaalde redelijke oplossingen niet aanvaardt (en die oplossingen zullen in de toekomst blijken te lonen) dan zal het straks voor veel grotere problemen komen te staan. Want ik geloof niet dat de door troebelen en conflicten geplaagde gebieden achter een nieuwe ondoordringbare grens zijn op te sluiten.

Het Westen zou Midden-Europa, inclusief Polen, niet moeten zien in het kader van plannen die uitgaan van het denkbeeld van neutrale 'grijze zones' of 'bufferzones'. Zulke zones zijn namelijk kwetsbaar voor de rivaliteit tussen of invloed van machtige landen of grote mogendheden. Het deel van Europa dat Duitsland van Rusland scheidt mag niet worden gereduceerd tot een strategisch buitengewest of voorland.

De belangrijkste vraag die wij Middeneuropeanen de NAVO telkens opnieuw stellen is of en in hoeverre die organisatie bereid is nieuwe uitdagingen aan te gaan, nieuwe functies te vervullen en haar invloed te doen gelden buiten haar eigenlijke verdragsgebied. Als het bondgenootschap geen antwoord op die vraag vindt, geraakt het in een crisis.

Wat betreft de functies van de NAVO zijn er mijns inziens twee belangrijke kwesties aan de orde. Ten eerste is dat de actieve rol die de NAVO kan spelen in het voorkomen, beëindigen of oplossen van regionale conflicten en burgeroorlogen die een internationaal karakter aannemen. In deze rol zal de NAVO zowel moeten arbitreren, als vrede moeten handhaven én afdwingen. Het is noodzakelijk een basis te leggen voor samenwerking tussen de Verenigde Naties en de NAVO. Dat zou zonder twijfel de vredespogingen kansrijker maken.

De tweede kwestie is de actieve betrokkenheid van de NAVO in wat ik zou willen omschrijven als de vestiging van een nieuwe militaire orde in Europa - iets waarvan volgens mij het belang dikwijls wordt onderschat. Die orde is aan het ontstaan op basis van de akkoorden over conventionele strijdkrachten in Europa zoals de CFE- en CFE IA-verdragen, over 'Open Skies' en over maatregelen ter vergroting van vertrouwen en veiligheid onderling. Het totaal van de verplichtingen die krachtens deze akkoorden zijn aangegaan schept in Europa een nieuwe situatie en werpt al vruchten af in de vorm van nieuwe denkwijzen en nieuwe gewoonten.

De NAVO moet worden uitgebreid naar nieuwe gebieden. Gebeurt dat niet, en worden de landen die streven naar aansluiting bij de NAVO en die aan de voorwaarden voldoen niet toegelaten, dan zal de NAVO zich onvolledig hebben aangepast. Ten tijde van de confrontatie tussen Oost en West waren de belangrijkste veiligheidsproblemen geconcentreerd in het hart van Europa. Thans zijn ze verschoven naar de periferie. Europa's vroegere ideologische en militaire tweedeling is opgeheven.

Hoe moet het bondgenootschap hierop reageren? Het veiligheidsprobleem laat zich thans niet langer beschouwen in het licht van de zorg voor evenwichtshandhaving. De vraag die soms door Moskou wordt gesteld, tegen wie het bondgenootschap zich nu richt, verraadt Koude-Oorlogsdenken. Dat is verkeerd en het kan gevaarlijke consequenties krijgen.

We moeten zoeken naar mogelijk positieve, effectieve vormen van samenwerking afgestemd op de aard en de aspiraties van individuele landen. Regeringen moeten gaan nadenken over 'een nieuw strategisch contract' of 'een nieuw strategisch bestel', niet alleen tussen Europa en Amerika binnen het kader van de NAVO, maar eveneens tussen NAVO en andere partners, met name die in Midden-Europa.

Kortom, de NAVO mag een duidelijke beslissing over de vraag hoe en onder welke voorwaarden landen voor het einde van de eeuw tot het bondgenootschap kunnen worden toelaten, niet langer uitstellen.

Stapsgewijze uitbreiding en versterking van een stabiele NAVO-zone zou een onderdeel van zo'n 'contract' kunnen zijn. Die zone zou ook die landen moeten omvatten die, door oorzaken die zich aan hun controle onttrokken, voorheen geen toenadering tot het bondgenootschap konden zoeken en die thans dezelfde waarden huldigen die ook de NAVO voorstaat, terwijl ze effectief willen meehelpen de doelstellingen van de NAVO te realiseren.

Ik denk daarbij aan de landen van de Visegrád-groep. Het Partnerschap voor de Vrede zou hun lidmaatschap van de NAVO moeten voorbereiden. Dat lidmaatschap mag niet afhangen van Ruslands instemming. Wel moeten we allen een dialoog met Rusland aangaan over de toekomst van Europa. Het is voor het Russische buitenlands beleid van levensbelang dat er keuzemogelijkheden zijn. Het is in het belang van alle landen dat dat geen neo-imperialistische keuze wordt. Het hele werelddeel en het Euro-Atlantische gebied moeten Rusland steunen in de keuze voor Europa. Net zoals Duitsland zou ook Rusland een crisis uitlokken als het zijn eigen weg ging, niet-Europees, een weg naar rivaliteit en niet naar samenwerking.

De stabiliteit in Europa hangt grotendeels af van het welslagen van Ruslands democratische hervormingen. Er bestaat zowel ruimte voor, als behoefte aan afspraken tussen de NAVO en Rusland. Rekening houdende met de militaire kracht van deze mogendheid dient men de behoefte in te zien aan contacten tussen NAVO-lidstaten en Rusland over kwesties van vrede en veiligheid. Anders dan in het geval van de Middeneuropese landen, moeten Ruslands betrekkingen tot de NAVO een vorm krijgen die om voor de hand liggende redenen niet gericht is op uiteindelijk lidmaatschap.

De vergroting van het NAVO-gebied door uitbreiding met Middeneuropese landen zou inhouden dat de stabiliteits-zone oostwaarts, richting Rusland, wordt uitgebreid. Dit is een beleid dat niet in strijd is met de belangen van een democratisch Rusland. De NAVO is bezig onderdeel te worden van de veiligheids-architectuur van Europa; het is geen anti-Russisch bondgenootschap. Het Westen en Midden-Europa moeten alles in het werk stellen om Rusland hiervan te overtuigen.

Het resultaat van de discussie over de Europese veiligheid zal grotendeels afhangen van de lange-termijnvisie die Amerika en Europa, inclusief Rusland, samen moeten uitwerken. Zullen we tegen die taak opgewassen blijken? De recente teleurstellingen en mislukkingen zijn geen goede voortekenen, en dan heb ik het in het bijzonder over het Joegoslavische conflict, de geschillen en spanningen in de voormalige Sovjet-Unie, en voorts enkele problemen als gevolg van het beleid van Rusland. Verder is er de weifelmoedigheid van het Westen. Maar er is ook ruimte voor hoop. Die hoop te verwezenlijken, dat is de uitdaging die Europa en Noord-Amerika thans moeten aanvaarden.