Strawinsky

Strawinsky: Petroesjka; Pulcinella o.l.v. Riccardo Chailly. Decca 443 774-2

Sinds de musicoloog Albert Dunning in 1980 bewees dat Unico Wilhelm graaf van Wassenaer de componist is van de Sei concerti armonici, die tot dan toe meestal aan Pergolesi werden toegeschreven, bestaat er een rechtstreekse band tussen Strawinsky en de Nederlandse muziekhistorie. Strawinsky baseerde zijn balletmuziek Pulcinella voor een gedeelte op een melodie van - naar hij dacht - Pergolesi. Maar intussen weten we beter: het was de Hollandse graaf van Wassenaer die de zes elegante barokconcertjes componeerde tussen 1725 en 1740 en die in dat laatste jaar tegen zijn zin in werden gedrukt door de in Den Haag wonende vioolleraar Riciotti, die ook een tijd is aangezien voor de componist.

De ontdekking van Dunning zou een aardig voorval zijn om te vertellen in een toelichting bij een cd met Strawinsky's balletmuzieken Petroesjka en Pulcinella, gespeeld door het Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. Maar in het boekje bij de Decca-uitgave is de naam van Van Wassenaer niet te vinden. Wel de vaststelling dat veel meer van Pergolesi's muzikale inspiratiemateriaal dat Serge Diaghilev aan Strawinsky gaf, achteraf niet van Pergolesi bleek te zijn. Een aria was in feite van Arisotti, andere muziek was van Domenico Gallo. Pulcinella blijft dus toch vooral Italiaanse voorouders houden.

Chailly en zijn musici geven prachtige, exacte, muzikanteske, haarscherpe en typisch Strawinskiaans-droog klinkende uitvoeringen van de complete Pulcinella-muziek en van Petroesjka, in de versie uit 1947. Het zijn heerlijke muzieken, speels, dramatisch, afwisselend en animerend, in deze uitvoeringen getuigend van de grote solistische kwaliteiten van de leden van het Concertgebouworkest. In Pulcinella wordt ook mooi gezongen door de sopraan Anna Caterina Antonacci, de tenor Pietro Balli en de bas William Shimell, ooit Don Giovanni bij de Nederlandse Opera.