Kinderrechters bezorgd over opvangplaatsen

UTRECHT, 26 JUNI. De kinderrechters in Utrecht zijn bezorgd over het gebrek aan plaatsen voor gesloten inrichtingen voor meisjes. In Utrecht dreigen door het tekort twee zusjes van twaalf en dertien jaar in de prostitutie terecht te komen. Met een protestbrief willen de kinderrechters vandaag duidelijk maken dat het ministerie van justitie in hun ogen ernstig tekort schiet.

Ook de Kinderbescherming, de Stichting Jeugdhulpverlening midden-Nederland en de Utrechtse kinder- en zedenpolitie vinden dat door het gebrek aan opvangplaatsen een ontoelaatbare situatie is ontstaan.

Het gaat om twee zusjes, die op 12 juni door de Utrechtse kinderrechter J.W. Nieuwenhuijsen onder toezicht van justitie werden gesteld. De kinderrechter kwam tot dat besluit na een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, die de meisjes langzaam maar zeker in het prostitutiecircuit zag afglijden. Nieuwenhuijsen verzocht het ministerie van justitie dringend vóór 23 juni plaatsen in een gesloten inrichting vrij te maken. In heel Nederland bleek echter geen ruimte. De rechtbank kon afgelopen vrijdag niets anders doen dan de meisjes vrijlaten.

Het ministerie van justitie heeft inmiddels toegezegd dat een van de twee meisjes volgende week in aanmerking komt voor “uithuisplaatsing met gesloten karakter”. Het andere meisje zal volgens kinderrechter Nieuwenhuijsen over twee, drie weken in een gesloten inrichting worden ondergebracht.

In de protestbrief schrijven de Utrechtse kinderrechters “met enige regelmaat niet in staat te zijn de aan hen toegekende verantwoordelijkheid voor de onder hun toezicht staande kinderen waar te maken”. Nieuwenhuijsen hoopt dat door de zaak naar buiten te brengen, Justitie onder druk wordt gezet om snel een oplossing te bedenken.

De rechters betwijfelen of de twintig miljoen die staatssecretaris Terpstra (welzijn) heeft uitgetrokken voor uitbreiding van het aantal inrichtingen, voldoende is.