Justitie regelt voorwaarden drugstransport

DEN HAAG, 26 JUNI. Justitie en politie mogen onder voorwaarden doorgaan met het opzetten van drugstransporten. Dit zijn de minister van justitie en de procureurs-generaal (PG's) overeengekomen.

Voorwaarde voor het toepassen van de methode van de 'gecontroleerde doorvoering' is wel dat de politie zicht probeert te houden op de distributie van ingevoerde drugs. Deze opsporingsmethode mag alleen in zeer bijzondere omstandigheden worden toegepast.

De methode van gecontroleerde doorvoering was eind 1993 aanleiding voor de ontbinding van het IRT-team Noord-Holland / Utrecht. De Amsterdamse politie en justitie vonden het toen onaanvaardbaar dat de politie zelf de hand had in het doorlaten van drugs op de vrije markt. Een centrale rol in die IRT-operatie speelde de Haarlemse Criminele Inlichtingendienst (CID), waarnaar op dit moment een onderzoek van de rijksrecherche loopt. Naar eerder bekend werd heeft de Haarlemse CID de laatste jaren de invoer geregeld van ruim vijftig containers criminele goederen zonder deze te controleren.

De beslissing van de minister en de PG's werd genomen kort voordat in Rotterdam een twee jaar durend onderzoek werd stopgezet waarbij dezelfde methode werd toegepast, eveneens met hulp van de Haarlemse politie. Justitie vreesde dat de rechter niet zou instemmen met de gehanteerde opsporingsmethode, die onder andere resulteerde in het op de markt brengen van 20.000 kilo softdrugs.

Het nieuws over het akkoord van de minister en de PG's kwam afgelopen weekeinde naar buiten nadat het dagblad Het Parool had geciteerd uit brieven van de PG's en de minister waaruit blijkt dat er tussen Sorgdrager en het OM onenigheid was ontstaan over de toelaatbaarheid van het op de markt brengen van drugs. Volgens een woordvoerder van het OM is de correspondentie inmiddels gedateerd omdat beide partijen een akkoord hebben bereikt.

De Kamerfracties van VVD en D66 reageren gereserveerd op het standpunt van de minister en de PG's. Scheltema (D66) vindt het “onder strenge voorwaarden acceptabel” dat drugs vrij worden gegeven, maar meent ook dat de situaties uit het recente verleden, waarbij tienduizenden kilo's onder regie van de politie op de markt kwamen, zich niet mogen herhalen. Ook Korthals (VVD) aarzelt over de praktische betekenis van dit standpunt voor de opsporing. “Ik denk dat het een beperking is, maar zal woensdag om opheldering vragen.”

In een brief van 15 juni formuleert voorzitter Docters van Leeuwen van het college van PG's voor de hoofdofficieren van justitie acht criteria die de toetsingscommissie van het OM hanteert bij het beoordelen van de toelaatbaarheid van het op de markt brengen van drugs. Zo mag een criminele informant de winsten uit de drugshandel niet zelf houden en moet de duur van een operatie op voorhand worden vastgelegd.