Hockeysters waken na titel voor euforie; Doelverdedigster Toxopeus stopt in EK-finale twee strafballen

AMSTELVEEN, 26 JUNI. Ze had twee strafballen gestopt en was net omhangen met goud. Zittend op haar tas vol keepersspullen rustte ze met een sigaretje tussen de vingers uit van alle inspanningen. Ze was voldaan. “Maar eigenlijk hebben we nog niets”, constateerde Jacqueline Toxopeus, de heldin van het Nederlandse hockeyteam in de EK-finale tegen Spanje.

Nederland toonde zich na acht jaar eindelijk weer de beste van Europa, maar dat garandeert voor de toekomst nog niets. De ploeg van Tom van 't Hek, die na strafballen won, moet zich zelfs nog plaatsen voor de Olympische Spelen. Daarom zou euforie nu misplaatst zijn. Twee jaar geleden was die jubelstemming er wel. Nederland eindigde toen onder de debuterende bondscoach Bert Wentink verrassend als tweede bij het toernooi om de Champions Trophy. Het feest was groot, maar bij het daaropvolgende WK ging de ploeg af als een gieter met slechts een zesde plaats.

Toxopeus, die eerder bedankte voor Oranje, kan het zich nog allemaal voor de geest halen. “We hebben een shit-tijd gehad.” Daarom zou ze na de EK-winst gemakkelijk uitzinnig van vreugde kunnen zijn. Ook al omdat het Wagenerstadion uitpuilde, uit duizenden kelen het Wilhelmus voor de winnende ploeg klonk en - hoe kan het ook anders - de overenthousiaste staatssecretaris Terpstra langs de kampioenen op het erepodium schuifelde. Maar ze bleef nuchter.

Toxopeus heeft geleerd van het verleden. Ze deed ook geen poging om de werkelijkheid heen te draaien. “Waar we staan? Misschien horen we alweer bij de eerste vier van de wereld. Zeker weet ik het niet. Van Australië kunnen we echt niet winnen. Dan moeten we eerst nog heel veel extra trainen.”

De meeste van haar teamgenoten deelden de nuchterheid met de doelvrouwe. Zo vroeg spits Ellen Kuipers een half uur na de huldiging aan Van 't Hek, haar coach en levensgezel, of hij nog even “bij oma langs” wilde gaan. Ook de ex-international zelf hield met de gouden medaille om de nek de realiteit in het oog. “Er is nog veel werk te doen”, wist Van 't Hek. Toch kon hij best tevreden zijn met de gemaakte vorderingen. De waarde van het EK was vooral van psychologische aard. Nederland toonde aan bestand te zijn tegen druk. Voor eigen publiek ging het zowel tegen Duitsland in de halve finale als tegen Spanje in de finale bij vlagen soms zeer moeizaam, uiteindelijk won Oranje wel. Gisteren gebeurde dat via zenuwslopende strafballen. De mannen verloren er een half jaar geleden in Sydney de wereldtitel nog mee.

Mooi was het aandeel van Suzan van der Wielen. Ze stond tot haar grote teleurstelling op het EK slechts één keer in de basisploeg en moest het voor de rest met invalbeurten doen. In de finale kwam ze zelfs helemaal niet in actie. Toch meldde Van der Wielen zich bij de coach om een strafbal te nemen. “Ik hoorde na de wedstrijd links en rechts wat geluiden en heb toen maar tegen Tom gezegd dat ik 'm zou maken. Oké, ga maar, zei hij.” Van 't Hek was blij met de spontane aanmelding. “We hadden wat problemen met het vinden van een vijfde speelster voor de strafballen. Nicole Koolen had meteen gezegd dat ze niet wilde. Ze voelde zich niet zeker genoeg.”

De 'koude' Van der Wielen, rugnummer zestien, moest als vierde Nederlandse schutter uitgerekend ook nog de beslissende push nemen. Zou ze scoren, dan was de titel binnen. Ze voelde zich “een beetje dronken” toen ze naar de stip liep. Want het zou haar eerste bal worden die middag. “Ik had liever eerst nog een beetje meegehobbeld.” Desondanks schoof ze de bal beheerst in de benedenhoek, rechts van de keepster. “Wanneer ik had beslist waar ik zou schieten? De avond ervoor in mijn bed.” Voorafgaand aan Van der Wielen hadden ook De Ruiter, Lewin en Vossen op overtuigende wijze gescoord.

En Tox deed de rest. De geroutineerde keepster ranselde met katachtige bewegingen twee pushes, van Telleria en Gabellenas, uit de bovenhoek. Alleen op het schot van Barrio was ze kansloos. Toxopeus had vooraf niet geweten waar de Spaanse ballen zouden komen. En dat vond ze eigenlijk ook maar beter. “Ik kijk naar de bal en wil 'm gewoon hebben. Ik denk er niet bij na. Ik laat mijn lichaam de macht overnemen.” Ze heeft een bijzondere manier van keepen bij de strafpush. Ze blijft heel lang rechtop staan. Vroeger wachtte ze zoals de meeste doelverdedigsters met gebogen kniëen af, maar ze kwam erachter dat ze vanuit stand meer snelheid kan maken.

De heldin bekende na afloop niet zo koel te zijn geweest als het misschien wel had geleken. “Ik vond het eigenlijk doodeng. Wat wil je ook met zo veel mensen. Toen ik voor de eerste strafbal naar het doel liep, begonnen ze allemaal ritmisch te klappen. Ze verwachtten wat van me. Ik heb wel een beetje reputatie op dat gebied.”

Bij het vorige EK, in '91 in Brussel, had Toxopeus in de strafballenserie van de halve finale tegen Engeland ook drie ballen gestopt. Nederland, dat op de vierde plaats eindigde, verloor toch nog omdat het zelf nog meer strafballen miste, onder anderen door Van der Wielen. Toxopeus werd destijds ingezet voor Bleeker die tijdens de wedstrijd had gekeept. Zo'n wissel wordt vaak gedaan. Daarom had Toxopeus niet vreemd opgekeken als ze plaats had moeten maken voor haar frisse collega De Heij, die drie weken geleden bij de Europa-Cupfinale met Kampong nog had bewezen goed raad te weten met strafballen. Ze stopte er toen drie.

Ex-Kampong-coach Van 't Hek had geen moment overwogen De Heij voor Toxopeus in te zetten. “Ik vind niet dat je een keeper die goed in de wedstrijd zit eruit moet halen.” Dat bleek gisteren een goede zienswijze te zijn van de bondscoach die na afloop werd geloofd voor zijn werk. “Maar als het was mislukt, zou ik de slechtste trainer in de wereld zijn geweest”, besefte hij ook.

Het EK-scenario vol spanning en sensatie beviel hem wel. Een beter leerproces valt niet te verzinnen. “Twee van zulke wedstrijden als tegen Duitsland en Spanje zijn meer waard dan een jaar trainen”, stelde Van 't Hek vast. “Het is hartstikke duidelijk dat we weer meedoen.” Het moet, zoals hij het zei, uiteindelijk leiden tot “nog mooiere medailles”.