Halfduister gesprek in Capitool over tv-journalistiek

Halverwege de laatste uitzending van Het Capitool ging het licht uit. Technisch foutje, waarschijnlijk. Maar dankzij de felle zon door de ramen van het 's Gravelandse tuinhuis kon de toch al halfduistere discussie over politiek en televisiejournalistiek gewoon doorgaan - hooguit nog iets verwarder.

Na een serie van veertien jaar liet de laatste aflevering van het discussieprogramma van gisteren zien waarom het goed is dat er een punt achter is gezet. Het onderwerp was mooi, maar de discussie was lusteloos. Opmerkelijke meningen waren nauwelijks te horen, en het geheel werd miserabel geleid door Maartje van Weegen, van wie mij alleen is n bijgebleven, dat ze zei dat een journalist al zijn informatie van voorlichters krijgt. Nou, als dat zo was, zou de relatie tussen politiek en journalistiek wel heel eenvoudig zijn.

De politicus Jan Terlouw mocht komen verklaren dat objectiviteit niet bestaat en dat het daarom maar goed is dat er een pluriforme pers is. Inderdaad. En de oude rot in het televisievak Jaap van Meekren vatte samen dat je wel degelijk objectief kunt zijn als je maar in het midden blijft. Tja, waarom eigenlijk ook niet. Van Meekren kwam trouwens nog raar uit de hoek met de opmerking dat Van Agt hem in 1982 al voortijdig had onthuld t dat hij plotseling zou opstappen als partijleider. Waarom hebben we dat toen nooit in Van Meekren's AVRO-programma gezien? Toch een interessant punt voor een discussie over politiek en journalistiek. Maar de opmerking bleef liggen op de vloer van het tuinhuis.

Alleen PvdA-voorzitter F. Rottenberg probeerde - tevergeefs - een debat t uit te lokken over de curieuze menging van ambtenarij, politiek, voorlichting en journalistiek die het Nederlandse politieke toneel zo vaak lijkt te beheersen. Hij poneerde dat de Nederlandse politiek zo saai is omdat het voor een politicus zo moeilijk is om eerlijk en openhartig te zeggen wat hij denkt. Want als hij eens vrijuit spreekt ontstaat er direct een 'media-hype'. “Het systeem sluit zich er onmiddellijk omheen. Rationaliteit en emotionaliteit lopen onmiddellijk door elkaar.” In de media tellen niet de feiten maar de emoties. Op televisie telt slechts de dramatische slagzin, uitgesproken in amper een minuut.

De reactie op deze stellingname liet zien dat het licht inderdaad net zo goed uitgezet kon worden in het tuinhuis. Want wat zei de scherpzinnige parlementair reporter Verbakel tegen de partijvoorzitter? “Dat zeg jij omdat jij je eigen trauma's hebt opgelopen.” Rottenberg antwoordde nog t dat hij deze reactie typerend vond voor het slechte journalistieke klimaat, waarop Verbakel zich verdedigde met: “ik analyseer!” Analyse! Dat zal best, maar wat Verbakel met zijn argument ad hominem analyseerde was niet de opvatting van Rottenberg, maar slechts een mogelijk persoonlijk motief van Rottenberg voor die opvatting. Op de inhoud ging Verbakel niet in. De discussie zwabberde vervolgens verder, met Van Meekren als sterspeler die eindeloos mocht herhalen dat commerciële televisie niet slechter is dan de publieke omroep. En inderdaad, slechte televisieverslaggeving ligt niet alleen aan het gebrek aan tijd of aan de hoeveelheid reclame tussendoor, het ligt vooral aan het gebrek aan diepgang bij de journalist - - dat is de les uit de laatste aflevering van Het Capitool. Ik ben benieuwd naar het vervolg. En of Verbakel er dan nog altijd bij zit.

    • Hendrik Spiering