Frankrijk

“Er zit veel ergernis” in onze relatie met Frankrijk. Aldus Daniëla Hooghiemstra in NRC Handelsblad van 9 juni. Welke ergernissen noemt zij?

“Fransen die nooit terugbellen.” Dat is een generalisatie. Zulke Nederlanders zijn er óók. “Die bij het postkantoor over je schouder meekijken naar wie je wat overmaakt.” Dat heb ik bij mijn zeer vele zaken in Franse postkantoren nooit als opmerkelijk storend ervaren. “Die over de stoep lopen 'alsof ze rijden'.” Helemaal geen specifiek Franse eigenschap. Ik ken Fransen die zich beklaagden over het onbeleefde dringen in Nederland op trottoirs en in stations. En lees eens in de boeken 'The Dutch Puzzle' van de Spaanse oud-gezant, de hertog van Baena, of 'Waar die andere god woont' van de Portugees José de Rentes de Carvalho wat zij schrijven over het Nederlandse volkskarakter. “Fransen die altijd denken in termen van hiërarchie.” In het Nederland van onze tijd doet libertijnse gezindheid opgeld. Wij willen ons door de structuren heen met alles kunnen bemoeien. Is het echter zo verwerpelijk, dat men bevoegdheden en verantwoordelijkheden respecteert? Bovendien, ook in Frankrijk bestaat wel dergelijk kritiek op de gesloten hiërarchische structuren. Frankrijk heeft in zijn geschiedenis tijden van grandeur gekend. Cultureel is het voor menigeen een bron van rijkdom en genot. Wij hebben aanleiding dat te erkennen en erop in te spelen, hopende en verstandig het verlangen uitdragende dat Frankrijk wederkerig onze bijdrage aan de cultuur in al haar verscheidenheid zal zien. Het is onverstandig te spotten met iemands diepste gevoelens, onverstandig en ongepast. Het is hoog tijd te streven naar een vlotte verstandhouding met de grote, Europese natie, die Frankrijk is.