EU biedt 6 mln aan voor toezicht bosbouw Suriname

PARAMARIBO, 26 JUNI. De Europese Unie is bereid ruim zes miljoen gulden beschikbaar te stellen voor een houtintstituut in Suriname, dat zal moeten toezien op de exploitatie van de Surinaamse bossen.

Dit heeft de Surinaamse minister van planning en ontwikkelingssamenwerking, Ronald Assen, gisteren bekendgemaakt. De EU-bijdrage moet de tijd overbruggen waarin Suriname zelf nog geen houtinstituut kan bekostigen met inkomsten uit de bosbouw. Volgens een woordvoerder van de Unie is de toezegging al geruime tijd geleden gedaan maar is het wachten op een concrete aanvraag door Suriname. “Wij zijn bereid Suriname met veel meer te helpen. We zien liever kleinschalige projecten dan de grote concessies die Suriname nu wil uitgeven. Maar zij moeten erom vragen.”

Ook Nederland is bereid geld bij te dragen, vijf miljoen dollar, voor de Surinaamse bosbouw waaronder financiering van een Houtinstituut. Dat blijkt uit een brief van de Nederlandse ambassadeur aan minister Assen, die gisteren in Suriname bekend werd. De ambassadeur bevestigt daarin afspraken die Assen in mei heeft gemaakt met minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking tijdens het beleidsoverleg. Pronk deed toen al het aanbod bij te dragen aan de financiering van het houtinstituut.

Het ontwikkelingsorgaan van de Verenigde Naties, UNDP, wil volgens diplomatieke bronnen in Parimaribo binnen vijf maanden een ronde-tafelconferentie voor Suriname organiseren. Alle donoren die zich zorgen maken over de mogelijke schade aan het milieu bij het ontbreken van een adequaat controlemechanisme voor de grootschalige houtkap, zullen op de conferentie gelegenheid krijgen hun bijdrage te concretiseren.

Het UNDP denkt hierbij aan een fonds dat de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank wil opzetten ten behoeve van Suriname. De bank heeft hiervan melding gemaakt in een brief aan de regering in Paramaribo. De brief, die in maart is ontvangen, wacht nog op beantwoording.

Niet bekend

Volgens Winston Wirht, parlementslid uit de regeringcoalitie Nieuw Front, moet de regering Musa nu al “wegjagen”. “Musa misdraagt zich en heeft nu al bewezen dat ze vernietigend bezig is,” aldus Wirht. Hij is ook tegen de voorgenomen contracten met Berjaya en Suri-Atlantic en zegt dat Suriname niet in staat zal zijn de multinationals te controleren. “Laten we ze niet binnenhalen, we hebben dan een aantal zorgen minder.” Wirth vindt dat Suriname moet zoeken naar alternatieve inkomstenbronnen in de bosbouwsector. Hij maakte deel uit van een groep parlementariërs die op kosten van de milieu-organisatie Conservation International onlangs een kijkje nam in Costa Rica. Volgens Wirth is Costa Rica bereid alle kennis over duurzame ontwikkeling van de bosbouwsector aan Suriname ter beschikking te stellen.

Wirth is het met zijn collega uit de oppositie Ernie Brunings eens, dat Surinaame behoefte heeft aan meer dan een houtinstituut. Ze pleiten voor een 'multi-disciplinair ecologisch centrum voor wetenschappelijke studies'.