CPB: verlichting van lasten valt lager uit in 1996

DEN HAAG, 26 JUNI. De lastenverlichting voor 1996 valt 1,5 à 2 miljard gulden lager uit dan een half jaar geleden nog werd voorzien. De economie groeit met 2,5 in plaats van 2,75 procent en het aantal werkloosheidsuitkeringen stijgt sneller dan in het voorjaar nog werd gedacht.

Dit schrijft het Centraal Planbureau in de Koninginne-MEV (macro-economische verkenningen).Daarin worden de economische vooruitzichten voor 1996 geschetst, op basis waarvan het kabinet de begroting voor volgend jaar samenstelt.

De belastingen en sociale premies die bedrijven en gezinnen in 1996 aan de overheid en de sociale verzekeringen moeten afdragen dalen met 2,5 à 3 miljard gulden in plaats van de 4,3 miljard waarmee in het voorjaar nog rekening werd gehouden, zo schrijft onderdirecteur drs. P. van den Berg in een begeleidend schrijven. Het CPB schrijft de geringere daling toe aan een lastenverzwaring voor gezinnen. De bedrijven krijgen de lastenverlichting die hen in het regeerakkoord is beloofd. Door een stijging van de premies volksverzekeringen (AOW, AAW en AAW), die nodig zijn om de kostenstijgingen te dekken, komt de koopkracht van de modale werknemer 0,75 procentpunt lager uit dan een half jaar geleden door het CPB werd geraamd.

Een andere reden waarom de lasten voor gezinnen stijgen is de toename van het aantal werkloosheidsuitkeringen (WW, RWW). Een half jaar geleden werd dat aantal nog geraamd op 735.000. Het CPB raamt het aantal werkloosheidsuitkeringen voor 1996 nu op veertigduizend meer: 775.000. Het aantal uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid valt daarentegen 27.000 lager uit: 740.000 in plaats van 767.000.

Door de tegenvallende economische groei (2,5 in plaats van de eerder geraamde 2,75 procent) valt ook het financieringstekort een fractie hoger uit. De netto uitgaven en gasbaten zorgen voor een meevaller die echter meer dan volledig teniet wordt gedaan door lagere belastinginkomsten als gevolg van minder groei en een gewijzigde vormgeving van de lastenverlichting. De wereldhandel groeit harder dan eerder werd verwacht, maar dat leidt niet tot meer groei omdat de concurrentiepositie van het bedrijfsleven door een “forse waardevermeerdering van de gulden sterker verslechtert dan eerder werd voorzien”.

Mede door het sterk dalende ziekteverzuim komt de verhouding tussen inactieven en actieven in 1996 naar verwachting uit op 82,3 procent, iets beneden het niveau van 82,7 procent zoals dat een half jaar geleden werd geraamd en ook onder het de 82,6 procent die als maatstaf wordt genomen voor de koppeling van uitkeringen aan lonen. Het kabinet heeft al besloten om de uitkeringen volgend jaar gelijk op te laten lopen met de gemiddelde contractloonstijging in het bedrijfsleven. De jongste cijfers van het CPB bevestigen dat dit in overeenstemming is met de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid, dat er bij een lager verhoudingsgetal dan 82,6 in principe gekoppeld wordt.