'Zuid-Afrika is op weg erger te worden dan onder het apartheidsbewind'; Inkatha-leider fulmineert tegen regering Mandela

KAAPSTAD, 24 JUNI. “Zuid-Afrika is onder het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) op weg om een autoritaire, centralistische, autocratische staat te worden, erger dan onder het apartheidsbewind.” Uit de mond van de Chief Mangosuthu Buthelezi, minister van binnenlandse zaken in de regering-Mandela en voorman van de kleinste partij in de coalitie, klonk deze uitspraak gisteren als meer dan een waarschuwing.

Wat de leider van de Inkatha Vrijheidspartij de buitenlandse pers gisteren tijdens het ontbijt voorschotelde, leek op een dramatische aankondiging van de politieke apocalyps. De problemen tussen de politieke partijen zijn veel ernstiger dan voor de verkiezingen van vorig jaar, aldus Buthelezi. De regering-Mandela verkeert in een zware crisis.

Loopt het zo'n vaart? Kan de buitenlandse investeerder gezien de crisis van nationale proporties dan maar beter wegblijven uit Zuid-Afrika? Zo zwaar moest het nu ook weer niet worden opgevat, antwoordde de Zoeloe-leider na een hapje yoghurt met vruchten en muesli. “Ik zou niet zeggen dat er sprake is van instabiliteit. De gevaren zijn niet zo groot dat de afgrond in zicht is. Het geweld heeft plaats in slechts een paar gebieden. Ik zie geen reden waarom investeerders hier niet zouden komen.”

Mangosuthu Buthelezi is niet alleen een van de meest ervaren en omstreden politici van Zuid-Afrika, hij is ook de grootmeester van de paradox. Zijn zware woorden worden niet gevolgd door politieke daden. Nadat hij een litanie van klachten heeft voorgedragen over het machtsmisbruik van het ANC als de meerderheidspartij in de regering, is de logische vraag waarom hij zijn partij niet terugtrekt uit de 'regering van nationale eenheid'. De interim-grondwet geeft partijen met meer dan vijf procent van de stemmen (Inkatha heeft tien procent) recht op ministersposten maar er is geen plicht om deel uit te maken van het kabinet. Buthelezi ziet dat anders: “Dit is geen vrijwillige coalitie. De constitutie schrijft voor dat ik hier zit.” Als hij zou opstappen, moet de partij daartoe besluiten.

De chief is een geplaagd man. De leider van de Democratische Partij, Tony Leon, noemde hem onlangs een tragische figuur, “de King Lear van de Zuidafrikaanse politiek”. Het ANC, onder directe aansporing van president Mandela, probeert hem in een hoek te drijven. Mandela dreigde de fondsen aan de provincie KwaZulu/Natal, de enige provincie waar Inkatha regeert, af te snijden als het geweld doorgaat. Het ANC weigert nog steeds internationale bemiddeling over de nieuwe grondwet toe te staan - de belofte die Inkatha vorig jaar de verkiezingen inlokte. Het is ook bezig een wet door kabinet en parlement te jagen, die de betaling van traditionele chiefs in Zuid-Afrika voortaan overlaat aan de centrale regering. Dit tast Inkatha's machtsbasis van traditionele leiders - amakhosi - in KwaZulu/Natal direct aan.

Bovendien heeft een speciaal politieteam dat onderzoek doet naar doodseskaders in KwaZulu/Natal, onlangs een aantal Inkatha-leden aangehouden, onder wie de tweede secretaris-generaal M.Z. Khumalo, de voormalige rechterhand van Buthelezi toen hij het 'thuisland' nog als premier bestuurde. Binnen de partij rommelt het ook. Buthelezi heeft “blanke racisten” binnen Inkatha beschuldigd van obstructie. Indiërs in de parlementsfractie klagen openlijk over de behandeling door hun zwarte partijgenoten. Voor een partij die zichzelf wil veranderen van een etnische Zoeloe-organisatie tot een niet-raciale conservatieve kracht in het centrum, zijn dat geen behulpzame ontwikkelingen.

Net als vorig jaar voor de verkiezingen is er volgens de Inkatha-leider sprake van “een nieuwe massale propagandaslag om onze oppositie het zwijgen op te leggen en mij te demoniseren”. Het ANC is volgens Buthelezi bezig met een doelbewuste strategie om zijn “totalitaire visie” aan Zuid-Afrika op te leggen. Hij noemde een aantal voorbeelden. De ANC-voorstellen voor een nieuwe grondwet, die op dit moment wordt opgesteld door het parlement in zijn hoedanigheid als “grondwetgevende vergadering”, verkleinen de “miniscule autonomie” die de regio's onder de huidige interim-grondwet hebben. Federalisme, waar Buthelezi al zijn hele politieke leven in gelooft, lijkt geen toekomst te hebben. President Mandela heeft in een aantal gevoelige zaken, zoals landkwesties en lokaal bestuur, al bij decreet geregeerd. Volgens Buthelezi is de ANC-regering bezig om al het land onder het gezag van de centrale overheid te brengen, zodat de chiefs er geen zeggenschap meer over hebben. Hij noemde dat “een potentieel explosieve situatie”. “Voor het eerst in de geschiedenis zal de Zoeloe-natie geen controle hebben over het land dat niet was afgenomen door veroveringen en koloniale bezetting.”

Buthelezi hekelde nog meer cruciale wetsvoorstellen van de regering waar hij deel van uitmaakt. De nieuwe arbeidswetgeving is volgens hem bedoeld om de vakbonden tot “de lange arm” van het ANC te maken. De Waarheidscommissie, die de misdaden uit de apartheidsjaren gaat onderzoeken en amnestie kan verlenen, vergeleek hij met de “Spaanse Inquisitie”. Hij kondigde aan dat Inkatha zich zal blijven verzetten, zij het op “een niet-gewelddadige, passieve en vreedzame manier”. Twee eieren later vertrok hij weer, als minister in dezelfde regering. Crisis of niet, nationale eenheid blijft een relatief begrip in Zuid-Afrika.