What's in a name

Frans van Lier schrijft in een stukje over de Italiaanse schilder Rembrandt (NRC Handelsblad, 20 juni): “Ik realiseer me dat wanneer een uitzonderlijke voornaam eenmaal een bijzondere betekenis heeft gekregen hij in onbruik raakt. Wie noemt zijn kind Dzjenghis of Napoleon?”

Het tegendeel is waar, geloof ik, je zou de kinderen de kost moeten geven die nu Mick, Michael of Madonna genoemd worden. In Amerika was het lang gewoonte onder de zwarte bevolking jongentjes presidentiele voornamen als Washington, Lincoln, en Roosevelt te geven. Een Dzjenghis heb ik niet gekend, maar mijn buurman in Ann Arbor, Michigan, droeg de voornaam Napoleon en noemde zijn zoontje Darius, waarschijnlijk zonder ironie. Ik zelf vind Alexander een fraaie naam, maar zo heb ik mijn kind niet genoemd, ook al omdat hij dan toch Lex of Alec genoemd zou worden.

Een mooi voorbeeld van “baptismal bluff” (doop-bluf) zijn bijvoorbeeld de namen die de schilder Charles Wilson Peale (1741-1831) zijn zoon gaf. Hij noemde hen Raphael, Rembrandt en Titian, naar de grote meesters die hij bewonderde. Deze benaming had een bijzondere, wellicht wel de verhoopte uitwerking (het Rembrandt-Bugatti-Effect avant la lettre), want Peale's drie zoons (alsook hun zusters Anna en Sarah) werden allen bekende schilders. What's in a name? Van hen is Rembrandt Peale, schilder van onder andere het portret van schrijver Herman Gansevoort Melville, wellicht de beroemdste.