Vooral beelden Dalí grof uitgevoerd

Tentoonstelling: Het surrealistische universum van Dalí. T/m 27 aug. in De Beurs van Berlage, Damrak, Amsterdam. Open dag. 10-20u. Catalogi ƒ 25,- en ƒ 45,-.

Salvador Dalí was de mega-ster van het surrealisme. In de Beurs van Berlage in Amsterdam wordt nu een mis gecelebreerd om de herinnering levend te houden aan deze excentrieke artiest die in 1989 op 84-jarige leeftijd overleed. De verduisterde hoge zaal van de Beurs van Berlage doet denken aan een kathedraal. In de duisternis lichten Dalí's kunstwerken op als geheimzinnige altaarstukken, heiligenbeelden en relieken en er klinkt stemmige koormuziek, die Pierre Ebéli Concept voor Dalí componeerde. Hoog boven het 'hoofdaltaar' hangt een beschilderd doek van twintig bij vijf meter, getiteld De Vlinder, waarvan ruim een derde in beslag wordt genomen door de handtekening van de meester. Onder dit doek staan, behalve Dalí's beroemde rode sofa, De Lippen van Mae West en andere antropomorfe meubelen.

Eind jaren twintig sloot Dalí zich in Parijs aan bij de surrealistische beweging. Hij maakte furore met zijn fotografisch precies geschilderde taferelen, die zich afspelen op een uitgestrekt strand omgeven door vreemd gevormde rotsen. Dit magische gebied is het landschap van Dalí's jeugd, de kust bij Cadaqués in het noordoosten van Spanje. Alle obsessies en motieven van Dalí treden voor het eerst op in deze schilderijen: de weke horloges, de krukken die slappe, uitgerekte lichaamsdelen ondersteunen, doodshoofden, het silhouet van een man met een kind aan zijn hand en het meisje met een springtouw.

Dalí was een veelzijdig en buitengewoon produktief kunstenaar. Hij schilderde niet alleen, maar maakte ook surrealistische objecten, zoals de klassieke Venus van Milo met laden, en illustraties, schreef boeken en ontwierp juwelen, kostuums, decors en etalages. In 1928 filmde Luis Buñuel in nauwe samenwerking met Dalí zijn beroemde Un Chien Andalou.

Buñuel kende Dalí uit zijn studententijd in Madrid. In zijn autobiografie, Mijn laatste snik, vertelt hij over hun vriendschap die onder invloed van Gala, de vrouw die vanaf 1929 Dalí's leven beheerste, snel verslechterde. Zij was volgens Buñuel de kwade genius achter Dalí's ongebreidelde geldzucht die de 'paus' van het surrealisme, André Breton, inspireerde tot het anagram Avida Dollars (belust op dollars). Aan het eind van zijn leven veroorzaakte Dalí nog een schandaal toen bleek dat hij - tegen betaling - ruim 30.000 blanco vellen papier van zijn handtekening had voorzien.

De tentoonstelling in de Beurs bestaat uit een tiental series grafiek; illustraties bij bekende verhalen zoals de Fabels van La Fontaine, Gargantua en Pantagruel, De zoektocht naar de Heilige Graal en Ovidius' Ars Amandi of onderwerpen als de tekens van de dierenriem. Verder zijn er twintig bronzen beelden te zien plus enkele gouden juwelen en objecten uitgevoerd door de Franse kristalfabrikant Daum. Het meeste werk dateert uit de jaren zeventig en later toen Dalí, puttend uit zijn rijke schat aan motieven, uitsluitend nog zichzelf plagieerde. De meubels, met uitzondering van het rode-lippen bankje, zijn zelfs na zijn dood geproduceerd naar geschilderde voorbeelden.

Zo vindt men de olifant op steltpoten met de obelisk op zijn rug, die voor het eerst optreedt in het schilderij De verzoeking van de Heilige Antonius (1946) niet alleen terug in de map met tien etsen en litho's bij Freuds boek Moses en het monotheïsme (1974), maar ook op groot formaat in brons, nu omgedoopt tot Ruimte Olifant. Vooral bij de beelden valt de grove uitvoering op in vergelijking met de verfijnde virtuositeit van het vroege werk. Zo blijft het bedoelde contrast tussen een sensuele, harmonische danseres en een hoekige, kubistische danser in oppervlakkigheid steken. Ook al zal de oprechte Daliniaan beweren dat het primair om het idee gaat, een gebrekkige of kitscherige uitvoering verpest veel.

De werken op de tentoonstelling zijn afkomstig uit de collectie van The Stratton Foundation die in Parijs en Florence ruimtes beheert waar permanent Dalí's te zien zijn. Aan de reizende exposities - op dit moment loopt er een vergelijkbare tentoonstelling in Triëst - is een kunsthandel gekoppeld waar het publiek grafiek en kleine replica's van de beelden voor 30.000 gulden of meer kan kopen. Zo wordt de cultus die Dalí tijdens zijn leven rondom zijn genie creëerde, in stand gehouden en commercieel uitgebuit. Of zoals Dalí eens in een interview opmerkte: “Ik voed de Dalinianen met mijn uitwerpselen. Iedereen is dik tevreden.”