Terugtocht

RICHARD HOLMES: Riding the Retreat. Mons to the Marne, 1914 revisited

313 blz., geïll., Jonathan Cape 1995, ƒ 63,-

Richard Holmes, de militaire historicus, moet om te beginnen onderscheiden worden van zijn naamgenoot de literaire biograaf. Niet alleen behandelt deze Holmes een ander soort onderwerpen, al heeft hij een biografie geschreven van de veldmaarschalk Sir John French; hij is ook een ander soort man, meer een gezelligheidsmens. De biograaf gaat er eenzelvig op uit wanneer hij het voetspoor van Shelley of Stevenson wil volgen. De historicus is met vier reisgenoten te paard de terugtocht van het Britse leger in de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog gaan rijden, van Mons tot dicht bij Parijs. Overdag had hij aanspraak aan dat gezelschap, en hij heeft welvoorziene avonden doorgebracht op boerderijen en kasteeltjes waar zij met hun paarden mochten overnachten.

Al leidden zij een luxe leven vergeleken bij de British Expeditionary Force van augustus 1914, het was een afmattende trektocht op een route waar in tachtig jaar nogal wat overheen gebouwd en aangelegd is. Holmes had er zich grondig voor gedocumenteerd, uit de literatuur over de oorlog en brieven en dagboeken, en hij is vertrouwd met de militaire dagelijkse praktijk. Hij doet zich kennen als een prettig gestemde harde werker, en de belangstelling die zijn boek in Engeland ondervindt is eerlijk verdiend.

In zeker opzicht zou het een voordeel zijn geweest als hij minder goed was ingevoerd in militaire zaken. Hij kan zich geloof ik niet voorstellen dat de verbeelding van een a-militaire lezer dienst weigert wanneer in één alinea, op een terrein met een helling, mijngebouwen, twee wegen en een spoorlijn, de plaatsen worden aangegeven van negen onderdelen van twee regimenten. Er zijn puntige landkaartjes voor het boek gemaakt door zijn vrouw. Die helpen, maar als het schieten en het opdringen en het terugtrekken begint, en het vallen van de doden en het schreeuwen van de gewonden, is het verloop niet meer te volgen. Er zouden meer details en afbeeldingen bij moeten; of juist geen, maar het was de bedoeling van Holmes om augustus 1914 uit te beelden, dus dat had hij moeilijk kunnen rechtvaardigen.

Zijn boek lijkt mij in de eerste plaats geschikt voor liefhebbers van militaire zaken, die de krijgsverrichtingen herkennen uit summiere aanduidingen. Andere lezers zullen meer zien in het gezelligheidsleven van het reisgezelschap 's avonds, en in sommige overzichtelijke kleine impressies van de grote oorlog. Na een geslaagd Engelse cavalerie-actie bleken er nog Duitsers verborgen te zitten in het hooi; daar werden lansen en sabels blindelings ingestoken, en dan kwamen er vreselijke kreten uit. De infanteristen liepen er na drie weken terugtrekken hongerig en schooierig bij, en de paarden waren nog beklagenswaardiger; het was hartbrekend, noteerde de cavalerist, Nobby Clarke, vooral als je de gewonde beesten zag die dood lagen te gaan, gillend van pijn en angst. Toch schreef George Barrow, die het later tot generaal bracht: “I enjoyed every minute of the retreat - the excitement, the movement, the villages and fine old churches, the sight of French cavalry.”

Het blijft onmogelijk te bepalen hoe het levensgevaar in zo'n massale oorlog ondervonden wordt door verschillende geaardheden in onvergelijkbare omstandigheden. Het is een verdienste van Richard Holmes dat hij een koele vertelstemming van c'est la guerre aanhoudt ook al vielen er in vier weken 15.000 Britse doden en gewonden. Hij citeert ook boven ieder hoofdstuk een ijzige didactische tekst uit het legerhandboek zoals “The process by which an army is brought into the theatre of operations is called strategical concentration”.

Holmes is mentaal berekend op de taak die hij hier ondernomen heeft, en hij schrijft veroverend over paarden - de eigen paarden, waarmee zijn groep de voetsporen volgde. De lezer leert iets meer te begrijpen van een fragment van de Eerste Wereldoorlog, maar het zichtbaar maken van de talloze afzonderlijke gevechten en schermutselingen zou anders moeten.