Taallessen voor allochtonen buiten schooltijd

DEN HAAG, 24 JUNI. Het kabinet wil dat basisscholen met ingang van het schooljaar 1997/1998 de lessen in eigen taal voor allochtone kinderen buiten de verplichte lesuren geven.

Nu krijgen de scholieren dit zogeheten 'Onderwijs in Eigen Taal' (OET) nog onder schooltijd, voor ongeveer tweëenhalf uur per week.

Het kabinet heeft gisteren ingestemd met dit plan van staatssecretaris Netelenbos (onderwijs). In de nieuwe opzet krijgen gemeenten meer vrijheid en verantwoordelijkheden. Ze zullen zelf moeten bepalen welke groepen leerlingen voor de lessen in aanmerking komen en hoeveel uur per week daaraan wordt besteed. Ook krijgen ze 10 miljoen extra, bovenop het huidige budget van 75 miljoen gulden. Daardoor kunnen meer gemeenten dit onderwijs aanbieden dat voortaan 'Onderwijs in Allochtone Levende Talen' gaat heten (OALT). Nu gebeurt dat in 200 van de 640 gemeenten.

Verder kunnen gemeenten meer talen toevoegen zodat meer leerlingen les in hun moedertaal krijgen. Vorig jaar kwamen ruim 100.000 allochtone kinderen in aanmerking voor OET, maar slechts 65.000 scholieren volgden de lessen. Het gaat vooral om leerlingen uit Turkije (32.000) en Marokko (29.000). Daarnaast krijgen ook kinderen uit Tunesië, Griekenland, Italië, voormalig Joegoslavië, de Kaapverdische en Molukse eilanden, Portugal en Spanje OET-lessen. Aanvankelijk waren de taallessen bedoeld om te voorkomen dat kinderen van gastarbeiders - die hier net als hun ouders slechts tijdelijk zouden zijn - bij terugkeer hun moedertaal niet zouden kennen.

Gezien de veranderende samenstelling van de bevolking vraagt dit onderwijs om een nieuwe aanpak, zo stelt het kabinet. De lessen in eigen taal zijn volgens het kabinet van groot belang omdat ze de 'emancipatie en participatie van allochtonen in de Nederlandse samenleving' bevorderen. Het uitgangspunt dat allochtonen Nederlands moeten leren om te kunnen inburgeren blijft onverminderd van kracht.

De regeringsfracties in de Tweede kamer steunen het plan van de staatssecretaris. Het CDA-kamerlid Koekkoek heeft reserves. Hij is een voorstander van lessen na schooltijd maar verzet zich tegen grotere zeggenschap van gemeenten. Meer zeggenschap van gemeenten over bijzondere scholen is volgens de christen-democraat in strijd met de vrijheid van onderwijs.

Al lange tijd woedt er een discussie over de vraag of de lessen in eigen taal binnen of buiten schooltijd gegeven moeten worden. Voorstanders voor dit onderwijs binnen schooltijd betogen dat kennis van de eigen taal van belang is voor de taalontwikkeling en het zelfbewustzijn van de buitenlandse leerlingen. Tegenstanders benadrukken dat door de OET-lessen leerlingen een achterstand oplopen ten opzichte van hun Nederlandse klasgenoten. Voor de lessen in eigen taal missen de kinderen tien procent van de 'gewone' lessen.