Premsela zorgde voor 'gezicht' Van Besouw Tapijten

Deze week is het faillissement aangevraagd voor Van Besouw Tapijten. De firma is befaamd om zijn topkwaliteit en mooie vormgeving. Ontwerper Benno Premsela drukte jarenlang zijn stempel op de collectie.

GOIRLE, 24 JUNI. De showroom van de Koninklijke Van Besouw in Goirle ligt er vredig bij, alsof de moeilijkheden waarin de tapijt- en kunststoffenfabrikant verkeert, hier nog niet zijn doorgedrongen. In het midden liggen vier grote kleden uitgestald in rood, geel, groen en blauw. Langs de wanden vormen rijen stalen een eindeloos kleurenpalet. Onder de voeten van de binnentredende directieleden beweegt een van de paradepaardjes van het bedrijf: een zwart katoenen tapijt dat vormgever Benno Premsela eind jaren zestig ontwierp. Op de plaatsen waar gelopen is, zijn de lusjes van het tapijt een beetje geplet, wat een speels, nonchalant effect geeft. Fraaie vormgeving is al dertig jaar het kenmerk van de Van Besouw-tapijten.

In de grote fabriekshallen, die de afgelopen jaren nog voor vele miljoenen gerenoveerd en verbouwd zijn, draaien de machines op halve kracht. Vrijdag heerste er nog optimisme over een reddingsplan, maar dinsdag maakte bewindvoerder mr. J. Veldman bekend dat, na het faillissement van de kunststoffendivisie, nu ook definitief het doek valt voor Van Besouw Tapijten, waar 100 van de in totaal 230 werknemers werken. Wel wordt nog gezocht naar een voortzetting van de activiteiten, en daarmee van de artistieke formule, waarbij vormgevers van buiten worden aangetrokken die zoeken naar nieuwe combinaties van materialen, weef- en breitechnieken en verfprocessen.

De fabriek is 156 jaar geleden begonnen met het vervaardigen van kaatsballen uit jute en vlas. Daaruit ontstond een weverij van tapijten en van zware stoffen, zoals katoenen canvas voor dekzeilen en dakfolie,'' vertelt directeur ir. F.H.M. van de Ven van de tapijtdivisie.

In 1967 ontketende de toenmalig directeur Jan Mes een ware revolutie in tapijtenland door niemand minder dan de Amsterdamse binnenhuisarchitect en vormgever Benno Premsela naar het Brabantse dorp te halen. Premsela, die nog nooit van 'kamerbreed tapijt' had gehoord, had naam gemaakt met opvallende etalages voor de Bijenkorf en met het centrum voor industriële vormgeving in de Beurs van Berlage. “Ik wist niets van tapijten en Mes wist niets van vormgeven”, zegt Premsela. “Mes had een sterkte-zwakte analyse laten maken waaruit bleek dat ze topkwaliteit en goede service boden, maar geen eigen identiteit hadden. Ik moest zorgen voor een eigen gezicht.”

In het bedrijf werd een studio opgericht, waar een team vormgevers aan de slag kon. Onder de mensen van het eerste uur was de Amsterdamse ontwerpster Diek Zweegman, die vorig jaar onder andere de Designprijs Rotterdam won voor een Van Besouw-ontwerp: een tapijt in warme kleuren en met een bijzondere structuur als van kleine, ineengedraaide wormpjes. Het is synthetisch, anders dan de meeste Van Besouw-tapijten die van natuurlijk materiaal (wol, katoen, linnen) zijn. Zweegman: “Een studio op zo'n hoog niveau met een art director en ontwerpers, was in die tijd ongekend voor een Nederlandse tapijtfabrikant. Industriële vormgeving stond in de 1982 werd de vormgeving overgeheveld naar bureau BRS Premsela Vonk in Amsterdam. Tegenwoordig werkt ook ontwerper Jeroen Vinken voor de firma.

De inmiddels 75-jarige Premsela, die woensdag uit handen van Prins Bernhard de Zilveren Anjer ontving, betreurt wat er nu met Van Besouw gebeurt. Liefderijk spreidt hij een aantal stalen uit: de katoenen lusjes, een diagonaal geweven wollen berber, en een ander buitenbeentje, een linnen tapijt met een zacht getinte rug en een pool in naturelkleur. “Het is nog altijd een unieke collectie. Niemand heeft zulke tapijten en er zijn nog steeds weinig tapijtfabrieken die zoveel aan vormgeving doen”, zegt hij. Premsela wist zijn ontwerpen altijd met grote overtuigingskracht door te drukken, ook al riepen de technici in koor dat het onuitvoerbaar was. Het katoenen tapijt, met al die lusjes, werd eerst als 'een badmatje' afgedaan, maar het kwam er toch en maakt nu 80 procent van de omzet uit.

In de zwart-wit-grijs ingerichte woning van Premsela in Amsterdam ligt geen kamerbreed tapijt, maar een grijze gietstenen vloer. Daarop wel een donker, los Van Besouw-kleed, naar een ontwerp van beeldend kunstenaar Peter Struycken. Premsela houdt niet van schreeuwerige kleuren, dat is ook te zien aan het gevarieerde kleurengamma in de toonzaal in Goirle. De tapijten uit Premsela's stal hebben vaak een gemêleerd kleurenpatroon, domineren niet in het interieur, hebben slechts de functie van 'een vijfde wand'. Wilde motieven, opvallende dessins, Premsela moet er niet aan denken: “Ik houd niet van zo'n opgeklopt wild interieur. Beeldende kunst mag van mij van de muren knallen, maar een duurzaam gebruiksmiddel als een tapijt moet terughoudend zijn. Als je het na drie jaar weer moet vervangen omdat het niet bevalt vind ik het weggegooid geld. Ik ben indertijd als eerste met een bruin tapijt begonnen en met wollen berbers in aardkleuren. Andere fabrieken kopieerden ze in blauw en groen. Zoiets krijg ik niet uit mijn strot.”

De kleden worden voor het grootste deel gemaakt op breimachines. Van de Ven: “Wij zijn de enigen die nog de breitechniek gebruiken. De hele wereld tuft. Breimachines worden zelfs niet meer gemaakt. Het was een principiële afweging: met de markt meegaan of vormgeving voorop stellen. Op vormgevingsgebied schept de breitechniek meer mogelijkheden dan het tuften. Je kunt beter structuren aanbrengen en betere kwaliteit maken.”

De prijs is ernaar: kamerbreed katoen komt op 449 gulden per meter, maar er zijn ook tapijten van 650 gulden per meter. Van Besouw Tapijten werkt voor een kleine, gespecialiseerde markt. In de gemiddelde tapijthal zijn de produkten niet te vinden. In Nederland zijn zo'n 300 verkooppunten, meest bij de chiquere interieurzaken of binnenhuisarchitecten.

Verslechtering van de markt, veranderend consumentengedrag, problemen met de distributie zijn een paar verklaringen waarom het zo mis heeft kunnen lopen. Er is de concurrentie van de tegels en de planken - hoewel ook in de parketbranche klappen vallen. En waar men vroeger een tapijt kocht voor een half mensenleven, is het nu een massaprodukt dat bijna net zo snel wordt verwisseld als een fietsband.

“Wat ook meespeelt is dat wij, op het synthetische tapijt van Diek Zweegman na, er de laatste jaren onvoldoende in zijn geslaagd spraakmakende produkten te maken. Een nieuw tapijt ontwikkelen kost zo'n drie jaar. Het is een enorme opgave elke keer weer met dat ene, unieke ontwerp te komen.” zegt Van de Ven.