Oranje in Tanzania (1)

Als leden van het Koninklijk Huis uitspraken doen over maatschappelijke onderwerpen dan wordt dat dikwijls gepresenteerd als groot nieuws. Het lijkt er echter op dat het vooral nieuws is omdát ze iets zeggen en niet zozeer wát ze zeggen. Zo ook in NRC Handelsblad van 17 juni waarin Claus en Willem-Alexander de voorpagina haalden met uitspraken die weinig vernieuwend zijn (ontwikkelingshulp moet zakelijker, als de mensen het niet oppikken werkt het niet etc.). Voor deze krant is dat voorpaginanieuws. Het blijft lovenswaardig dat er aandacht wordt geschonken aan een gebied dat in de internationale pers pas ter sprake komt als er een fikse ramp gebeurd is.

In de discussie in Lusotho laat Willem-Alexander zien dat hij vooral een echte Hollander is. Analoog aan het beschrevene, de volgende situatie:

Stel Julius Nyerere, de voormalige president van Tanzania (en oude vriend van Claus), komt voor een bezoek naar Nederland. Hij wordt door zijn ambassade meegenomen naar het Nederlandse platteland en raakt in discussie met zijn Nederlandse gastheren. “Vroeger”, zegt Nyerere, “waren hier kronkelige landweggetjes met fraaie bomen en talloze weidevogels. Waar zijn die gebleven?” Zijn gesprekspartners leggen omzichtig uit dat er ruilverkavelingen zijn geweest omdat de bevolking het land anders wilde gebruiken. Julius Nyerere: “Dat is dan een verkeerd gebruik”. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar een dergelijke veroordeling zouden de Nederlandse gastheren weinig waarderen. Ik vraag me dan ook af wat de Tanzaniaanse gastheren van de opmerking van Willem-Alexander vonden daar ze naar mijn ervaring, hoffelijkheid en diplomatie boven zakelijkheid en ongeduld waarderen. Zeker van een dergelijk bezoek.