Mercedessen razen door milieubewust Duitsland

Voor veel moderne Duitsers heeft 'het goede' deze week tweemaal spectaculair gewonnen. In Berlijn voltooiden de Christo's na een moeizame aanloop van 24 jaar hun verhulling van de Rijksdag, dat gebouw dat veel jonge Duitsers vooral zien als symbool van akelige parlementair-democratische en andere tekorten van de afgelopen 125 jaar. En Shell werd door Greenpeace en Duitse klanten tot inkeer gebracht.

BONN, 24 JUNI. Bijna iedere automobilist kent zo'n ervaring wel. Je rijdt in het land met het grootste wegennet en de grootste auto-industrie van Europa, dat op grote stukken van zijn Autobahn nog steeds géén snelheidsbeperkingen kent. Je rijdt aardig hard, denk je. Tot er op de linkerstrook een colonne BMW's, Mercedessen, Audi's en Porsches zó hard langsdendert dat je even het gevoel krijgt dat je stil staat. En mocht het bos langs die Autobahn er wat minder uitzien, weet je meteen ook waar dat (mede) aan zou kunnen liggen.

Duitsland is zeer milieubewust, en dat uit zich niet alleen door romantisch-ernstige klaagzangen over stervende bossen die eigenlijk eeuwig zouden moeten zingen, maar ook door een scherpe milieuwetgeving. De Duitse industriestaat, het land van Krupp èn Hermann Hesse, van Daimler-Benz èn de Groenen, is een grootexporteur die zich inspant om industriële eisen te verbinden met hoge milieu-eisen. De technologisch meest geavanceerde en tegelijkertijd meest natuurverbonden deelstaat, Beieren, biedt het sprekendste voorbeeld van zo'n tot spagaat, tot zelfcorrectuur, geworden wetgeving. Niks spagaat trouwens, de SPD heeft als motto van haar verkiezingsprogramma “de ecologische vernieuwing van de industriële samenleving”.

De vaak bijna mystieke liefde voor de natuur en het gezonde buitenleven is groot in het land waar het 'kuren' voor velen ook vandaag nog steeds een vanzelfsprekend deel van de gezondheidszorg is. Het land waar homeopathische geneeskunst floreert en waar Turnvater Jahn in de vorige eeuw een legende werd met zijn pleidooien voor Leibesübungen en Wanderschaften.

In de eerste 25 jaar na 1945 was de zorg van de Duitsers vooral gericht op herstel uit de ruïnes. Maar juist doordat dit zo goed gelukte, en doordat '1968' meer nog dan elders in het teken stond van een afrekening tussen generaties, begon vervolgens ook the Greening of (West-)Germany. De Groenen, aanvankelijk een als politieke beweging verklede milieu-actiegroep van jonge en oudere jongeren, werden daarvan hèt voorbeeld. Zij kregen zoveel aandacht en aanhang (het waren ook de jaren van het rapport aan de Club van Rome) dat andere politieke partijen zich bedreigd voelden. Onder leiding van voorzitter Willy Brandt, de oud-kanselier, ging vooral de SPD moeite doen om 'groene' thema's en daarmee 'groene kiezers' te omhelzen. De CDU volgde, zij het in mindere mate en met een jaar of tien vertraging. De Beierse CSU had, zoals hierboven gezegd, onder Franz-Josef Strauss zulke 'groene' thema's allang afgedekt vóór de Groenen er waren. Wat liet Goethe zijn Faust al over de Duitsers zeggen? “Zwei Seelen fühl'ich, ach, in meiner Brust.”

In elk romantisch gevoel, het is niet kleinerend bedoeld, zit vaak ook iets onbestendigs. Na hun triomfale intocht in de Bondsdag, met een percentage van ruim 8 procent, in 1987 verwaarloosden de Groenen in 1990 het grote thema van de Duitse eenwording zó dat zij (net) onder de kiesdrempel bleven steken en enkele jaren lang voornamelijk opvielen door harde sectarische twisten tussen Sponti's, Fundi's en Realo's.

Bijna iedereen lijkt deze vrij recente periode al vergeten, nu de door Realo Joschka Fischer aangevoerde Groenen weer van het ene na het andere electorale succes snellen, met ruim zeven procent in de Bondsdag zijn teruggekeerd en vorige maand in Noordrijn-Westfalen en Bremen in regionale verkiezingen op tien en ruim 13 procent uitkwamen. Waarmee zij als 'ecologische partij' in Duitsland de nieuwe 'derde kracht' werden en de 'economische partij', de noodlijdende FDP, verdrongen. Lichte paniek heeft dat onmiskenbaar veroorzaakt bij kanselier Kohls CDU/CSU, die op lange termijn misschien wel kan zoeken naar een soort Wertegemeinschaft met de Groenen maar zich door hun succes nú, en het dreigende wegvallen van de FDP, overvallen voelen.

Maar ook de SPD, die zich - bij voorbeeld nu in Noordrijn-Westfalen, waar zij haar absolute meerderheid verloor - min of meer de gevangene voelt van de Groenen, is ietwat overrompeld. De Groenen bieden een organisatorisch dak aan felle actiegroepen; zij zijn niet alleen politieke zus van Greenpeace maar ook van huurderscomités, dienstweigeraars, kerkelijke protestbewegingen etc. Anders gezegd: de Groenen zijn óók enigszins de gevangenen van zichzelf, wat de afgelopen weken is gebleken uit de slepende coalitie-onderhandelingen met de SPD in Noordrijn-Westfalen.

Greenpeace heeft haar scherpgesneden actiemes “via Londen en de Shell” de afgelopen twee weken zeer bekwaam door de Duitse boter laten glijden. En een storm in Duitsland losgemaakt rondom het olieplatform Brent Spar die voor een buitengewoon precedent heeft gezorgd. Het weekblad Die Woche gisteren: “De wereld ontwaakt”, (..) “de strijdcultuur van alternatieve buitenstaanders is instrument van de hele samenleving geworden”, (..) “de triomf over Shell markeert de hegemonie van het milieudenken aan het einde van deze eeuw”. Enzovoort. In de voorafgaande twee weken hadden Duitse politici, kerkelijke leiders en zakenlieden elkaar bijna vertrapt door de snelheid waarmee zij in de buurt wilden komen van Greenpeace en het hart van de kiezers. Dat Duitsland zelf niet of nauwelijks belangen heeft in de wereld van de off-shore industrie kan daarbij een rolletje hebben gespeeld.

Minister Theo Waigel van financiën, een functie die toch meestal geen mooie plek meebrengt in het actiewezen, kondigde als eerste aan dat hij op de G-7-top in Halifax, stelling zou nemen tegen de geplande verzinking van de Brent Spar. Kanselier Kohl, die in zulke politieke taxatiekwesties een uitstekende neus heeft, nam Waigel deze fakkel binnen 48 uur af (en de SPD en de Groenen de wind uit de zeilen). Hij zette de Britse premier John Major liever zelf onder druk in Halifax. In Duitsland riep de ene na de andere politieke partij op tot een boycot van Shell, ook de eigen grote BMW's en Mercedessen moesten naar een andere pomp. Hier waren de Groenen gehandicapt, zij komen immers per trein of fiets naar de Bondsdag of het partijbureau. De Evangelische Kirchentag vroeg de gelovigen om Shell te boycotten, waardoor hij volgens de oliemulti medeverantwoordelijk werd voor aanslagen op tankstations. Ook de zelfbedieningsketen Tengelmann vroeg zijn klanten en zijn personeel (200.000 mensen) niet meer bij Shell te tanken.

Al met al is er in Duitsland zóveel losgetrapt dat serieuze kranten zich nu beginnen af te vragen of er werkelijk zoveel reden tot tevredenheid is. Dat de toch al wankelende premier John Major mede door Duitse druk voor gek kwam te staan moet de Europeaan Kohl en zijn coalitie te denken geven.

In de Bondsdag verwierp Kohls coalitiemeerderheid gisteren een door de SPD en de Groenen voorgestelde milieu-belastingheffing (met compensaties elders). In de Bondsraad, de Duitse Eerste Kamer, ontstond een patsituatie rondom de door de regering voorgestelde anti-smogwetgeving. De SPD-meerderheid daar acht de voorgestelde grens van 240 microgram ozon per kubieke meter veel te hoog en zij wenst niet alleen rijverboden maar - anders dan de coalitie - tempobeperkingen in het verkeer vanaf 180 microgram. Minister Angela Merkel (milieu, CDU) zei daarover: er is geen enkel bewijs dat tempobeperking tot minder schade aan de ozonlaag voert.

Bij de Duitse Shell-directie in Hamburg, die een omzetdaling van een kleine 30 procent noteerde, had men de minister de afgelopen twee weken vermoedelijk ook graag zo genuanceerd horen spreken. Bijvoorbeeld over de uiteenlopende milieu-effecten van het verzinken dan wel demonteren van bepaalde types olieplatforms.