Liedjes Suske en Wiske houden stripmusical op

Voorstelling: Suske en Wiske - de Musical, van Gerrie van Rompaey, Jean Blaute en Jan de Vuyst, door Show Projects en het Koninklijk Jeugdtheater. Scenografie: Jerome Maeckelbergh. Regie: Jos Dom. Gezien: 23/6 in het Chassé Theater. Aldaar t/m 23/7. Nederlandse tournee t/m 29/10.

De drie kleinere zalen zijn nog niet klaar en buiten heersen hoofdzakelijk nog de wetten van de bouwput. Maar de grote zaal van het gloednieuwe Chassé Theater in Breda - een evenementenbak met 1200 rode stoelen - is gisteravond in gebruik genomen met de Nederlandse première van de Antwerpse succesproduktie Suske en Wiske - de Musical. En daardoor kon tevens al een eerste blik worden geworpen op de grillig golvende gangen en de myriade van loopbruggen in het binnenste van de schepping van architect Herman Hertzberger, die de gemeente Breda tot dusver ruim 60 miljoen gulden en acht wethouders heeft gekost.

Een maand lang zal de nadrukkelijk als familievoorstelling geannonceerde Suske en Wiske er te zien zijn. Daarna staan nog acht andere Nederlandse theaters op het programma. De voorstelling is, volgens diverse berichten, ingrijpend bewerkt alvorens men ermee naar Nederland kwam: een nieuwe regisseur, een nieuw chorus, een spannender script en een flink aantal wijzigingen in het taalgebruik - al hoort men Lambiek nog steeds pochen dat hij zich niet voor zijn voeten laat spelen, hetgeen inhoudt dat hij zich niet voor de gek laat houden. Natuurlijk doet hij dat wel, want daar is hij Lambiek voor. Met zijn vollemaansgezicht en een ronddraaiend komiekenstrikje is hij trouwens de gangmaker van de show, de man die als Jan Klaassen in de poppenkast het publiek bij de avonturen betrekt.

Die avonturen betreffen een zoektocht naar drie verdwaalde sterren, op drie exotische lokaties, met Scharnulleke, de ledepop van Wiske, als gids, en een sinister bedoelde boef als spelbreker. Dat geeft aanleiding tot fleurige tafereeltjes met tempels, piramiden, pagoden en een griezelig ogend Maya-woud, multiscreen-videoprojectie en een soepel draaiend arsenaal van technische foefjes, als alleraardigst decor voor de huppeldrafjes en de hoekige gestiek van de befaamde hoofdpersonen: Suske, Wiske, de hollebolle Lambiek, de vriendelijke dommekracht Jerome en de hysterische Tante Sidonia, expressief tot in de omgekrulde punten van haar buitenmodel-schoenen. Alleen de boef is mij niet satanisch genoeg - en Gerrie van Rompaey, de auteur van het scenario, heeft hem bovendien zó laat geïntroduceerd, dat hij bijna geen dreiging meer is.

Maar een veel groter bezwaar vormen de liedjes. “En nu allemaal zingen,” gebiedt Jerome zijn omstanders al in het begin, “het is tenslotte musical.” Een inside-grapje, ongetwijfeld, maar tegelijk typerend voor de plichtmatige manier waarop de zangnummers in het verhaal werden verwerkt. Ze zijn niet alleen als vergetenswaardige dreundeuntjes getoonzet en allemaal met eendere synthesizer-effecten gearrangeerd, maar ze houden de handeling ook zonder uitzondering ernstig op. De teksten zijn invuloefeningen en de dansjes, die daarbij ten beste worden gegeven, zijn gebaseerd op musical-mouvementen uit het jaar nul.

Het is elke keer weer een hele opluchting als er een liedje voorbij is en de speurtocht naar de volgende ster kan beginnen. Suske en Wiske - de Musical zou er, kortom, heel wat bij winnen als die musical-elementen werden verwijderd.

Wat overblijft, is een onderhoudende theaterversie van de stripcreatie van Willy Vandersteen, die vooral kinderen (en verstokt gebleven ouderen) zal aanspreken. Ondanks een enkele kwinkslag voor volwassenen, zal het gemiddelde musical-publiek het vertoonde, denk ik, ervaren als veel te kinderachtig. Zelfs de uitgesproken Vlaamse malligheid - een groepje Tirolers in een piramide, een tv-showballet als de vraag van de sfinx goed wordt beantwoord - is net iets te flauw om als knipoog voor grote mensen te dienen.