Koningskwestie houdt Grieks rechts verdeeld

ATHENE, 24 JUNI. De orthodoxe Aya Sofia-kerk in Londen is op 1 juli het toneel van de huwelijksinzegening van Paul, oudste zoon van de voormalige Griekse koning Constantijn, en Maria Chantal Miller, dochter van een Amerikaanse directeur van een supermarktketen. Alle gekroonde hoofden van Europa worden daarbij verwacht. Maar in Griekenland is de grote vraag hoeveel van de ongeveer 44 uitgenodigde afgevaardigden van de rechtse oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) aanwezig zullen zijn bij de plechtigheid of bij de grote receptie die voor de volgende dag is uitgeschreven. Drie? tien? of twintig?

ND-leider Miltiades Evert doet er achter de schermen alles aan, het aantal zo klein mogelijk te houden. Zijn officiële standpunt is dat het hier geen belangrijke kwestie betreft. Maar de werkelijkheid is anders, en de hele affaire moet hem grote hoofdbrekens bezorgen.

Toen kort na de kolonelsjunta, in december 1974, de toenmalige conservatieve premier en ND-oprichter Karamanlis het referendum over de toekomst van de monarchie organiseerde - met de huidige president Stefanopoulos als minister van binnenlandse zaken - bleek 69 procent van de bevolking de koning niet terug te willen. Ruim 30 procent dus wel - en dat is een potentiële splijtzwam voor de rechterzijde gebleven, die van tijd tot tijd haar kop opsteekt.

De 31 procent aanhangers van Constantijn zullen in de loop der jaren wat zijn teruggelopen, alleen al door veroudering, maar in sommige districten van het land, zoals het zuiden van de Peloponnesos, zijn ze nog overvloedig voorhanden. Daar moet wie als afgevaardigde wil worden ge- en herkozen, op zijn minst wel van tijd tot tijd iets vriendelijks zeggen over de sympathiek overkomende en kinderrijke koninklijke familie. Maar ook in de rest van Griekenland spelen de overgebleven monarchisten electoraal een rol, ook al zijn het er maar zo'n 5 of 10 procent. De ND is ook daar op hen aangewezen om getalsmatig de strijd met de republikeinse partijen aan te kunnen gaan. Volgens sommige schattingen ontloopt binnen de ND het aantal royalisten dat der republikeinen niet veel. Schrikbeeld van elke ND-leider is dat de monarchisten nog eens een eigen partij stichten.

Daar staat tegenover dat het vroegere koningshuis bij de republikeinen extreem impopulair blijft - bij elke discussie daarover komen de emoties hoog bovendrijven en deze sentimenten vormen een sterk bindende kracht. Het blijkt nu ook weer bij de kwestie van het huwelijk. Afgevaardigden die daarheen gaan, worden binnen de regerende PASOK beschuldigd van 'meineed' - men heeft immers de eed afgelegd op de republikeinse grondwet, die de staatsvorm als onveranderlijk beschrijft. Premier Andreas Papandreou zelf heeft dezer dagen verkondigd dat wie nu nog iets goeds zegt van de 'gekroonde democratie' - zoals de afgevaardigde Davakis, die zeker naar Londen gaat - uit het parlement moet worden gezet.

De zaak wordt er niet makkelijker op, door het optreden van Constantijn zelf, die hier vrij algemeen teos (ex) wordt genoemd. Dat deze nog steeds de titel 'koning' voert, wordt door de Grieken nog wel een beetje begrepen - tenslotte heet hier een oud-president zijn leven lang 'president'. Maar de uitnodigingen zijn verstuurd door 'Constantijn, Koning der Hellenen' en zoon Paul wordt daarop 'kroonprins' genoemd. Het eerste heeft de vader inmiddels - weinig overtuigend - geweten aan een “vergissing van het bureau dat de uitnodigingen verstuurde”, het tweede heeft hij onveranderd gelaten.

De kwestie is dat Constantijn zijn rechten op de Griekse troon nooit heeft opgegeven. Evenmin heeft hij de uitkomst van het referendum ooit erkend. Hij geeft toe dat er 'heden' een republiek is, maar - verwijzend naar de Griekse geschiedenis - hij houdt een nieuwe wending niet voor onmogelijk. Bij zijn 'toeristische' bezoek aan Griekenland in gezinsverband vorig jaar repte hij zich meteen naar Athos, waar hij zich door de monniken van het klooster Vatopedi als koning liet aanroepen.

Het is de rechterzijde in Griekenland die het meest door de 'koningskwestie' wordt ontregeld. De twee grote rechtse kranten ontsnappen er niet aan, dagelijks met sappige details te komen over de op handen zijnde bruiloft. Aan de andere kant is de vrouwelijke afgevaardigde Partheni Foundoukidou, die nog niet weet of ze naar Londen gaat, gekomen met een compromisvoorstel dat de hilariteit hier nog heeft verhoogd: waarom maken we Constantijn, met al zijn ervaring, niet tot een soort ambassadeur in buitengewone dienst?