Kloostergemeenschap van norbertijnen biedt uitgebreid programma; Steeds meer mensen bezinnen zich

HEESWIJK, 24 JUNI. “U die een kloostergemeenschap vormt, dragen wij op het volgende na te leven: allereerst moet u eensgezind samen wonen, één van ziel en één van hart op weg naar God. Want is dat juist niet de reden waarom u samen bent gaan leven?”

Het is volgens deze passage uit de Regel voor het gemeenschapsleven van Augustinus dat de 38 norbertijnen in het Brabantse Heeswijk trachten te leven. De orde der norbertijnen werd in de twaalfde eeuw gesticht door Norbertus van Gennep die de Regel van Augustinus tot uitgangspunt van zijn kloostergemeenschap nam. Gemakkelijk na te volgen is de Regel niet, zeggen de norbertijnen openhartig, de onderlinge verschillen in karakter zijn groot.

De Abdij van Berne in Heeswijk, een dorp ten zuidoosten van 's-Hertogenbosch, is de oudste kloostergemeenschap van Nederland, gesticht in 1134. Het gaat er de laatste jaren zeer levendig aan toe. Weliswaar is het aantal intredingen gedaald, maar het vormings- en bezinningscentrum van de norbertijnen, Abdijhuis/ De Uithof, trekt jaarlijks tienduizend bezoekers die er een of meerdere dagen doorbrengen voor bezinning onder begeleiding van leken en norbertijnen. “Iedereen denkt altijd dat het kloosterleven saai is, maar ik heb in de vier jaar dat ik hier woon meer meegemaakt dan in alle dertig jaren daarvoor”, zegt norbertijn Peter Huijbregts.

Steeds meer bezoekers van Abdijhuis/Uithof zoeken rust en een sfeer van spiritualiteit, en vooral een antwoord op hun levensvragen. De bezoekers staat een omvangrijk programma voor verschillende doelgroepen ter beschikking, met een tarief gedifferentieerd naar draagkracht. Er zijn programma's voor mensen die rouwen om een verlies, voor parochies, voor vrouwen ('Trouw zijn aan je vrouw-zijn'), voor homoseksuele mannen en lesbische vrouwen en voor jongeren. Ook zijn er bezinningsweekeinden over onder andere de theologie van H.M. Kuitert en Abraham Joshua Herschel, verschillende culturele weken en een 'abdijzondag' gewijd aan de Nijmeegse theoloog Edward Schillebeeckx. Zo'n veertig procent van de bezoekers is van gereformeerde of hervormde huize. Daarnaast maken ook tal van bedrijven, instellingen en organisaties - al of niet met eigen begeleiding - gebruik van de accommodatie.

Uitgangspunt van de programma's in de 'vrijplaats' Heeswijk zijn de relatie met God, de relatie van de mens tot zichzelf en de relatie van de mens met anderen. De leidraad van waaruit deze 'grondrelaties' worden bezien is “weerstand bieden tegen alles wat afbreuk doet aan de ontplooiing van mensen”, aldus de aanbiedingsbrochure voor het komende seizoen. “In opstand komen daar, waar mensen door persoonlijke relaties en door structuren binnen kerk en samenleving worden gekleineerd en vervreemd raken van zichzelf. Opstaan tot nieuw leven als 'n groeien naar heelheid, tot de mens die we in oorsprong, in wezen zijn.”

De norbertijnen hebben het druk. Niet alleen maken zij in samenwerking met leken onder wie de oud-voorzitter van de Acht Mei Beweging Wies Stael-Merkx de programma's, ook hebben zij de verantwoordelijkheid voor nabijgelegen parochies. “We zijn geen strikt contemplatieve gemeenschap. Ons samen leven en samen bidden zijn middel tot ons apostolaat, namelijk het draagvlak waaraan het werk zijn kracht en diepgang ontleent”, zegt sub-prior Ward Cortvriendt. De norbertijnen hebben altijd veel werk gemaakt van liturgische vernieuwing. Vooral na 1904, toen een pauselijke encycliek daartoe opriep, plachten de norbertijnen in Heeswijk twee aan twee de parochies af te gaan om pastoors en kerkkoren liturgisch bij te spijkeren. Tegenwoordig publiceert de norbertijnse uitgeverij Berne veel liturgische geschriften, onder andere voor eucharistievieringen, diensten van woord en gebed, rond sacramenten en belangrijke levensmomenten.

Een toenemend aantal jongeren, zo'n duizend per jaar, neemt een kijkje in de abdij, meestal in schoolverband op initiatief van een bezielde leraar. “Dat is geen aapjes kijken”, zegt Peter Huijbregts. “De inspiratie vanuit Christus is de meesten vreemd, sommigen weten niet eens of ze hervormd of katholiek zijn. Maar ze voelen zich hier snel veilig en geborgen. Ze bloeien op, laten dingen opborrelen die meestal verborgen blijven. De jongeren hebben respect voor elkaars verhaal. Er is altijd wel een moment waarop ze geraakt worden.”

Annemiek Bulten, hoofd van het abdijhuis voor gasten: “Ook de sfeer van het gebouw draagt bij aan de openheid. Het is nu eenmaal niet gemakkelijk om bijvoorbeeld in een disco over spiritualiteit te spreken.”

Sub-prior Ward Cortvriendt: “Dit is een plek waar je onbedreigd met levensvragen bezig kunt zijn. De abdij is een heilige plek waar jongeren en volwassenen zich geen zorgen hoeven te maken over hun prestaties op school of hun positie op de arbeidsmarkt. Wat hen bezighoudt zijn vragen over relaties, normen en waarden, vriendschappen, leven en dood. Met die vragen zijn wij zelf ook bezig. Het zijn religieuze vragen. Wij willen onze ervaringen hiermee met anderen delen en zo iets laten doorklinken van onze verrijzenisspiritualiteit.”

    • Arjen Schreuder