Israel toonde weinig compassie met de overlevenden

The 7th million, zondag, Ned.3, 21.17-0.18u.

Hoe verder historici van de gebeurtenissen die zij analyseren en waarover zij schrijven, af komen te staan, hoe genuanceerder dikwijls hun oordeel wordt. Met de Israelische geschiedschrijver Tom Segev wiens boek The Seventh Million verfilmd is en zondagavond door de VPRO wordt uitgezonden, is dat echter niet het geval.

Hij is een zoon van Duitse communistische joden die na de uitroeiing (de begrippen holocaust en shoa vermijd ik liever) naar Israel emigreerden. Segev zet in de film duidelijk uiteen dat zijn land grote problemen had en heeft met zijn geschiedenis - in het bijzonder met die van de moord op zes miljoen joden die destijds niet naar Palestina waren gegaan maar hun Europese geboortegrond om welke reden ook trouw waren gebleven. Ook laat hij zien met hoeveel minachting er in het joodse 'thuisland' werd gesproken en gereageerd op deze broeders en zusters die in de 'diaspora', de joodse verstrooiing bleven leven en zich daar thuis voelden.

Een van hen die het zionisme als volksdoel op de allereerste plaats stelden en in Palestina het type van de niet-schlemielerige jood wilden scheppen en daardoor weinig compassie had met de blijvers, ook al werden die met volledige uitroeiing bedreigd, was de latere Israelische president, David Ben Goerion. Na de kristalnacht in Duitsland (1938) zei deze zionistische leider onder meer dat hij als hij voor de keuze zou staan ofwel alle joodse kinderen in Duitsland veilig naar Engeland te kunnen overbrengen dan wel de helft van hen naar Palestina te kunnen brengen, voor het laatste te kiezen.

Die opmerking en vele andere uitlatingen waaruit volgt dat Ben Goerions hart meer bij de ontwikkeling van het thuisland dan bij de joodse vervolgingsslachtoffers in Europa lag, is volgens Segev niet alleen tekenend voor Ben Goerion en andere zionistische leiders, maar geeft ook aan hoe in hun land aanvankelijk de nawerking van de oorlog, die van 1939 tot 1945, is geweest. Eerst na het psychodramatische Eichmann-proces (1960-1962) kwam daar verandering in.

Hoewel Tom Segev zich in de film gedraagt als een wat intellectuele wijsneus en daardoor vast en zeker ook veel weerstand zal oproepen, is het toch zeer de moeite waard om naar het historische oordeel te luisteren, ook al haalt hij Ben Goerion, de Israelische Vader Drees wel heel hard onderuit.

Veel van wat je in de film hoort over rouw- en leedverwerking in Israel (tot in de jaren zestig werd daarvoor weinig tijd en animo getoond), geldt mutatis mutandis ook voor Nederland. Eerst - na 1945 - de economische wederopbouw en dan pas, in de jaren zestig, een begin van leedbespreking, -behandeling en -verwerking. Na zowel het eerste als het tweede deel van The Seventh Million volgt een discussie onder zwakke leiding van de journalist, Joop van Tijn. Aan het gesprek wordt meegedaan door Tom Segev, de Israelische hoogleraar Anita Shapira (Joodse geschiedenis, Tel Aviv) en de Nederlandse, joodse schrijfster/dichtster Judith Herzberg. De discussie stelt helaas weinig voor, maar de film zelf verdient het zeker om er twee uur voor te gaan zitten.