Hockeyteam beschouwt zege als grote bevrijding

AMSTELVEEN, 24 JUNI. Matchwinnaar Wietske de Ruiter kreeg de zwaarste aanval pas na de met 2-1 gewonnen EK-halve finale tegen Duitsland te verduren. De aanvoerster van het Nederlandse hockeyteam werd door bondscoach Van 't Hek en diens assistent Delissen tegelijkertijd besprongen. De Ruiter kwam met de schrik vrij, maar het vreugdetafereel toonde aan dat de overwinning als een enorme bevrijding werd beschouwd.

Het was voor Oranje voor het eerst sinds 1990 dat het weer een eindstrijd van een titeltoernooi bereikte. De vier jaren zonder prijs zorgden voor flinke frustaties binnen het internationaal eens zo oppermachtige Nederlandse vrouwenhockey. Van 't Hek vond het typerend dat hij na het binnenhalen van de finaleplaats de twee oudgedienden Holsboer en Steenberghe “eindelijk, eindelijk” tegen elkaar hoorde roepen. “Nu weten ze weer dat ze het kunnen. Dat ze weer meedoen. De barrière is doorbroken en dat is vreselijk belangrijk.”

Het EK-succes van Amstelveen is nog maar één stap op weg naar het eerherstel van het Nederlandse hockey. Pas in november kan Oranje zich voor de Olympische Spelen plaatsen en dan is het taaie Duitsland weer een van de tegenstanders. Van 't Hek is ook niet snel tevreden. Hij haalde zijn speelsters gisteravond na het bereiken van de finale op het kunstgras bij elkaar en vertelde dat ze weliswaar mochten genieten van de zege, maar ook weer niet te lang. “We weten allemaal hoe het gaat. Het promodorp klettert nu op en neer van blijdschap. Daar doen we een uurtje aan mee, maar daarna moet het verder zonder ons.”

Want morgen wacht de finale. Die wil Van 't Hek ook winnen. “In Nederland zijn we snel geneigd om ook al tevreden te zijn met zilver met een gouden randje. Maar zo zit ik niet in elkaar.” En de coach wil dat zijn speelsters die winnaarsmentaliteit óók krijgen. Want daar schort het aan. Ze kunnen allemaal heel goed hockeyen, stelt Van 't Hek. “Alleen moeten ze zich daar bewust van worden.”

Dat er wat dat betreft nog veel werk is te verrichten bleek gisteravond in de eerste helft van de halve finale. Het nerveuze Nederland speelde toen ronduit slecht. Tegenstander Duitsland stelde echter ook weinig voor. “Een wedstrijd van niks”, noemde Van 't Hek het daarom. Hij liep in de rust hoofdschuddend van het veld. Zijn ploeg had toch een paar goede kansen gekregen, maar niet benut omdat er te slap en te angstig werd gehockeyed.

Na de rust, waarin Van 't Hek zijn speelsters had gevraagd meer durf te tonen (“We kunnen dan nog beter met 4-3 verliezen”), speelde Nederland bij vlagen wel overtuigend. Dat leverde ook twee verdiende doelpunten op. De Ruiter maakte na 22 minuten een korte combinatie met Kuipers in de cirkel beheerst af en drie minuten schoot dezelfde speelster de vijfde Nederlandse strafcorner hard en zuiver in. Duitsland kwam meteen via Ernsting-Krienke terug op 2-1 waardoor het nog even benauwd werd voor de thuisploeg. Van den Boogaard moest in de laatste seconden zelfs op de lijn redding brengen bij een Duitse strafcorner.

Zoals een goed coach betaamt loofde Van 't Hek na afloop het collectief van zijn team. Hij moest echter toegeven dat Noor Holsboer een cruciale rol speelt. De verdedigster is voor het hockeyteam een speelster à la Neeskens of Wouters die de voetballers momenteel zo missen. Holsboer is onpasseerbaar en een voorbeeld voor het teamgenoten. Van 't Hek noemde haar gisteravond vol bewondering “een rotsblok”.

De nuchtere Holsboer, die in 1990 wereldkampioen werd en daarna de neergang meemaakte, sprak na het bereiken van de finale van “een heerlijk gevoel”. Gekweld door blessures overwoog ze het afgelopen jaar verscheidene malen te stoppen met hockeyen. Holsboer vierde ook pas verleden maand haar rentree in de nationale selectie omdat ze toen pas volledig fit was. Aan ophouden denkt ze nu voorlopig niet meer. “Ik zou erg graag naar de Olympische Spelen willen. Er bestaat niets mooiers.”

Holsboer ziet een reële mogelijkheid om straks in Atlanta revanche te nemen voor de beschamende zesde plaats van Barcelona. “De angst binnen het team is aan het wegebben. Er ontstaat weer een sfeer van: hier staan we!”