Greenpeace won door verbond van hypocrisie en oprechtheid

Hoe moeten we de spectaculaire overwinning van Greenpeace op Shell duiden? Hans Achterhuis zoekt naar aanknopingspunten in een affaire waarin zowel verheven als laag-bij-de-grondse motieven en gevoelens het milieu hoog op de politieke agenda hebben geplaatst.

Wat in de beschouwingen rondom 'Brent Spar' het meest naar voren komt, is het nieuwe en onverwachte van zowel de loop der gebeurtenissen als de afloop ervan. Niet alleen de meer afstandelijke commentatoren, maar ook de hoofdrolspelers, Shell en Greenpeace, beklemtonen om het hardst dat zij volstrekt verrast waren door zowel de massaliteit als de afloop van de actie.

Geijkte referentiekaders om te verklaren wat er gebeurd is ontbreken, laat staan om te voorspellen wat het betekent voor toekomstige ontwikkelingen in de olie-industrie. Zal de Brent Spar hiervoor dezelfde symbolische waarde krijgen als Tsjernobyl voor de nucleaire en Seveso en Bhopal voor de chemische industrie? De kruitdampen lijken nog te weinig opgetrokken om hier op dit moment veel zinnigs over te zeggen.

Wat doet de wetenschapper die met het volstrekt nieuwe wordt geconfronteerd? Hij gaat op zoek naar schemata en invalshoeken die althans aspecten van wat gebeurd is kunnen verklaren en die enig licht kunnen werpen op mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Hij wandelt kortom langs zijn boekenkast, bladert hier, neust daar. Een korte greep.

Het boek dat de antwoorden zou kunnen geven, en het moet gezegd, dit ook deels doet, is Actie of dialoog van M.J. van Riemsdijk. Dit verleden jaar verschenen proefschrift handelt over acties tegen bedrijven. De acties van de anti-apartheidsbeweging tegen Shell uit het verleden worden uitvoerig besproken en de vergelijking met de huidige actie van Greenpeace levert een feest der herkenning op.

Van de zijde van Greenpeace werd bijvoorbeeld benadrukt dat Shell en de Brent Spar vooral vanwege hun symbolische waarde gekozen waren. Om een actie te kunnen voeren moet er nu eenmaal één duidelijk gedefinieerd doelwit zijn, dat voor al het te bestrijden kwaad staat. Esso, als mede-eigenaar van de Brent Spar, kwam daardoor niet in het stuk voor. Om dezelfde reden koos de anti-apartheidsbeweging indertijd Shell, dat objectief gezien het zeker niet het slechtst deed in Zuid-Afrika, en niet een willekeurig onbekend bedrijf als doelwit. Ook Shell blijkt van de vorige acties geleerd te hebben. Het betrokken (Engelse) publiek werd voorgelicht, de mening van de politiek werd gepeild, diepgravende voorbereidende studies over milieu-effecten werden verricht. Dat was in de oude tijd van anti-Shell-acties wel eens anders. Shell kon op grond van het verleden moeilijk bevroeden dat dit allemaal niet voldoende zou zijn. De verschillende casestudy's van Van Riemsdijk - naast Shell een milieuactie in Duitsland tegen Procter & Gamble en de acties tegen Nestlé rondom babyvoeding in de Derde Wereld - laten steeds zien dat een actie pas na een zeer lange voorbereidingsperiode langzaam aanslaat alvorens enig momentum te krijgen. Wat er de afgelopen weken is gebeurd, breekt totaal met dit bekende patroon.

Massa en Macht van Canetti geeft misschien meer greep op dit aspect van het gebeuren. Want als er ergens sprake van was, was het toch wel van de ongebreidelde aantrekkingskracht van de massa die op ongeëvenaarde machtsuitoefening uitliep. Niet alleen anonieme automobilisten, die zich waarschijnlijk zelden of nooit bewust met het milieu bezig hadden gehouden, maar ook individuele politici lieten zich opnemen en meesleuren in deze stroom. Terwijl bij vorige acties de sociale controle rond het al of niet tanken bij Shell tot slechts kleine groepen beperkt bleef, kende deze nu massale verspreiding.

Tot het massa-aspect van de affaire horen onvermijdelijk ook de gewelddadige uitwassen. Zo'n tweehonderd geregistreerde gewelddaden tegen pompstationhouders, waaronder aanslagen en bombrieven mogen als bijverschijnselen niet gebagatelliseerd worden. Als we Canetti volgen, hangen ze onverbrekelijk samen met de irrationaliteit die de massa kenmerkt. Het is hypocriet om de overwinning van Greenpeace toe te juichen en te suggereren dat dit soort geweld van 'de massa' geen rol heeft gespeeld in het bereiken ervan.

Of moeten deze gewelddadige aspecten verklaard worden uit de Duitse verbondenheid met de natuur? Ecology in the twentieth century van Anna Bramwell zoekt naar de wortels van de groene beweging. Die liggen volgens haar voor een belangrijk deel in het Duitsland van tussen de twee wereldoorlogen. De mythe van de ongerepte natuur, vooral gesymboliseerd in het woud, blijkt de Duitsers massaal in beweging te kunnen brengen. Gewelddadigheid vormt hier soms een onderdeel van. Ook Canetti zag in Hitlers Wehrmacht het marcherende Duitse woud. Bramwell laat ook zien hoe een groot deel van de groene beweging in de moderne technologie het absolute, te bestrijden kwaad zag. De Brent Spar als de toren van Babel. Niet voor niets werd er in veel artikelen steeds gewezen op de gigantische afmetingen ervan.

Om het technologisch aspect concreet voor ogen te krijgen pak ik ditmaal een roman. Smila's Gevoel voor sneeuw van Peter Hoeg beschrijft onder andere de botsing tussen de hoofdpersoon die als half-eskimo met de natuurwaarden verbonden is en de bedreigende kille technologie van het Westen. Die krijgt voor haar vooral gestalte in de olieplatforms en drijvende booreilanden vlakbij Groenland, haar geboorteland. Voor een Westerse zeeman die ze voor het eerst ziet, zijn deze “een wonderbaarlijke vereniging van de zee en de geavanceerde technologie. ... Hiermee hebben ze van de zee gewonnen, man. Nu kan het niet schelen hoe ver het tot de bodem is, en hoe het weer is. Ze kunnen een haven aanleggen waar ze maar willen. Midden in de oceaan.”

Traditioneel is de zee altijd de ultieme uitdaging in de technische strijd om natuurbeheersing geweest. Wat voor de één de hoogste technologische triomf is, is voor Smila echter “een evidente miskleun”. Volgens haar is de strijd met de natuur - voor haar belichaamd in het altijd dreigende ijs - nog helemaal niet gewonnen. “De strijd is niet eens begonnen.” Soms lijkt het of de groene beweging de natuur een handje wil helpen in deze strijd. Ongetwijfeld was hiervan ook de afgelopen weken sprake.

Met deze vier boeken zijn we er vanzelfsprekend niet. Andere boeken zouden verdere deelverklaringen kunnen bieden. Ik betwijfel echter of ze erin zullen slagen het totaal nieuwe van de gebeurtenissen te vangen. Uiteindelijk sta ik zo toch weer met een beduimeld exemplaar van een stukgelezen boek in mijn hand. Het vijfde hoofdstuk van Hannah Arendts Vita Activa is één groot loflied op de macht van het menselijk handelen dat in staat is iets nieuws en onverwachts in de wereld te bewerkstelligen. Voor Arendt is handelen het vermogen dat wonderen kan verrichten. Temidden van de vastliggende maatschappelijke structuren en de autonome processen die onze wereld in haar greep lijken te hebben, beschikt de mens als enige wezen over het vermogen om een nieuw begin te maken. “Slechts de volle beleving van dit vermogen, kan de menselijke aangelegenheden met geloof en hoop bezielen.”

Arendt schetst handelen vooral als een politiek gerichte activiteit. In dit verband is het interessant hoe zij het wonder omschrijft. Voor haar gaat het om “het oneindig onwaarschijnlijke dat dagelijk plaats vindt”. In zekere zin heeft dit rondom de Brent Spar plaatsgevonden. David won van Goliath. Politieke en economische structuren zijn niet, zoals vaak beweerd wordt, bevroren en onwrikbaar. Verenigde individuen blijken macht te kunnen uitoefenen, een nieuwe richting in te kunnen slaan. Hier ligt misschien de belangrijkste ervaring van de afgelopen weken.

Om iets met die ervaring te doen, pak ik uiteindelijk De Vorst van Machiavelli, voor wiens politieke denken Arendt grote bewondering koesterde, uit de kast. Machiavelli leert de heerser acht te slaan op en gebruik te maken van het samenstel van factoren en verhoudingen dat soms in de politieke werkelijkheid onverwacht tot stand komt. Welnu, er is ontegenzeggelijk een uitzonderlijke constellatie tot stand gekomen waarin zowel verheven als laag bij de grondse, hypocriete en oprechte, motieven en gevoelens het milieu hoog op de politieke agenda hebben geplaatst. Gramsci trok in deze eeuw de lessen voor de vorst van zijn landgenoot Machiavelli al eens door naar de (communistische) politieke partij. De milieubeweging zou ze nu ter harte moeten nemen.