Foto

Gilles Peress: The Silence

208 blz., Scalo 1995, ƒ 56,70

Een massagraf in de omgeving van Goma (Zaïre) in juli vorig jaar gefotografeerd door de Frans-Amerikaanse fotojournalist Gilles Peress (1946, Magnum). Het is een willekeurige foto uit zijn pas verschenen The Silence, een schokkend en keihard boek over de burgeroorlog in Rwanda.

Bevatte Peress' vorig jaar verschenen Farewell to Bosnia al een onvoorstelbare hoeveelheid gedetailleerd afgebeelde gruwelen, nu doet hij er nog een schepje bovenop. Pagina na pagina ligt vol met lijken, lijken en nog eens lijken: aan flarden gehakt, bloeddoordrenkt, uitgedroogd, opgestapeld. Op straat, in huizen, in de vluchtelingenkampen. Het effect is ziekmakend.

Zonde, Vagevuur en Godsgericht luiden de titels van de hoofdstukken waarin Peress zijn boek heeft onderverdeeld. Het zijn dezelfde oud-testamentische begrippen waarmee ook World Press-winnaar James Nachtwey zijn ervaringen in Rwanda onder woorden bracht. Maar in vergelijking met Peress' foto's is Nachweys portret van de littekens op het gezicht van een Hutu-jongen bijna een pittoresk plaatje te noemen.

Wat moet je aan met zulke verbijsterende foto's? Woede, onmacht, afkeer? Het liefst zou je er je ogen voor willen sluiten, en juist dat is het wat Peress aan de kaak wil stellen. Daarom die titel: The Silence. En daarom die steeds hardere, smeriger foto's. Want wat anders haalt ons nog uit de lethargie van de gewenning?

“Wij zelf zijn de grootste misdadigers”, schreef Peress al in het nawoord van Farewell to Bosnia. “Want wij zijn degenen die niets doen, lijdend aan de ziekte die Het Grote Vergeten heet.” Ditmaal ziet hij af van dergelijke uitspraken. Voorwoord en nawoord bestaan uit twee foto's van een gevangen genomen moordenaar. “Terwijl ik naar hem kijk, kijkt hij naar mij”, schrijft Peress. Meer niet. En zo moet het inderdaad geweest zijn: met stomheid geslagen.