Feminisme in het fin de siècle; Het sluimerend onbehagen

Bestaat er nog feminisme in Nederland? Waar ijveren de vrouwen van nu (nog) voor? Is alles bereikt, of blijken de overwinningen van gisteren in de praktijk van vandaag tegen te vallen? Een tableau de la troupe.Feminisme van nu: de beweging is er nog, maar de doelen? Vrouwen van nu willen vooral zelf kunnen kiezen: in bed, in huis en op het werk. Ook als dat terugkeer naar het aanrecht betekent.

Louter lust door Lydia Rood, uitg. Prometheus, 1993, ƒ 29,90. Macha! Macha! door Malou van Hintum, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 1995, ƒ 24,90. De wet van het hart door Dorien Pessers, uitg. Balans, 1994, ƒ 39,50. Aan de slag door Naomi Wolf, uitg. De Boekerij, ƒ 37,50.

“Toen zette ik mijn glas neer en begon mijn shirtje open te knopen. Niet zoals thuis van onder naar boven, maar van bovenaf, alsof ik me voor een man uitkleedde. Intussen keek ik naar de soepele bewegingen van haar lichaam terwijl ze naar de ijskast liep...

Ze draaide zich naar me om. “Precies zoals ik dacht”, zei ze. “Jij hebt geen bh nodig.”

Om de een of andere reden schaamde ik me plotseling voor mijn overvloedige boezem, mijn ronde buik en volle heupen...

“Blijf eens zo staan”, zei Alex. Ik had alleen nog mijn rokje aan, en een broekje. Ik bleef staan. Ze had macht over me. “Zo heb ik van je gedroomd”, zei ze met die hese stem.

Ik bloosde tot mijn kruin. Ik vond het leuk om een lustobject te zijn, maar dan wel voor mannen. Ik was op onbekend terrein... Ik nam een slok whisky en een slok adem en zei: “Ik ben hetero. Niet eens een beetje bi. Ik weet niet wat - ”

“Geeft niet”, zei Alex, “ik wel. Mag ik?”

Enzovoort.

Dit is geen gewone porno, maar vrouwenporno - en als zodanig feministisch. Dat vindt althans de schrijfster ervan, Lydia Rood, die inmiddels 26 boeken op haar naam heeft staan, van thrillers en kinderboeken tot en met animerende verhalen als hierboven in de bundel Louter lust. Of zij feministe is? “Ik zeg altijd van wel, al vinden sommigen dat ik met deze verhalen indruis tegen het 'echte' feminisme. Ze zijn echt voor vrouwen bedoeld, dat wil zeggen: behalve om de daad en de bijbehorende woorden gaat het om het verhaal, de spanningsopbouw, de soort fantasieën. En zij hebben zelf de touwtjes in handen. Het feministische eraan is dat vrouwen zich het terrein van de seksualiteit toeëigenen in plaats van die van hogerhand - mannenhand - opgelegd te krijgen.”

Uit de reacties op haar pornoverhalen trekt Lydia Rood onomwonden de conclusie dat - de erotisering van het openbare leven ten spijt - sex nog lang niet makkelijk bespreekbaar is. Terwijl Louter lust goed heeft verkocht, evenals een bundel met pornoverhalen van Amerikaanse schrijfsters die zij samenstelde, reageren vrouwen besmuikt - of helemaal niet. “Ze laten hooguit in bedekte termen weten dat ze wel iets van mij hebben gelezen, dan blozen ze en gaan gauw op een ander onderwerp over. Op het gebied van de seksualiteit is er echt nog wel wat te veroveren. Daar had ik me op verkeken. Ik had me ook nooit gerealiseerd dat er geen andere schrijfsters van porno in Nederland waren.” Een ideologisch doel staat Lydia Rood niet voor ogen: lachend noemt ze deze verhalen 'gebruikslectuur'. De reactie van één lezeres is haar goed bijgebleven: “Ze had van het lezen van mijn verhalen geen lam handje gekregen, zei ze, maar wel een rimpelig vingertje.”

Vanzelfsprekend

Sinds de eerste feministische golf van begin deze eeuw en de tweede van de jaren zestig en zeventig is er veel verbeterd in de positie van vrouwen in Nederland. Het kiesrecht is veroverd, anticonceptie is vrij beschikbaar, abortus is in de praktijk toegelaten. Het is bij grote delen van de bevolking vanzelfsprekend dat een vrouw studeert en werkt en er zijn veel meer professionele vrouwen dan vroeger. Er bestaat ouderschapsverlof, waar beide partners recht op hebben. Er zijn (bedrijfs)crèches, pensioenen zijn gelijk getrokken, de overheid voert een voorkeursbeleid, de aandacht voor mishandeling en incest is toegenomen. Vrouwenopvanghuizen zijn een instituut.

In de praktijk is Nederland minder een feminien paradijs dan op papier. Bij een tekort aan kinderopvang voelen vooral de vrouwen zich verplicht in deeltijd te gaan werken, of thuis te blijven, en niet de mannen. Er zijn weinig vrouwen in hoge functies in het bedrijfsleven en het percentage vrouwelijke hoogleraren is sinds de Tweede Wereldoorlog nauwelijks gestegen. De 'mars door de instituties' lijkt beperkt gebleven tot de overheid: er is één vrouwelijke F16 piloot, maar in de handelsdelegatie die premier Kok naar China vergezelde zat niet één vrouwelijke president-directeur. Vrouwen stuiten daar op wat het 'glazen plafond' wordt genoemd, een onzichtbaar maximum promotie-niveau. Gelijke beloning is er sins 1975 wel bij wet, maar nog niet in de praktijk: vrouwen verdienen gemiddeld 25% minder dan mannen. Binnen hetzelfde functieniveau zijn hun lonen lager, bovendien worden de beroepen waar veel vrouwen in werkzaam zijn minder gehonoreerd. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat een man in bijvoorbeeld een commerciële functie 25 gulden per uur verdient en een vrouw 12.

Er is dus nog reden tot feminisme. Anders dan de zeer zichtbare, vaak luidruchtige maatschappijkritische beweging van de jaren zestig en zeventig speelt het fin-de-siècle feminisme zich in besloten kring af. Met de groeiende welvaart van de afgelopen vijftien, twintig jaar zijn de individualisering en de depolarisatie gekomen, ook in de vrouwenbeweging. Het strijdperk heeft zich van de straat verplaatst naar de slaapkamer, de keukentafel, de vergaderzaal en de wandelgangen. Er wordt minder gedemonstreerd en meer overlegd; mannen zijn meer partner dan vijand. Misstanden zijn er nog, maar het is niet bon ton om er over te klagen. In talloze vrouwennetwerken bevorderen de vrouwen nu hun eigen belangen; ouwe-jongens-krentebrood, maar dan in mantelpak. De kern wordt niet meer gevormd door de actievoerders van toen, die iets wilden bereiken, maar door de professionele vrouwen van nu, die al iets hebben bereikt. Het gaat hen behalve om onderlinge steun en solidariteit, ook om orders, interessante vacatures, carrière en zakelijke tips. Vrouwen hebben veel meer mogelijkheden dan vijftig jaar geleden, nu zijn ze bezig de daadwerkelijke vrijheid van handelen te veroveren, ook in hun eigen hoofd, om zelf hun weg te kiezen. Om topmanager te worden, maar ook om een dag in de week thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen.

Aan de eendimensionale kostwinner, annex bovenligger in bed (een macho met een inkomen) werden nieuwe eisen gesteld. Hij kreeg er verzorgende taken bij: hij moet niet alleen kunnen koken en kinderen opvoeden, maar dat alles ook in de praktijk brengen. De aanval op de heilige werkweek van de man is ingezet. Koken op zaterdag is niet langer voldoende. Ouderschapsverlof is niet alleen 'ook' zijn recht; hij dient er gebruik van te maken. Ook zijn imago veranderde - de man werd lustobject. Hij moest niet langer slechts stoer of sterk zijn, nee, voortaan moet-ie ook nog lèkker zijn.

Derde golf

Is er sprake van een 'derde feministische golf'? En is het feminisme van medio jaren negentig een politieke aangelegenheid of vooral een gevecht om persoonlijke ontplooiing? Het debat kreeg onlangs nieuw leven ingeblazen met het verschijnen van een schotschrift: Macha! Macha! Een afrekening met het klaagfeminisme door Malou van Hintum (33), politicologe en redacteur van het Leidse universiteitsblad Mare. Zij schuift de seksenstrijd terzijde als verzuurd en achterhaald: denken in tegenstellingen leidt volgens haar tot niets. Niet afwachten, is haar parool, en vooral niet klagen, maar de handen uit de mouwen steken en door middel van onderhandelen je belang verdedigen, zowel thuis als op het werk. Het heeft haar, hoewel aanhanger van Groen Links, de bijnaam 'Bolkestein in mantelpak' opgeleverd. Dat zij de tijdgeest goed heeft aangevoeld, blijkt onder ander uit het verschijnen dezer dagen van een Amerikaanse boek met de veelzeggende titel Why Good Girls don't Get Ahead and Gutsy Girls Do (Waarom brave meiden niet vooruit komen en meiden met lef wel). Van Hintum treedt in de voetsporen van de Amerikaanse Naomi Wolf, die het power feminism heeft uitgeroepen. In Aan de slag!, haar nieuwste boek, beschrijft Wolf dit krachtfeminisme in oorlogstermen: “Het is flexibel genoeg om het vredesdividend van dit moment te benutten: de oorlogseconomie, gebaseerd op de strijd voor gelijke rechten, kan worden omgevormd tot een vresedeconomie die gebaseerd is op geld en werk.”

De leer van de nieuwe flinkheid lokt desgevraagd boze reacties uit van degenen die zich tot de 'klagers' zagen gerekend: 'onnozel' (Cisca Dresselhuys), 'weinig sociaal besef' (Dorien Pessers) en 'borrelpraat' (Christien Brinkgreve). Van Hintum zou voorbijgaan aan het nut en de noodzaak van collectief protest en zou vrouwen die het niet lukt om alles met een power-feministische greep even te regelen, een schuldgevoel bezorgen. Van Hintum zegt er zelf over: “Macha! Macha! is een hart onder de riem en een schop onder de kont tegelijk. Natuurlijk zijn er nog barrières voor vrouwen, maar het gaat de goede kant op. Dat mag best eens gezegd. Veel 'klassieke' feministes zeggen: je miskent wat wij bereikt hebben. Dat is niet zo. Wel vind ik dat het feminisme te zeer een zaak is geworden van humorloze klagers. De supervrouwen die zuchten over hoe zwaar het wel niet is om èn een goede moeder te zijn, èn een goede echtgenote, èn een goede hoogleraar... Zo'n hooggegrepen wensenpakket hebben maar weinigen, maar de verhalen over vermoeidheid zijn ontmoedigend voor velen.

“De feministen van de tweede golf waren zeker strijdbaar, maar ze profileerden zich als slachtoffer: 'wat doet de mannenmaatschappij ons aan'. Ik begrijp wel dat iedere beweging er in het begin behoefte aan heeft om zich af te scheiden en alle kwaadheid eruit te gooien, maar de afzondering heeft nu te lang geduurd. Juist door alles wat onze voorgangers hebben bereikt hoeven we niet meer in tegenstellingen te denken. Door het alsmaar over vrouwenkwesties en vrouwenproblemen te hebben, zet je de ene karikatuur tegenover het andere stereotype. Ik heb kritiek op het afzweren van de prestatiemoraal, op het wegkruipen onder de warme deken van de saamhorigheid. Neem zelf initiatief, wees inventief, ga bijvoorbeeld zelf kinderopvang regelen als de overheid er niet mee opschiet.”

Naïef

Het is toch maar een beperkte elite van goed opgeleide en redelijk betaalde vrouwen, die op deze manier het heft in eigen hand kan nemen? Van Hintum haalt haar schouders op en zegt: “Inderdaad richt ik me in Macha! Macha! vooral tot jongere vrouwen, om te zeggen: geef niet te veel weg, zie onder ogen wat je zelf wilt en welke keuzes je zult moeten maken. Misschien ben ik naïef, maar dat wil ik graag hoog houden.” In haar boek schrijft ze: “De tweede-golffeministen hebben voorgoed de deuren van het privédomein geopend: de oneerlijke, harde buitenwereld bestaat nu niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen.” Naarmate vrouwen beter opgeleid geworden, en dus meer maatschappelijke keuzes hebben, nemen volgens haar hun gemeenschappelijke belangen af. “Als groep zijn vrouwen nu net zo divers als mannen, met verschillende beroepen en perspectieven. Vrouwen zweren mannen niet meer af, we werken met ze samen. Een vrouweleven is net zo maakbaar als een manneleven, en veel zogenaamde 'problemen' zijn onze eigen stomme schuld.” Het verlies van die gemeenschappelijke noemer beschouwt zij als pure winst: “Nu kan een vrouw als een individu worden gezien, en niet alleen als onderdeel van een groep. Dat is wel zo gezond. Feminisme en linkse politiek zijn niet meer synoniem: opgelegde solidariteit werkt niet.” Overigens bestaan de klassieke feministische actiegroepen nog wel. In onvervalste Dolle Mina-stijl demonstreerde een groep vrouwen van rond de twintig begin april in Den Haag met blauwe en roze spandoeken tegen het voornemen om de pil uit het ziekenfonds te halen. Er werd gejoeld, geschreeuwd en met zwangere buiken geprovoceerd. Inmiddels heeft minister Borst van haar voornemen afgezien - vooral omdat het plan niet het verwachte financiële voordeel oplevert. De demonstratie, waarvan de opkomst klein was, was een initiatief van 'Girls Command', een actiegroep van vijf meiden van begin twintig, in samenwerking met 'Wij Vrouwen Eisen', een actiegroep uit de jaren zeventig. Girls Command zegt bij (jonge) vrouwen “een nieuwe verontwaardiging” teweeg te willen brengen. Mede-oprichter Josien Pieterse (20) zegt dat haar generatie wel degelijk anders in de maatschappij staat dan hun voorgangers van de tweede feministische golf. “Als wij politieke actie voeren, bijvoorbeeld voor de pil in het ziekenfonds of voor gelijke beloning, dan kunnen wij samenwerken met gevestigde vrouwen binnen de instituties. Maar het belangrijkste verschil is dat wij steun krijgen van jongens en mannen.” Pieterse (20) zegt trots te zijn op wat anderen bereikt hebben. “Maar er zijn nog altijd dingen die nog moeten veranderen, bijvoorbeeld het feit dat vrouwen gemiddeld 25% minder verdienen dan mannen. Aan de universiteit merk ik dat nog niet, maar ik weet dat ik ermee word geconfronteerd zodra ik de professionele buitenwereld in ga.” Een van de dingen waar Girls Command zich tegen verzet, is het beeld van de ideale vrouw dat de media opleggen. “Je moet èn superslank en sexy zijn, èn carrière maken, èn straks een goede huisvrouw en moeder zijn. Dan krijg je toch het idee, dat je het nooit goed genoeg kunt doen.” Een aardige paradox: net nu de reclame het oud feministisch ideaal van de power-vrouw erkent, komt de jonge generatie daartegen in opstand. Onder het motto: het is misschien ook allemaal wat veel gevraagd.

Verkwanseld

Dorien Pessers, wetenschappelijk medewerker vrouwenstudies aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam en sinds twee jaar columniste van de Volkskrant, waarschuwt al geruime tijd voor de keerzijde van de feministische overwinning: de teloorgang van het privéleven in de ratrace op de arbeidsmarkt. “Toen ik tien jaar geleden hierover schreef in een juristenblad werd ik verketterd als een reactionair”, zegt zij. “Nu gaan congressen en proefschriften erover. Kennelijk heb ik een sluimerend onbehagen aangeboord. De roep om behoud van wat verkwanseld dreigt te worden, is progressief geworden.” Het feminisme is volgens Pessers van een voorhoedegevecht - de barricaden op! - veranderd in een achterhoedegevecht: redden wat er te redden valt. De emancipatie is op z'n zachtst gezegd een gemengde zegen gebleken. “De werkgever heeft de rol van de man als heerser overgenomen. De norm is geworden: alleen via loonarbeid zal de vrouw zich bevrijden, pas dan participeert ze in de samenleving. In de jaren zestig en zeventig leek aanpassing de alleszaligmakende norm: om mee te tellen wilden vrouwen net als mannen worden.

“Maar wat blijkt: de publieke sfeer drukt steeds meer op de private sfeer, en onze kinderen worden de dupe. De flexibiliteit die in de post-industriële samenleving van de nieuwe werknemer wordt vereist, verdraagt zich niet met continuïteit van opvoeding. Een werknemer die mobiel moet zijn, zich moet bijscholen, op afroep beschikbaar moet zijn, heeft weinig gelegenheid om thuis zorg, troost en rust te bieden. Net als alle minderheden die toegang hebben gekregen tot de instituties doorlopen vrouwen nu de leerschool der ontgoocheling. Voor zover vrouwen gelijk zijn geworden aan mannen, zijn zij dat vooral in hun gemeenschappelijke onderwerping aan het regime van de arbeidsmarkt.”

Anders dan Van Hintum is Pessers structureel somber over de toekomst. In een essay schreef ze: “Erg veel bevrijding is de mens niet gegeven. De geschiedenis leert dat op elke bevrijding een nieuwe vorm van slavernij volgt, maar het duurt altijd even voordat dat inzicht begint te dagen. (-) Elk emancipatiestreven blijkt in de praktijk neer te komen op een geforceerd invoegen in een orde waarin nieuwe, zij het voorlopig minder zichtbare, vormen van slavernij heersen.” Pessers' critici reduceren haar bezorgheid tot een karikatuur: vrouwen moeten terug naar het aanrecht. Zo simpel is het niet, wel worden vrouwen gevoeliger voor de verleidingen van wat in Amerika heet de mommie track. Het Engelse tijdschrift Tatler wijdde onlangs een artikel aan het verschijnsel van de 'maternal correctness', waarbij de 'stay-at-home mother' werd uitgeroepen tot het statussymbool van de jaren negentig - voor wie het kan betalen, natuurlijk. In de zogenaamde mommy wars is de sociale druk volgens Tatler zo groot, “dat veel carrièrevrouwen, als de dood om hun sociale geloofwaardigheid te verliezen, vroeg uit hun werk komen om gezien te worden terwijl ze de kinderen ophalen - om ze twintig minuten later over te dragen aan de oppas.”

Keukens

Cabaretière Adelheid Roosen sprak hier vrijelijk over in een interview in de Volkskrant met de kop 'Ik wil een keuken, ik wil zorgen': “De vrijheid die wij met elkaar gecreëerd hebben, kun je die nog dragen? Nu we die vrijheid hebben, moeten we onze mond houden. (-) Het feminisme, geen kwaad woord erover, maar ik wil verder. In die zin wil ik terug, ik wil terug naar mijn eigen bron, naar mijn eigen talen. Het zorg-principe heeft zijn waarde verloren. Waarom zijn de keukens (-) niet gelijk aan de Tweede Kamer, aan de vakbondsvergadering of aan de Raad van Bestuur van Philips? Waarom heb ik me kapot moeten werken om een poot tussen de deur te krijgen, van een deur waar ik helemaal niet doorheen wil.”

Vrouwenporno, de verrijzenis van de macha, de keerzijde van de emancipatie, de actiebereidheid van jonge vrouwen - is er sprake van een ingeburgerd maatschappelijk streven, een achterhoedegevecht of een nieuwe derde feministische golf? “Er is nu geen sprake van een vrouwenbeweging”, zegt Dorien Pessers, “ook al blijft zo'n beweging onverminderd noodzakelijk. Maar godzijdank rommelt het weer. Niet op straat - geen vrouw heeft daar tijd voor, ze moeten werken! - maar over de telefoon, en op feestjes. Dit is een tijdperk van herbezinning op wat we veroverd hebben en wat we ermee gaan doen.”

Er is geen 'derde golf' en die komt er ook niet en dat is maar goed ook, verklaart Van Hintum stellig. “Het klagen dat in de jaren zeventig zo'n ijzeren band smeedde tussen vrindinnen onderling, dat is voorbij. Er zijn steeds meer mannen die willen deugen, er zijn steeds meer vrouwen die doodgewoon hun eigen gang gaan.”

De mannen willen meewerken maar weten niet goed hoe, vindt Lydia Rood. “Ik benijd ze niet”, zegt ze, “ze zijn helemaal in verwarring. Mij wordt wel eens langs de neus weg gevraagd: 'wat verlang jij nou van een man?'. Vrouwen willen geen softie, maar ook geen macho. Hij doet thuis de afwas terwijl zij met een stel vriendinnen naar de Chippendale's gaat, is dat de bedoeling? Ach, laten we eerlijk zijn: het is tegenwoordig toch veel makkelijker om vrouw te zijn dan man? De stoere wulpse meid, de carrièremaker, de toegewijde moeder die thuis blijft met de kinderen: het kan allemaal. Als vrouw scoor je altijd.”