Een intieme correspondentie

CAROL BRIGHTMAN (red.): Between Friends. The correspondence of Hannah Arendt and Mary McCarthy: 1949-1975

xxxvi en 412 blz., Harcourt, Brace & Company 1995, ƒ 65,60

Toen Mary McCarthy zes jaar oud was, overleden haar ouders. Ze stierven in november 1918, slachtoffers van de Spaanse griep. Met haar drie jongere broertjes werd Mary opgevangen door familie van moeders zijde, door tante Margaret en oom Myers. Daar werden de wezen, die volgens oom en tante door hun ouders waren verpest, onderworpen aan een hardvochtig regime. Myers was een gemene man: hij sloeg de kinderen regelmatig met een riem. Net als iedere dictator, stelde McCarthy later vast, hield hij maar van één boek - een stompzinnig avonturenverhaal. De terreur van tante was van een geheel andere orde. “Tantes programma voor ons”, schreef McCarthy in haar Memories of a Catholic Girlhood uit 1957, “was totalitair in de ware betekenis van het woord. Zij was uit idealisme uit op de vernietiging van onze privacy.”

Totalitair, natuurlijk, het woord hing halverwege de jaren vijftig in de lucht. Het was Koude Oorlog. Voor de taalgevoelige Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy (1912-1989) was het echter meer dan een voor de hand liggende modeterm. De invulling die zij verderop in haar herinneringen aan het woord gaf - ze spreekt van 'bureaucratisch fanatisme' en van 'de systematische onderdrukking van iedere spontaniteit' - verried dat ze de betekenis rechtstreeks ontleende aan het magnum opus van haar vriendin, de Duits-Amerikaanse politiek-filosofe Hannah Arendt (1906-1975). McCarthy had Arendts The Origins of Totalitarianism direct na verschijning in 1951 in één adem uitgelezen, doorlezend al 'zittend in de badkuip, rijdend in de auto en wachtend in de rij bij de kruidenier''.

Arendts mening over McCarthy's sterk overdreven vergelijking van oom en tantes opvoedingspraktijk met de politieke terreur van Hitler en Stalin is onbekend. Dat Arendt er niet schriftelijk op reageerde, mag een aanwijzing zijn dat de verstandhouding met haar vriendin goed was. Drie jaar voordat het tot een vriendschap kwam, had de joodse Arendt, die door in 1933 uit Duitsland te vluchten ternauwernood aan de nazi's was ontsnapt, zich buitengewoon geschoffeerd gevoeld door een wrange grap van McCarthy over de jodenvervolging. In 1948 sloten Arendt en McCarthy vrede. “Laten we stoppen met deze onzin, we denken identiek”, concludeerde Arendt. En ze had gelijk. Eigenzinnig, dwars, scherp, behept met een intense belangstelling voor feiten - het was kenmerkend voor zowel het werk van Arendt als voor het proza van McCarthy.

Aanvullend beeld

Deze gemeenschappelijke intellectuele habitus blijkt ook uit hun omvangrijke, onlangs compleet uitgebrachte briefwisseling, Between Friends. The Correspondence of Hannah Arendt and Mary McCarthy: 1949-1975. Hun persoonlijke geschiedenis gaat in deze geannoteerde correspondentie hand in hand met hun commentaar op actuele politieke en intellectuele ontwikkelingen.

Zeker wie de moeite neemt deze briefwisseling samen met de al eerder verschenen, twee keer zo omvangrijke correspondentie tussen Hannah Arendt en Karl Jaspers door te werken (Hanna Arendt/Karl Jaspers, Briefwechsel 1926-1969, München 1985, een Engelstalige editie verscheen in 1992), krijgt een prachtig, elkaar aanvullend beeld van het derde kwart van deze eeuw. Het is een door drie intellectuelen geschetst beeld, dat in hoge mate bepaald wordt door de intense herinneringen aan Weimar, het Derde Rijk, de ballingschap en, voor McCarthy, aan een radicaal trotskistisch verleden, herinneringen kortom, vol politieke angstvisioenen. Schrijven Jaspers en Arendt vooral over Duitsland, Israel en de Verenigde Staten, wanneer Arendt en McCarthy over politieke kwesties corresponderen, dan gaat het meestal over Amerika. En elke meer uitgebreide brief bevat referenties aan de periode 1933-1945.

In haar informatieve introductie merkt Carol Brightman op dat Mary McCarthy en Hannah Arendt in een gespiegelde verhouding tegenover elkaars continent van herkomst stonden. Dat was fysiek zo - McCarthy schreef, meestal, uit Parijs, Arendt uit New York -, maar het was ook in intellectueel opzicht het geval. Voor McCarthy, die de Amerikaanse massasamenleving verafschuwde, betekende Europa, Italië in het bijzonder, cultuur, traditie en schoonheid. Arendt deelde haar visie op de massacultuur in de Verenigde Staten. Maar zij bewonderde haar nieuwe Heimat om de politieke traditie. Voor Arendt was de Amerikaanse republiek, althans in potentie, de best uitgebalanceerde democratie. Als Europese balling, publicerend in Amerika en in Duitsland, had zij zich een dubbele taak gesteld: zij wilde, zoals ze Jaspers in 1949 schreef, de Duitsers zin voor politiek bijbrengen en de Amerikanen enig benul van filosofie geven.

Dat laatste streven kenmerkt voor een deel ook de brieven die Arendt aan McCarthy schreef. Het zijn kleine colleges, bijvoorbeeld over Immanuel Kant, over common sense (waarover Arendt allesbehalve common-sense-opvattingen koesterde) en over de maatschappelijke gevolgen van de uitvinding van het gelijkheidsideaal in de achttiende eeuw. McCarthy toonde zich een snelle leerling, al moet geconstateerd worden dat ze Arendt niet altijd lijkt te begrijpen.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de brieven die gewisseld werden naar aanleiding van de controverse rond Arendts Eichmann in Jerusalem uit 1963. In beide correspondenties neemt deze controverse een buitenproportioneel deel in beslag. Hier treft de lezer ook nieuwe elementen aan. Zo moet de verrassing voor Arendt, te constateren dat Eichmann geen schurk was, maar een onbeduidend mannetje dat niet in staat was om na te denken en geen geweten had, veel groter zijn geweest dan haar procesverslag doet vermoeden. En dat geldt ook ten aanzien van haar conclusie, dat de jodenvervolging mogelijk was geworden door banaal, intentieloos kwaad, en niet uitsluitend de vrucht was geweest van radicaal kwaad, zoals ze in The Origins of Totalitarianism nog had beweerd.

Eichmann

Voor ze in 1960 naar Jeruzalem afreisde, schreef ze aan McCarthy dat Eichmann “een van de meest intelligente van het nazi-zooitje was geweest”. Als Arendt na de publicatie van haar reportage van alle kanten met pek en modder wordt bekogeld - 'een nieuwe Dreyfus-affaire', 'de pogrom tegen Hannah' -, dan vertrouwt ze McCarthy, die voor haar in de bres is gesprongen, toe: “Ik heb Eichmann in Jerusalem geschreven in een wonderlijke toestand van euforie. En sinds ik dat heb gedaan voel ik me, twintig jaar na de oorlog, opgelucht en zorgeloos over de hele kwestie. Vertel het aan niemand, bewijst het niet dat ik geen 'ziel' heb?”

McCarthy mag dan de door alle kritiek ernstig gekwetste Arendt publiekelijk in bescherming hebben genomen, de schokkende consequenties van Arendts betoog leken haar te ontgaan. Wanneer Arendt in 1971 opnieuw ingaat op de kwestie Eichmann, meent McCarthy dat de 'Schreibtischmörder' wellicht toch een schurk of monster was. “Wanneer je hem een slecht karakter toestaat”, houdt ze Arendt voor, “dan laat je hem enige vrijheid, en die maakt een veroordeling mogelijk”. Daarmee omzeilde McCarthy het moraal-filosofische probleem van Arendt. Wanneer morele voorschriften geen houvast meer vonden in een bij ieder mens verondersteld geweten, was haar conclusie geweest, dan kwamen oordelen en veroordelingen in de lucht te hangen. Die werden zinloos.

Eichmann werd voor Arendt een archetype. Naar aanleiding van 'Watergate' schreef ze McCarthy: “Hunt (een van de inbrekers van de Republikeinse partij in het Democratische hoofdkwartier) handelde net als Eichmann, hij lijkt ook op hem - tot in de details, dezelfde neus en zo.” Nixons beroep op de nationale veiligheid deed McCarthy op haar beurt onmiddellijk denken aan The Origins of Totalitarianism: eerst kunstmatig een noodtoestand creëren en dan een dictatuur vestigen!

Met 'Watergate' bereikte de Amerikaanse democratie een dieptepunt. Arendt sprak van de jaren van aberratie. Ze overwoog naar Zwitserland te vertrekken. Van haar oorspronkelijke optimisme over de Amerikaanse republiek was weinig meer over. De brieven lezend, leek die democratie al zeker een kwart eeuw in gevaar. Eisenhower heet steevast 'de seniele golfspeler', Johnson is een 'pathologische leugenaar'. Sedert 1965 hebben Arendt en McCarthy het zo frequent over het gelieg en gedraai van de politici in Washington - vooral natuurlijk waar het gaat om de oorlog in Vietnam - dat de lezer de indruk krijgt, dat 'Watergate' voor hen geen verrassing meer was. Fords pardon voor Nixon paste geheel in die lijn. “De cover-up wordt voortgezet”, noteerde McCarthy. Eigenlijk komt alleen Kennedy er goed van af. Hij haalde Harvard-intellectuelen naar het Witte Huis - dit tot beider genoegen, al merkte McCarthy op dat de nabijheid van de macht de Amerikaanse intellectuelen wel eens zou kunnen corrumperen. Eind jaren zestig leken Arendt en McCarthy van mening te zijn dat, wanneer Kennedy niet zou zijn vermoord, de Verenigde Staten zich op tijd uit Zuidoost-Azië zouden hebben teruggetrokken. Het is een oordeel dat me niet juist lijkt.

Natuurlijk bevat de correspondentie prachtige anekdotes, bijvoorbeeld over Franse intellectuelen waar beide briefschrijfsters een hartgrondige hekel aan hadden; Nathalie Sarraute en Albert Camus vormden de uitzonderingen. Mooi is ook het verslag van Arendt over het auto-ongeluk dat zij in 1962 kreeg. De taxi waarin ze werd vervoerd, werd aangereden door een vrachtauto. Wanneer ze bijkomt en constateert dat ze niet verlamd is en nog met beide ogen kan zien, test ze haar geheugen door voor zichzelf achtereenvolgens Griekse, Duitse en Engelse gedichten op te zeggen. Inderdaad, wat haar ondanks alles blijvend met Duitsland verbond was, zoals ze zelf zei, haar moedertaal. En haar 'Bildung', ben ik geneigd te stellen.

Verschillen

Wie beide correspondenties, die tussen McCarthy en Arendt en die tussen Arendt en Jaspers, met elkaar vergelijkt, vindt grote verschillen. De correspondentie met Jaspers omvat veel meer. De thans uitgebrachte briefwisseling vertoont grote hiaten. Zeker in de eerste tien jaar zijn er bijna alleen brieven van Mary McCarthy. “De telefoon is een heerlijke uitvinding!” begint Arendt in 1970 een brief. Voor de bezorgster van de correspondentie moet het tamelijk dodelijk hebben geklonken.

Het belangrijkste verschil tussen de briefwisselingen is evenwel de toon waarop gecorrespondeerd wordt. De briefwisseling tussen McCarthy en Arendt heeft een veel intiemer karakter. De schrijfsters waren intens begaan met elkaars lot. Arendt steunde McCarthy met haar voortdurende relatieproblemen. Ik telde in het boek naast de vier huwelijken van McCarthy zeker drie buitenechtelijke affaires, waarvan er één, naar haar eigen zeggen, “totale liefde was, net als totale oorlog”. Hoewel Arendt uitriep niets te begrijpen van de amoureuze grillen van haar vriendin - tegenover Jaspers noemde ze het een deels zeer Amerikaanse geschiedenis, deels de vrucht van de overgang - bleef ze loyaal.

Zeer persoonlijk en ontroerend zijn ook Arendts ontboezemingen over de lasten van het ouder worden. In 1969 stierf Jaspers, in 1970 Heinrich Blücher, haar echtgenoot. Wanneer drie jaar later Philip Rahv, McCarthy's eerste echtgenoot sterft, schrijft Arendt: “Ouder worden betekent niet, zoals Goethe meende 'een geleidelijke terugtrekking uit de wereld' - daar zou ik geen moeite mee hebben. Het is veeleer de geleidelijke (of eigenlijk tamelijk plotselinge) transformatie van een wereld met bekende gezichten in een soort woestijn, bevolkt door vreemden. Met andere woorden: niet ik trek me terug, maar de wereld lost op - dat is een heel ander probleem.”

De grotere intimiteit van deze briefwisseling blijkt niet in de laatste plaats uit de wijze waarop de scribenten elkaar aanspreken. Wanneer Arendt en Jaspers elkaar in 1961, na 35 jaar en 290 brieven, eindelijk 'duzen', dan blijft Arendt haar intellectuele mentor aanschrijven met 'lieber Verehrtester' en vertelt ze Jaspers met iedere verjaardag dat, zolang hij leeft, er voor haar nog maatstaven zijn in deze wereld. Natuurlijk, Jaspers was een Duitse professor. En de Engelse taal moet het zonder de sterke beleefdheidsnormen van het Duits doen. Niettemin is deze pompeuze hoffelijkheid méér dan een oceaan verwijderd van het 'darling' en 'Je t'embrasse de tout coeur' waarmee Arendts brieven aan Mary McCarthy beginnen en eindigen.

    • Jeroen Koch