Duf zomerevenement populair door kans op Europees bekervoetbal

ROTTERDAM, 24 JUNI. Van een ingeslapen zomertoernooi tot een populaire aanloop naar het komende seizoen. Nadat de Europese voetbalbond begin vorig jaar besloot de Intertoto-competitie nieuw leven in te blazen, kreeg het jaarlijkse evenement zijn aanzien terug. Aangetrokken door het verleidelijke vooruitzicht van twee 'tickets' voor het Uefa-Cuptoernooi meldden zich de afgelopen maanden maar liefst 112 Europese clubs uit 37 verschillende landen als kandidaat-deelnemer voor de zestig beschikbare plaatsen.

Behalve Heerenveen en Groningen toonden aanvankelijk ook Feyenoord en PSV belangstelling. De laatste club zag bij nader inzien af van deelname. Het voorgeschreven speelschema doorkruiste de geplande seizoensvoorbereiding. Bovendien meende de Eindhovense clubleiding kwalificatie voor Europees voetbal in de nationale competitie te kunnen afdwingen. Dat lukte uiteindelijk met een derde plaats in de eindrangschikking. Om dezelfde redenen trok ook Feyenoord zich op het laatste moment terug toen de Rotterdammers zich plaatsten voor de bekerfinale. Door de winst op Volendam (2-1) werd een hernieuwd optreden in het Europa-Cuptoernooi voor bekerwinnaars veilig gesteld.

In de internationale voetbalcompetitie die vandaag begint, zijn de zestig clubs verdeeld over twaalf poules van vijf. Iedere deelnemer speelt twee thuis- en twee uitwedstrijden. De groepswinnaars en de vier beste nummers twee plaatsen zich voor de achtste finales, die in het weekeinde van 29/30 juli worden gespeeld. De kwartfinales volgen op woensdag 2 augustus. De vier overgebleven halve finalisten plaatsen zich voor de voorronde van het Uefa-Cuptoernooi op 8 en 22 augustus. Hierin worden de vier clubs aan elkaar gekoppeld, zodat uiteindelijk maar twee Intertoto-deelnemers doordringen tot de eerste ronde van de Europa Cup 3 die in september begint.

De strijd om de International Football Cup (IFC), zoals de beker in eerste instantie heette, begon in 1961 als een tegenwicht voor de bestaande Europa-Cuptoernooien. Het was een initiatief van de toenmalige Zwitserse bondscoach Karl Rappan. De voormalig Oostenrijks international vond dat ook kleinere clubs de mogelijkheid tot het spelen van internationale, financieel lucratieve wedstrijden moesten krijgen.

Rappan meende dat dit 'sportieve alleenrecht' niet alleen voorbehouden was aan de grote clubs, die zich ieder jaar opnieuw kwalificeren voor een van de drie Europa-Cuptoernooien. De recettes die zij via de vele drukbezochte wedstrijden opstreken zouden volgens hem de kloof tussen de grote en de kleine clubs alleen maar vergroten en daarmee was het voetbal niet gebaat. Omdat de internationale lotto- en toto-organisatie zich financieel garant stelde voor de Rappan Cup, werd het toernooi in de volksmond bekend als de Intertoto-competitie.

De eerste finale om de IFC-Cup ging tussen Ajax en Feijenoord, toen nog geschreven met een 'ij' in plaats van de huidige 'y'. Op 26 april 1962 eindigde de klassieker in het Olympische Stadion in een overwinning voor de thuisploeg: 4-2. De Ajax-broers Henk (3) en Cees Groot scoorden voor de Amsterdammers, Frans Bouwmeester en Cor van der Gijp waren de doelpuntenmakers voor Feijenoord. Tot en met 1967 kende de competitie één algehele winnaar. Na dat jaar ging het slechts om de winst in de diverse poules. Daarmee verloor het toernooi - toch al niet populair omdat het middenin de voorbereiding van het nieuwe seizoen viel - het laatste beetje aantrekkingskracht.

Sindsdien leidde de Intertoto-competitie een marginaal bestaan, waar onbeduidende ploegen uit Scandinavië en Oost-Europa de dienst uitmaakten. De afgelopen jaren deden Nederlandse middenmoters als RKC, Sparta en SVV/Dordrecht'90 mee aan de 'Europa Cup 4', zij het louter en alleen met de bedoeling zich beter voor te bereiden op het nieuwe seizoen. De grote Europese clubs toonden geen interesse voor het betekenisloze toernooi middenin de voorbereiding op het seizoen. Toonaangevende voetballanden als Engeland, Spanje en Italië lieten het sowieso afweten.

Door de nieuwe opzet van de UEFA is daar verandering in gekomen, hoewel Spaanse en Italiaanse clubs nog steeds ontbreken. De belangrijkste deelnemers komen uit Duitsland (FC Köln, Bayer Leverkusen, Eintracht Frankfurt en Karlsruher SC), Engeland (Wimbledon, Tottenham Hotspur en Sheffield Wednesday) en Frankrijk (FC Metz, Bordeaux en AS Cannes). Allemaal clubs die zich in de nationale competitie net niet wisten te plaatsen voor Europees voetbal.