Dierlijke strategieën

JAMES L. GOULD, CAROL GRANT GOULD: The Animal Mind

236 blz., geïll., W.H. Freeman/Scientific American Library 1994, ƒ 65,60

Aan het begin van deze eeuw verslikten onderzoekers zich in de prestaties van 'Slimme Hans', het Duitse paard dat bekwaam spelde, rekensommen maakte en zich zelfs als een veelbelovend muziektheoreticus ontpopte. Pas later bleek dat het genie zijn antwoorden op vraagstukken liet afhangen van onbewuste reacties van omstanders bij het bereiken van het juiste aantal tikken met de hoef. Sindsdien was slim gedrag van dieren als wetenschappelijk onderwerp vrijwel taboe. Vreemd eigenlijk, want der Hanz was op zijn eigen manier heel handig in het zoeken naar signalen uit zijn omgeving, en kon daar goed van leven. Maar gedrag dat is terug te voeren op eenvoudige conditionering getuigt niet van inzicht.

Inzicht en bewustzijn bij dieren werd een onderwerp waaraan hooguit gepensioneerde biologen zich in de schemer van hun leven waagden. Serieuze wetenschappers werden verondersteld zich te beperken tot wat objectief en in simpele codes was vast te leggen over het gedrag van dieren, en zich absoluut niet te bemoeien met hun inwendige geestesarbeid. Daarin is pas recentelijk verandering gekomen. De stapel van in de marge van onderzoek vergaarde anekdotes over inzichtelijk diergedrag groeide; tegelijkertijd kwamen vragen over ons bewustzijn en de evolutionaire achtergrond daarvan in de mode.

In hoeverre beschikken dieren over tegenwoordigheid van geest? De Amerikanen James en Carol Gould hebben de hoofdmoot van wat bekend is over dit onderwerp samengevat. Ze dienen het geheel in The Animal Mind soepel geschreven en smaakvol op, en met mooi illustratiemateriaal. Hun boodschap is duidelijk: de mens past minder zelfgenoegzaamheid over zijn vermogens. James (etholoog) en Carol Gould (schrijfster over wetenschap) beschrijven zich zelf als bekeerde cynici. Ze leggen een degelijke basis met een beschrijving van de geschiedenis van onderzoek naar aangeboren gedrag en leervermogen van dieren. Ze zijn zo ruimhartig flink aandacht te besteden aan schijnbaar doelgericht gedrag, dat bij nader inzien blijkt te berusten op vaste, zonder veel cognitieve begeleiding uitgevoerde patronen. Een bekend voorbeeld is dat van naar vogelbegrippen toch onmiskenbaar intelligente grauwe ganzen. Wanneer die al broedend zien dat er een ei uit hun nest is weggerold, beginnen ze dat vaardig met de snavel terug te voeren. Een mooie, doelgerichte handeling, lijkt het. Maar als het ei tijdens zo'n actie wordt weggenomen, gaan de dieren onverstoorbaar door - met het terugrollen van een onzichtbaar ei. De informatie uit de omgeving dient alleen als startsein: de eenmaal in gang gezette handeling wordt zonder veel denkarbeid uitgevoerd.

Plevieren

Een overzicht van recente gegevens maakt vervolgens duidelijk dat diergedrag zeker niet altijd te herleiden is tot al dan niet aangeboren vuistregels of simpele leerprocessen. Bekend is dat op de bodem broedende vogels roofdieren van hun kwetsbare nest weglokken door zich als een makkelijke, in doodsstrijd verkerende prooi voor te doen. Maar plevieren, bijvoorbeeld, zetten hun acteerprestaties veel flexibeler neer dan altijd werd gedacht. Ook het veelzijdig vermogen waarmee bevers waterpartijen met dammen naar hun hand zetten laat zich niet louter tot instincthandelingen terugvoeren. De dieren hebben verstand van zaken, is een haast onontkoombare conclusie.

Naar verhouding hebben bevers dan ook de grootste herseninhoud van de knaagdieren. Zo zijn de honingbijen de Einsteins onder de insekten. Die paar milligram extra hersenweefsel die zij hebben maken onverwachte talenten mogelijk. De bijendans, waarmee de dieren elkaar informatie geven over de plaats en relatieve waarde van voedselbronnen, blijft voor verrassingen zorgen. We kennen het voorbeeld van de bijenkorf aan een rivier; de dieren zoeken aan weerskanten daarvan regelmatig voedsel. Nu wordt hoogwaardig voedsel aangeboden op een roeiboot, en enkele bijen worden erop getraind dat te gebruiken. Wanneer die boot bij een van de oevers ligt, heeft een bij haar volk teruggekeerde werkster niet de minste moeite met het werven van rekruten voor herhaalde voedeltochtjes. Anders is dat wanneer de voedselbron in het midden van de rivier ligt. De teruggekeerde bij kan dansen wat zij wil, maar krijgt nauwelijks volgelingen. Het is alsof haar kritische publiek de aangegeven locatie van de voedselbron op een neurale kaart van de omgeving projecteert. Dat je goede bloemen vindt aan de oevers is plausibel. Maar de mogelijkheid midden op de rivier voedsel te vinden valt te verwerpen. Bijen gedragen zich niet 'blind' - er komt meer bij hun gedrag kijken. Maar of dat nu noodzakelijk inzicht of bewustzijn is? De Goulds houden het op het doelgericht nastreven van strategieën, met een cognitieve finesse die zeker bij ongewervelde dieren niet geacht werd te bestaan.

Met zorg

Via staaltjes van individuele herkenning en sociale intelligentie bij dieren - fijnzinnig bedrog is hun niet vreemd - komen uiteindelijk logica en symboolgebruik aan bod. Het taalonderzoek bij primaten speelt hier onvermijdelijk een hoofdrol. Dat mensapen onderzoekers blijven verbazen, is inmiddels bekend. De verdienste van de Goulds is vooral dat zij uitgebreid stilstaan bij lagere diersoorten. Dat papegaaien alleen maar willekeurig wat napraten berust op een misverstand. Een goed opgeleide vogel blijkt zijn woorden met zorg te kiezen. En belangrijker: hij geeft daarbij aan informatie uitstekend in categorieën te kunnen onderbrengen.

Een helder slothoofdstuk behandelt de mens - met natuurlijk de omgekeerde benadering. Ook bij mensen heeft een flink deel van het gedrag automatisch en onbewust plaats; de onderliggende hersenprincipes verschillen niet zo gek veel van die bij andere zoogdieren. Met dit hoofdstuk is het mooi geselecteerde overzicht van een veld vol uiteenlopende dieren compleet; een overzicht dat iedere aspirant-bioloog of -psycholoog mee zou moeten krijgen. De boodschap dat er minder is dat mens en dieren scheidt dan we zèlf denken, is niet nieuw. Maar in dit geval wordt die gebracht met de degelijkheid van een studieboek en de leesbaarheid van een vlot dierenboek. Bij een enkel voorbeeld trekken de twee Goulds wat al te makkelijk conclusies. Ze houden van het woord 'waarschijnlijk' en spreken de lezer af en toe aan op zijn intuïtie, wanneer overtuigend bewijs vooralsnog ontbreekt.