De vluchtige stad

Schiphol is in omvang de vierde luchthaven van Europa. Er worden dit jaar 24 miljoen passagiers verwacht en 838000 ton vracht. Met de vijfde baan erbij kan dat in 2010 tot 40 miljoen passagiers en 3 miljoen ton vracht oplopen.

Maar Schiphol bestaat ook als gevoel. Het rood-wit-blauw van de Hollandse pioniersgeest wappert in Europoort, de Deltawerken en op Schiphol. Portret van de grootste particuliere stad van Nederland, waar tienduizenden voor hun eigen gevoel op het dak van de wereld werken. In de boven- en onderwereld van de nationale luchthaven: de schone schijn van het vliegen.

Voor de ochtendpiek is het nog te vroeg. De leegte is gevuld met de geur van nieuw; drogende verf, vers cement. Als een veelbelovende boreling ligt de entree erbij. Klaar voor zijn functie als toegangspoort tot de ambitie van het jaar 2010: Schiphol mainport van Europa.

Fleurige borden wijzen de bezoeker de weg door deze vluchtige stad. Bij restaurant 'De Wereldburger' - 'vierentwintig uur open' - heeft een groep jongens hun blonde snorren in het bierschuim gedoopt. Een tripje naar Spanje, vertellen ze, even je dak uit. Ze hebben een chartertje. Dus vroeg uit je nest. En dan nu die vertraging. In hun ooghoeken wat vergeten slaapjes, hun handen vol spanning. Ze staren naar het orgasme van een Boeing die traag loskomt. Langzaam, heel langzaam verdwijnt hij uit het vierkant van de ruiten.

Vroeg in de ochtend heeft Schiphol iets van een tempel. Een glazen labyrinth op het hogere gericht. Zo anders dan de bedrijvigheid van een haven met zijn aardse luchtjes, zwetende kerels. Hier domineert de gesoigneerde vorm van het damesbeen.

Geen condooms of maandverband, maar panties in de automaten op de WC's van Schiphol. “Het is echt wel een bepaald gevóél”, zegt de KLM-stewardess terwijl ze de laatste rimpels uit haar nieuwe kousen strijkt. Ze doet dit werk nu al zoveel jaar, toch heeft ze het nog steeds. “Vliegen is een sentiment”, zegt ze. Met haar huis onder de nieuw te bouwen vijfde landingsbaan zit ze emotioneel wel 'in een lastig dubbel-parket'. “Voer voor psychologen misschien”, glimlacht ze en trekt nog een panty voor het geval dat.

Mooie, schone toiletten zijn het. Ze hebben de kranten over de hele wereld gehaald. Electronische ogen besluiten eigenhandig wanneer het moment is om door te trekken. Een werknemer van de schoonmaakploeg heeft deze zogeheten spits-toiletten zelf ontworpen: zo weinig mogelijk 'aanraakpunten', veel spoelen, en in het porselein van de urinoirs op het herentoilet zit links van het midden een vlieg ingebakken. “Psychologisch werkt het zo dat je daarop mikt. Het scheelt in het morsen”, zegt de voorlichtster en voert ons richting douane.

Daar, tussen de ijzeren dranghekken en de nutteloze Schengenborden, ligt het gebied van de emotie. Aanrakingen die, als de rituelen van verschillende kerkgenootschappen, het hele scala aan menselijke banden beschrijven. De koele handdruk van de zakenman. De tranen van de geëmigreerde familie op de terugweg naar huis. Hoog op hun kansels beschouwen de marechaussees hun kleine oecumene. De vertedering van kinderen die hun oude ouders uitzwaaien. De wanhoop van scheidende minnaars. Daar staan ze, een beetje buiten het gedrang. Ze omhelzen elkaar, prevelen wat woorden. Hun handen raken elkaar, voor de laatste keer, dan vlucht hij de rij in, zonder te kijken. Zij staat aan de grond genageld. Maar wanneer hij zich met zijn gestempelde paspoort eindelijk omdraait, is ze verdwenen.

“Zodra je de douane door bent ga je een andere wereld binnen”, zegt Marco Brouwers (36). Hoe zal hij het omschrijven: “Mensen worden roekelozer, ondeugender. Het gevoel je even in een soort niemandsland te bevinden. Dat maakt het gewoon machtig interessant om hier te werken.”

Het is nu alweer vijf maanden dat 'professional golf teacher' Brouwers het inpandige Golfcentre van Schiphol runt. Op de vloer een paar rondjes nep-gras. Hoge netten moeten voorkomen dat de ballen door de ruiten vliegen.

Ondanks het gebrek aan cliëntele verveelt de golfleraar zich niet, zegt hij. Verderop is het casino; en de man van het stalletje met champagne en vis. “Net of we een grote familie zijn hier”, zegt Brouwer. En de klanten, die komen heus wel. “Golfen is nu eenmaal een sport die mondiaal gezien door veel business-mensen wordt beoefend.” Een Zweed, een Amerikaan en zelfs een Nigeriaan zijn al eens bij hem komen oefenen. “Hartstikke leuk. Hadden we het over golf en politiek. Maakten we een videootje van hun prestaties, en daar”, hij wijst naar de kunstig vormgegeven kuipstoeltjes “daar zaten hun vrouwen dan oergezellig te breien.”

Voor we verder gaan wil Brouwers er nog op wijzen dat zijn Golfcentre natuurlijk 'een klapper' is voor personeelsfeestjes en partijen van 'mensen die eens iets anders willen'. “Het is gewoon scoren.” En toch. Zelfs met de ogen gesloten kunnen we ons toch moeilijk voorstellen hoe, in deze ruimte vol Big Bertha-golfclubs, ooit de gezelligheid bruist.

Een surrealistisch paradijs dat maar niet tot leven wil komen. Dat is de sensatie die de bezoeker van de nieuwe Westvleugel op dit uur van de dag bekruipt. Overkapte strandstoelen en fleurige parasols moeten de relaxende zakenman tegen het neonlicht beschermen; uitzicht op de immer grijze lucht van Nederland. De lage tafeltjes zijn voor long-drinks, flesjes korenwijn en champagne, maar de ober van het buffet staat er eenzaam en verloren bij. Verderop zitten er zelfs etalage-poppen, obers en ook klanten van kunststof. Het is even schrikken wanneer een pittoreske Sikh met blauwe tulband plotseling in zijn koffie roert.

“Soms heb je een hele week niemand, maar dan heb je er opeens twee per dag”, zegt het sproetige meisje achter de balie van het eveneens voor 'de zakenman' aangelegde business-center. Twee keer zes kantoorruimten, compleet met ijskastje, fax, modem en luie stoel. Huur: 36 gulden per uur. Ook nu zijn alle kantoren leeg. Het meisje vindt het wel prima zo. “Die zakenman is nu natuurlijk op vakantie. Gaat hij niet een beetje zitten faxen.” En bovendien: al deze nieuwe voorzieningen moeten nog bij de juiste mensen bekend worden.

“Het is wel opmerkelijk dat het allerkleinste deeltje van Schiphol, de vlieg, nog steeds het beroemdste onderdeel van onze luchthaven is”, zegt de voorlichtster terwijl ze, even voorbij het Sun & Fitness centre, zachtjes de deur openduwt van de eerste echte en enige gebedsruimte die er ooit op een luchthaven is gebouwd.

Het sacrale is eerder dat van een buurthuis dan van een kerk, een synagoge of moskee. Voor het raam een tapijtje met uitzicht op het staal van de nieuwe Oostvleugel. Een paar stoelen, en een plank met wat bijbels en korans. Door de passagiers wordt het initiatief hogelijk gewaardeerd, zo blijkt uit het dikke gastenboek dat op een tafeltje ligt. 'Thank you Lord for all you have done and will still do for me', schrijft Michelle Kruger uit Zuid-Afrika. 'Bidt voor mijn echtgenoot, dat hij kankervrij mag zijn', verzoekt een mevrouw uit Haarlem een paar bladzijden verderop. Velen blijken in deze ruimte steun te vinden voor hun vliegangst. H. Josef, O.L. Vrouw en J. Christ worden gevraagd om de HB 621 naar Vancouver te beschermen, of de KL 361 naar Tenerife veilig te laten landen. “May Allah bless Scippholl and all the flights”, vat Mohammed op 4 maart 1995 de verzoeken krachtig samen.

De mollen, hè. De holbewoners. Zo worden wij hier genoemd”. Zijn blauwe KLM-overall staat tot aan zijn navel toe open. Met een zucht buigt de man over de lopende band, en sjouwt er een bruine koffer af die hij met zijn maat in een van de gereedstaande containers gooit. “Zeg maar Jaap”, stelt hij zich voor. Al sinds tien jaar werkt hij in de bagagekelder van Schiphol. “Die bagage wordt gewoon zwaar onderschat. Je zit hier bovenop het belangrijkste produkt van het hele vlieggebeuren. Ja toch?” Als passagier zie je alleen zo'n leuk stewardessje, glimlachje, koppie koffie erbij. Maar mis je je koffer dan is Leiden in last. “En wie is daarvoor verantwoordelijk? Juist.”

Jaap en zijn collega's behandelen hier de transfer-bagage die nog met de hand wordt uitgezocht en ingeladen. “Nou”, roept Jaap na een telefoontje van 'hun van boven': “Heeft die kist uit Amerika dus vertraging. Zeggen ze: één uur vijfenvijftig de aansluiting naar Bazel. Moeten wij die bagage nu in een half uur bij elkaar zoeken. En die koffers roepen niet: 'hier ben ik'.”

Even later lijkt het toch of koffers van Schiphol wel een stemmetje hebben. In de 'regiekamer' zit Peter Jeucken (48) met zijn mannen achter een lange rij schermen. Ze eten witte pistoletjes met jam, terwijl ze via grijze beelden zicht houden op de onafzienbare fabriek die de 'bagagekelder' van Schiphol is. Drie gigantische hallen met lopende banden waarop elk stuk bagage electronisch in de gaten wordt gehouden. In de nieuwste kelder, onder hal West, schuiven de koffers 'als vanzelf' naar de juiste gate. Kijk, tikt Jeucken met de vinger op de monitoren. Daar komt het op de pre-sorter. Via de on-line gaan de koffers naar de sorter. Daar gaan ze naar de lateral. “Begrijpt u? Ben je dus vier uur te vroeg met je koffer inchecken, dan is dat geen probleem, want de koffer wordt vanzelf vastgehouden.”

Als een koffer omvalt, of als hij op de band wordt 'geschoten' zonder dat de laser het label goed kan lezen, dan begint er iets piepen. Een van de mannen stapt dan op de fiets en rijdt naar de plaats des onheils. “Normaal komt er bijna geen mens meer aan te pas”, vertelt Jeucken. Ondanks de grote uitbreiding is van een toename van de werkgelegenheid bij de bagage geen sprake. “We zijn eerder met mínder dan met méér mensen. Door al die bezuinigingen moeten wij onze ploegen nu met zeven man draaien, waar we het eerst met zijn achten deden.”

En het Schiphol-gevoel? De macht van een luchthaven? “Het gevoel op de top van de wereld te werken”, zoals Robin Disma (23) zijn baantje bij de kar met 'Old Dutch prints' in de passagiershal beschreef? “Ach”, zegt Jeucken met een glimlach. “Ik werk hier al vijfentwintig jaar. De betaling is prima. Ik mag niet klagen. Buiten kom ik toch haast nooit.”

Hier geen 'spitstoilet' of damesbeen. De ondergrondse wereld van Schiphol is er een van machines en mannen. Tussen een jungle van lopende banden leest een vriendelijk ogende man de codes van koffers die niet wilden luisteren. Weinig tijd om iets te vertellen. Vriendelijk wappert hij met zijn hand.

Zo anders dan jonge Robin in zijn gestreepte overhemd boven. Hij was er eens goed voor gaan staan, en vertelde hoe 'waanzinnig te gek' het was om gewoon gezellig prints te verkopen. Een stukje Holland-promotie, zo voelde hij dat wel. “Vertel je iets over de koningin. Printjes van Huis ten Bosch zijn er niet. Maar dan verkoop je een Kurhausje. Leg je uit dat het dezelfde architect is. Heb je toch weer een relaxed verhaal?”

Nee, Robin had duidelijk het gevoel dat hij onderdeel was van een imponerend geheel. Hoeveel beroemdheden hij al had gezien! Ajax, en Bush. Golden Earring laatst had een belachelijke zonnebril op. “Zo van: kijk mij nou beroemd zijn. Terwijl hij natuurlijk ook gewoon in Den Haag woont.” Maar Henny Huisman was 'onwijs', en Ritzen ook. Binnenkort krijgen ze Janet Jackson, misschien. “Dan heb je hier echt wat lopen.”

Maar streng zijn ze wel hier, had Robin verteld. Als hij zou gaan zitten, of een sigaret stond te roken, dan zou dat onmiddellijk gerapporteerd worden. Laatst nog, een meisje van de dranken-tax-free. Die had haar pasje in haar zak gedaan. Werd ze meteen ontslagen. “Wel logisch”, had Robert gemijmerd. “Schiphol heeft een hoop naam hoog te houden. Iedereen denkt dat Schiphol waanzinnig is. Dus dat trekt wel.”

Loeiend en brullend staat de Jumbo op zijn wielen. Zijn staart is net volgestopt met pallets vol paprika's; een hele auto er in geladen. In zijn buik de bagage. Door een hoge slurf worden de passagiers nu naar binnen geloodst. “Daar, een gevaarlijke stoffen-label”, schreeuwt de baas van de beladers. Zijn oordoppen bengelen op zijn schouders. Hij wijst naar de stapel in plastic gewikkelde pallets waarop 'hydrogas' staat geschreven. Afhankelijk van de wind, de hoeveelheid passagiers en kerosine, wordt berekend hoe zwaar de lading mag zijn. Het is nog een hele klus om de lading goed te verdelen. Twee jongens sjorren en trekken aan de hoge stapels vracht die net in de 'combi 747' naar Tokio is gehesen. Op de plattegrond controleren ze of de vracht nu zo is verdeeld als de 'planners' van de KLM-vrachtafdeling hebben berekend. “Eén groot sinterklaaspakket”, grappen de jongens. “Maar je krijgt het er wel van aan je rug.”

Robbie (24) en Wim (34) beamen dat. Nu zwiert Wim op zijn vorkheftruck door de uitgestrekte vrachtloods. Als een vreemde giraffe strekt hij de nek van de truck, totdat de bek een palet grijpt dat op vijf meter hoog op de stellingen ligt. Voorzichtig apporteert hij de lading, en blijft nog even kletsen. Volgende week moet hij weer stapelen. Net als Robbie nu. “Rijden en stapelen gaat om en om hè”, zegt Wim en trekt zijn zwarte vilthoed wat naar achteren. Anders dan Robbie, die op zijn werk zijn spieren bij-traint, heeft Wim geen sportschoolambities.

Hij werkt hier nu één jaar, met behoud van uitkering. Straks wil hij graag in vaste dienst. Het is goed verdienen, zijn vrienden zullen jaloers op hem zijn. Ook al is het soms best gevaarlijk met al die gevaarlijke stoffen te rijden. Maar met Schiphol zelf heeft het allemaal weinig te maken. “Van die vliegtuigen krijg ik steeds zo'n heimwee naar Suriname, man.”

Laat in de middag lopen we langs de gebouwencomplexen aan de Thermieklaan, en de Pakhuisstraat, terug naar de vertrekhal. Een zalvende vrouwenstem door de luidsprekers die waarschuwt voor 'zakkenrollers en dieven'. Dan volgen een paar last minute-calls in het Frans, Duits en Engels, de “talen die iedereen vroeger op de MULO volgde”, zo legde omroepster Jeanette van Mourik ons die middag uit. Je stem over de hele luchthaven “geeft wel een kick. Maar als je je verslikt dan ben je weg, dat wel.”

Bij de verpleegkundige dienst op de eerste verdieping heerst er een lichte paniek. De ambulance was uitgereden, nadat de melding kwam dat een vliegtuigje “bij de landing door zijn 'hoeven' dreigt te zakken”. Gelukkig bleek het vals alarm. “Ach, dat komt wel eens voor met die kleine landingsgestelletjes”, zegt Ramon Chitke (46) opgeruimd.

Ongeveer vijftig mensen per dag bezoeken zijn Eerste Hulp, met klachten die variëren van een zere teen tot een hartinfarct. Vijftienhonderd keer per jaar moet zijn ambulance uitrukken. Passagiers die onwel zijn geworden. Oudere mensen, maar ook jongeren die nog nooit gevlogen hebben en hyperventileren van de spanning.

Maar meestal zijn het ongevallen. Gewonden die vallen in de hangars en de vrachtstations. “De plekken waar dus echt gewerkt wordt.” Chitke vertelt over het droevige lot van veel eenzame oudere Nederlanders die in het buitenland wonen, maar als ze ziek worden op een vliegtuig terug naar 'huis' worden gestuurd.

Dan wordt er opeens gebeld. De marechaussee brengt een jonge man naar binnen die, naar ze vertellen 'wilde gaan vliegen'. Zaterdag was hij er ook al geweest, ook toen probeerde hij met gespreide armen op te stijgen.

Met vier man hebben ze hem toen tegen de grond moeten houden. “Je bent nu veel aardiger, he”, zegt de oudere marechaussee die hem bemoedigend toespreekt. “Toen lag je te trappen en te schoppen dat het een aard had.” 'Mesjogge', is het gebaar dat de marechaussee naar Chitke maakt. De verpleger knikt, en wijst hun de weg naar een rustig kamertje achterin de gang. “Dit hebben we wel vaker op Schiphol”, zegt Chitke, terwijl hij de rijdende psychiater belt. “Ongeveer één op de twee dagen komt er wel iemand die door het lint is gegaan. Ik denk dat een luchthaven dat aantrekt.”

Met kopjes thee wordt de man rustig gehouden. De oudere marechaussee blijft er nog een tijdje bij. “Hij denkt dat-ie achtervolgd wordt, schietverhalen, u kent het wel”, licht hij de psychiater voor wanneer deze na een paar uur eindelijk komt. “Hij denkt dat ze hem af willen maken, en babbelt over godsdienst enzo.” Met een vriendelijk gezicht neemt de psychiater plaats tegenover de jongen. “U denkt dat u Mozes bent, hè”, zegt psychiater met begrijpende stem. “Nee man. Ik bén Mozes”, roept de jongen.

Na een kort gesprek besluit de psychiater Mozes L. uit Curaçao met een dwangbevel te laten opnemen in de psychiatrische inrichting Vogelenzang. Waarom hij tot dit besluit is gekomen? “Die jongen denkt dat hij een landmijn is. En explosieven kun je op een vliegveld beter niet hebben.”

Laat in de avond, als Mozes is afgevoerd, dwalen we door de verlaten gangen, ergens tussen pier G en pier F. Daar rijdt Mohammed Messaoud op zijn schoonmaakmachine door de leegte heen.

De gestileerde palmbomen, de rood fluwelen banken met hun paarse golfrandjes. Ze krijgen in de stille nacht iets van verdwazing. Plastic namaakvissen zweven hoog in de ruimte. Daarachter de rood-groen en oranje flikkerende neonlamp in de letters HA HA.

Foto's:

Reinigingswerk

Interieur van een Japanse vracht-Boeing

Het beladen van de bagagekarren voor de vliegtuigen

En route

In de passagiershal: verkoper Robin Disma

Cabinepersoneel

In de bagagekelder: Gilbert Bernadina codeert transferbagage

Onderhoud aan een straalmotor

Geautomatiseerde vrachtkelder: steeds minder werk

    • Marjon van Royen