De bagage van de emigrant

MONIKA PLESSNER: Die Argonauten auf Long Island. Begegnungen mit Hannah Arendt, Theodor W. Adorno, Gershom Sholem und anderen

160 blz., Rowohlt 1995, ƒ 39,60

Nederland heeft tijdens het Hitler-regime enkele beroemde filosofen uit het Duitse taalgebied geherbergd. Neurath was hier, logisch empirist en radicaal socialist. Ook Helmuth Plessner vond bij ons in de jaren dertig een toevlucht. Hij was opgeleid als bioloog en had toen al opmerkelijke, filosofische boeken op zijn naam staan. Met Die Stufen des Organischen und der Mensch (1928) is hij de grondlegger geworden van een biologisch georiënteerde antropologie.

Makkelijk was het voor joden niet om het land der verdraagzaamheid binnen te komen, maar Buytendijk in Groningen vond een gaatje. Zijn lab had subsidie gekregen voor twee apen uit de tropen, hij nam met eentje genoegen en hielp zo zijn vriend aan een assistenten-plaats. Enige tijd later werd Plessner in Groningen docent sociologie. Door de bezetters werd hij opnieuw ontslagen, om vervolgens onder te duiken. Na de oorlog werd hij in Groningen - op de leerstoel van de in Sachsenhausen omgekomen Polak - hoogleraar filosofie. In 1951 keerde hij naar Duitsland terug. Hij overleed in 1985. Zijn omvangrijke en interessante archief kwam enkele jaren daarna naar Nederland. Plessner wilde het niet in Duitsland laten. Hij had het vermaakt aan de universiteit die hem onderdak had geboden.

Zijn meer dan twintig jaar jongere vrouw, kunsthistorica en vertaalster, met wie hij trouwde toen hij zestig was, heeft bij Rowohlt herinneringen gepubliceerd. Haar boek is een mini-biografie van Plessner geworden. Opvallend goed geschreven. Verschillende hoofdstukken baarden de afgelopen jaren al opzien, toen ze in de Frankfurter Allgemeine Zeitung werden afgedrukt.

Zoals de titel aangeeft, krijgen de Verenigde Staten veel aandacht, waar Plessner na de oorlog een jaar college gaf aan de New School of Social Research in New York. Ook de Frankfurter School komt ter sprake. Plessner verving Adorno voor een jaar en Monika Plessner was in die tijd werkzaam aan het beroemde Institut für Sozialforschung. Scherp getekende ontmoetingen met mensen als Horkheimer, Adorno, Arendt en Scholem staan echter centraal. Die Argonauten auf Long Island is een boek over een emigrant temidden van emigranten. De mensen in dit boek doen maar drie dingen: reizen, eten en vooral veel praten.

Monika Plessner moet van het voorgaande aantekening gehouden hebben. De tijd vóór het huwelijk, Plessners jeugd bijvoorbeeld en diens verblijf in Holland, wordt getekend aan de hand van bezoeken met haar man aan vroegere verblijfplaatsen. Volledigheid wordt hierbij niet nagestreefd en wie meer over Plessners filosofie te weten wil komen, hoeft dit boek ook niet op te slaan. Centraal staan belevenissen, faits divers, anekdotes, portretten van mensen en vooral dus ontmoetingen tussen mensen. Daarbij wordt scherp geobserveerd. Deze verhalen kenmerken zich door een grote liefde voor het visuele detail. De interesse van de schrijfster geldt niet alleen wat ze hoort, maar vooral ook wat ze ziet.

Varend

Die Argonauten auf Long Island is een boek over emigranten, zoals ze niet meer bestaan. Geleerden als Arendt, Plessner en Adorno moesten het stellen zonder telefoon, fax of E-mail. Het land dat hun aanwezigheid niet langer op prijs stelde, verlieten zij ook echt. De nieuwe verblijfplaats - de meesten kwamen in de VS terecht - werd in de meeste gevallen varend bereikt. De aan een schilderij van Beckmann ontleende titel is dan ook toepasselijk. De argonauten waren Griekse helden die per schip onderweg waren naar het gouden vlies.

Het internationale bestaan begon dus toen eigenlijk pas als je voet aan wal zette en dat niet alleen. Behalve de emigranten zelf kwam er ook intellectuele bagage aan land. Voor ons is dat moeilijk voorstelbaar, maar het Engels had zich nog niet tot algemene onderzoekers-taal ontwikkeld. Zeker vakken als filosofie, sociologie en geschiedenis werden hoofdzakelijk binnen nationale grenzen beoefend. Juist daar werd door politieke omstandigheden hardhandig een eind aan gemaakt. Ineens werden tal van Duitse wetenschappers - en het waren de slechtsten niet - lid van een internationaal georiënteerde gemeenschap. Qua mentaliteit was men vaak al kosmopolitisch ingesteld. Nu werd dat ook nog maatschappelijke realiteit.

Dit werd in de VS vergemakkelijkt door een aparte institutie, destijds in het leven geroepen door een zekere Alvin Johnson die we ook in dit boek nog tegenkomen. Als leider van de New School of Social Research organiseerde hij in 1933 al een zogenoemde 'university in exile'. Hij zorgde ervoor dat de meest vooraanstaande vluchtelingen hier terechtkwamen. Van de Rockefeller Foundation kon hij aanvankelijk geen geld krijgen, omdat zijn beschermelingen te joods en te links waren. Dank zij andere giften ontstond er echter in het kader van de New School of Social Research een graduate faculty, die zich ontwikkelde tot een brandpunt van intellectuele activiteiten. Voor alle duidelijkheid: in dit boek komen deze dingen dus ter sprake naar aanleiding van een later verblijf van Plessner aan deze beroemde instelling.

Ouderwetse academische emigranten werden aldus onderworpen aan een proces van internationalisering. De nieuwe taal moesten zij zich vaak nog eigen maken, om maar te zwijgen van de wetenschappelijke zeden en gewoonten. Wel sneed het mes natuurlijk aan twee kanten. Men maakte kennis met een nieuwe cultuur, maar gezien de interessante bagage die men bij zich had, was het omgekeerde ook het geval. Uit de Amerikaanse filosofie van na de Tweede Wereldoorlog is de invloed niet weg te denken van in Europa toen nog gescheiden stromingen als het logisch empirisme, de fenomenologie en de Frankfurter School.

Ook bij Plessner in Nederland zien we iets dergelijks, zij het op bescheiden schaal. Hij sprak en schreef al gauw vloeiend Nederlands. Hij verzamelde een flinke groep leerlingen om zich heen. Tal van Nederlandse filosofen zijn door hem beïnvloed. Tot op de dag van vandaag - afgelopen woensdag nog aan de Erasmus-universiteit - wordt er bij ons over zijn werk gecongresseerd en gepubliceerd.

Recycling

Toch is dit maar een deel van het emigranten-verhaal. Eenmaal verengelst, heeft de intellectuele bagage voeten gekregen. Zij reist op eigen gelegenheid terug naar het land van herkomst van de emigrant, om daar te worden gerecipieerd. Het onderzoek in de VS door Adorno, Bettelheim en anderen naar de autoritaire persoonlijkheid is hiervan een mooi voorbeeld. Met behulp van Amerikaanse onderzoekstechnieken wordt de empirische slagvaardigheid van de Frankfurters verbeterd, om als Amerikaanse invloed naar Europa terug te keren. Ook Oostenrijkers als Wittgenstein en Popper kunnen hier genoemd worden. Hun kolossale invloed op de filosofie in Europa loopt via hun Engelse publikaties. Hij gaat daar niet aan vooraf.

Onomstreden was deze invloed niet. Ook de terugkerende bagage van joden valt niet altijd in de smaak. Midden jaren zeventig sprak ik aan de universiteit van Wenen een jonge filosoof, wiens aanstelling niet verlengd was, omdat hij belangstelling had voor Wittgenstein.

Plessners werk laat eveneens een dergelijke recycling zien, al is zijn invloed, mede dank zij de emigratie naar Nederland, in hoofdzaak continentaal gebleven. De verdrijving uit Duitsland maakt hem daar al snel tot een onbekende. Arnold Gehlen die in 1940 een proeve publiceert van een biologisch georiënteerde antropologie, laat bewust na zijn joodse bron te citeren. Als filosoof en socioloog krijgt Plessner in Duitsland pas weer invloed door boeken die in het exil zijn geschreven. Een voorbeeld daarvan is een in 1935 verschenen studie over Duitsland en de democratie. In het debat over het ontstaan van het nationaal-soialisme speelt dit boek tot op heden een rol. Plessner heeft een bijdrage geleverd aan het andere Duitsland, zoals ons dat vandaag vertrouwd geworden is. Blijkbaar was deze bijdrage zo fundamenteel, dat een conservatief socioloog als Schelsky het zelfs bestond om zijn werk als anti-Duits te kwalificeren.

Sinds enige tijd woedt er bij ons een debat over de zeg maar nuttige kanten van het nationalisme. Mensen hebben een identiteit nodig, heet het. Ajax is niet voor niets ons nationaal elftal geworden. Tegen deze rehabilitatie van de natie die altijd weer voor anderen bepleit wordt, is dit boek van Monika Plessner een medicijn. Het is een fascinerend relaas over mensen die uit hun vaderland werden verdreven, zonder daardoor meteen hun identiteit te verliezen. Zij werden kosmopoliet, voorzover ze het al niet waren. Hun intellectuele bagage vernieuwde zich nog sneller dan anders al het geval geweest zou zijn.

Deze gerecycleerde bagage bleek vervolgens het land van herkomst nog diensten te bewijzen ook. De Duitse samenleving heeft de afgelopen decennia heel wat culturele vernieuwingen te zien gegeven. In diverse opzichten is men ons gidsland zelfs vooruit. Voor een deel zijn deze vernieuwingen geïnspireerd door de emigranten tegen wil en dank.